ECLI:NL:RBAMS:2026:1442

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
13/102139-22
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 10 OpiumwetArt. 36b SrArt. 36c SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit van 5048 MDMA- en 2C-B-pillen in Amsterdam

De rechtbank Amsterdam heeft op 11 februari 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 39-jarige man die werd verdacht van medeplegen van illegale pokerspelen, bezit van een grote hoeveelheid MDMA- en 2C-B-pillen, en witwassen. Na onderzoek en bewijswaardering sprak de rechtbank verdachte vrij van de organisatie van illegale pokertoernooien en witwassen, maar achtte het bewezen dat hij op 26 mei 2022 in Amsterdam opzettelijk 5048 pillen met MDMA en 2C-B bij zich had.

Het onderzoek omvatte meldingen over illegale pokerspelen, observaties, een inval op een adres waar pokerspelen plaatsvonden, en doorzoekingen in de woning van verdachte. Hoewel verdachte werd gezien bij het adres en er een bouwtekening van de pokertafel bij hem werd gevonden, ontbrak bewijs voor zijn betrokkenheid bij de organisatie van de toernooien. Ook was er geen bewijs dat hij betrokken was bij het witwassen van geldbedragen en horloges.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 4 maanden op, met aftrek van voorarrest, rekening houdend met de hoeveelheid drugs, recidive van verdachte, en een overschrijding van de redelijke termijn van 21 maanden. De rechtbank wees een voorwaardelijke straf af vanwege de ernst van het feit. Daarnaast werden de inbeslaggenomen drugs en andere goederen onttrokken aan het verkeer.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 4 maanden gevangenisstraf voor bezit van 5048 MDMA- en 2C-B-pillen en vrijgesproken van witwassen en medeplegen illegale pokerspelen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/102139-22
Datum uitspraak: 11 februari 2026
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 januari 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. B.S. Selier, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. A.M.R. van Ginneken, naar voren hebben gebracht.
Er wordt gelijktijdig vonnis gewezen in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte] (13/217513-23).

