ECLI:NL:RBAMS:2026:1415
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Onttrekking aan het verkeer van vals geld na inbeslagname woning
Op 19 november 2024 vond een doorzoeking plaats in de woning van de beslagene waarbij vals geld werd aangetroffen en in beslag genomen. De rechtbank Amsterdam heeft op 13 juni 2025 vonnis gewezen in de strafzaak, maar geen beslissing genomen over het in beslag genomen geld.
Op 30 december 2025 ontving de rechtbank een vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van het valse geld. De beslagene deed per e-mail afstand van het geld, maar niet schriftelijk zoals vereist. De officier van justitie gaf aan niet te zullen vervolgen voor het bezit van vals geld, maar handhaafde de vordering omdat het bezit in strijd is met de wet en het algemeen belang.
De rechtbank oordeelde dat het valse geld bestemd is voor het plegen van strafbare feiten en dat het ongecontroleerde bezit daarvan onrechtmatig is. Daarom werd de vordering toegewezen en het geld onttrokken aan het verkeer verklaard. De beslissing werd op 27 januari 2026 in openbare raadkamer uitgesproken door rechter M.A.E. Somsen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onttrekking aan het verkeer van het vals geld toe en verklaart het geld onttrokken aan het verkeer.