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich
te Amsterdamheeft schuldig gemaakt aan
1. medeplegen van het organiseren van illegale pokerspelen in de periode van 1 januari 2022 tot en met 26 mei 2022;
2. telen/bereiden/bewerken/verkopen/afleveren/verstrekken/vervoeren, dan wel opzettelijk aanwezig hebben van 5048 MDMA- en/of 2C-B pillen op 26 mei 2022;
- witwassen van een geldbedrag van € 5.641,00 en meerdere Rolex-horloges.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in een
bijlagedie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Feiten en omstandigheden
De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. [1]
In juni 2021 en februari en april 2022 komen er TCI- en MMA-meldingen bij de politie binnen dat er op [adres] meerdere avonden per week illegale pokerspelen worden georganiseerd. Op dat adres stonden [naam] en medeverdachte [medeverdachte] ingeschreven. Ook stond er onder meer een bedrijf op naam van verdachte op dat adres ingeschreven: Moonifestation. Verdachte en medeverdachte hadden indertijd een latrelatie. Naar aanleiding van de meldingen is er een onderzoek gestart, waarbij het adres [adres] gedurende enkele weken is geobserveerd en waarbij is gezien dat op meerdere dagen gedurende de avond- en nachtelijke uren verschillende personen aanklopten bij het adres, werden binnengelaten en vervolgens lange tijd in de woning verbleven. Ook verdachte is op de beelden herkend, hij was gedurende korte tijd in de woning, voordat andere personen aanklopten.
Op 26 mei 2022 vond er een inval plaats op het adres [adres] . Er werd een pokertafel aangetroffen met een afzuiginstallatie aan het plafond. In de woning is ook een tafel aangetroffen, waarin een verborgen ruimte met daarin een geldbedrag van € 4.300,00 zat. Op het moment van de inval waren meerdere personen, voorzien van aanzienlijke geldbedragen, poker aan het spelen aan de pokertafel.
Na aanhouding van de aanwezigen op dit adres, is ook binnengetreden in de woning van verdachte op [adres] . Bij de doorzoeking van de woning is een bouwtekening aangetroffen van de opstelling van de pokertafel in de woning van [adres] , van (onder andere) de aangebrachte afzuiginstallatie aan het plafond. Tijdens de doorzoeking van verdachtes woning zijn er verschillende goederen aangetroffen en in beslag genomen, waaronder geldbedragen, een Rolex-horloge, Nike Air Dior schoenen en een klein zilver sealzakje met inhoud, wat later 4,5 pil (vermoedelijk XTC) bleek te zijn. [2] Bij de insluitingsfouillering van verdachte is nog een Rolex-horloge aangetroffen en een geldbedrag van € 1.341,40.
Tijdens een tweede doorzoeking in de woning van verdachte op 27 mei 2022 werd in de keuken een tafel aangetroffen waarvan werd vermoed dat er een verborgen ruimte onder zat. De tafel is geopend en in de tafel werden twee zakken met vermoedelijk XTC-pillen aangetroffen en een tas met zilverkleurige sealzakjes. Deze zijn in beslag genomen. [3]
De in beslaggenomen pillen zijn getest en bleken MDMA en 2C-B te bevatten. [4] Verdachte heeft over de 4,5 pil in het zakje verklaard dat deze van hem waren en dat hij die als XTC had aangeschaft. [5] Over de pillen die zijn aangetroffen in de tafel heeft verdachte bij de politie verklaard dat deze niet van hem zijn, maar door anderen zijn achtergelaten tijdens een
afterparty. Ter terechtzitting heeft hij verklaard dat hij deze pillen als microdosering kalmeringsmiddelen heeft aangeschaft.
4.2
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft – onder verwijzing naar het schriftelijk requisitoir – gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.
4.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak van feit 1 en 3 bepleit en heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Ten aanzien van feit 1 heeft zij aangevoerd dat uit niets in het dossier blijkt dat verdachte organisator van de pokertoernooien was. De toernooien vonden niet in zijn woning plaats, hij was niet op de plaats delict tijdens de inval en niemand noemde verdachte tijdens de inval als de organisator. Dat verdachte meermalen is gezien bij (het betreden van) de woning is te verklaren uit het feit dat hij en de medeverdachte destijds een latrelatie hadden. Ook anderszins blijkt niet van betrokkenheid van verdachte. Hetzelfde geldt voor het ten laste gelegde medeplegen.
Met betrekking tot feit 3 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte geen weet had van de gelden die bij medeverdachte zijn aangetroffen. Het geldbedrag dat bij zijn aanhouding is aangetroffen is in de ogen van de verdachte van relatief beperkte omvang en ten aanzien van de horloges en de geldbedragen heeft hij een verklaring afgelegd. De horloges heeft hij tijdens een eerdere klaagschriftprocedure retour gekregen.
4.4
Het oordeel van de rechtbank
4.4.1
Vrijspraak van het onder feit 1 ten laste gelegde
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder feit 1 is ten laste gelegd. Behalve de bouwtekening van de pokertafel die bij verdachte is aangetroffen, zijn er geen aanknopingspunten dat hij betrokken is geweest bij de organisatie van de pokertoernooien. Hij was niet aanwezig bij het toernooi ten tijde van de inval en ook uit de observaties blijkt niet dat hij op meerdere avonden aanwezig is geweest op [adres] ten tijde van de toernooien. Voorts noemt niemand hem als organisator. Dat verdachte kan worden geplaatst bij en in de woning kan, in het licht van de toenmalige latrelatie, niet aan het bewijs bijdragen. Gelet op al het voorgaande zal verdachte worden vrijgesproken van feit 1.
4.4.2
Vrijspraak van het onder feit 3 ten laste gelegde
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen onder feit 3 is ten laste gelegd. De verdenking bestaat uit het witwassen van het geldbedrag van € 4.300,00, dat in de verborgen ruimte in de tafel op [adres] is aangetroffen, het geldbedrag dat bij de insluitingsfouillering van verdachte is aangetroffen (€ 1.357,80) en de Rolex-horloges die onder verdachte in beslag zijn genomen.
Nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte betrokken is geweest bij de organisatie van de illegale pokertoernooien in de woning op [adres] , kan ook het witwassen van het daar in de tafel aangetroffen geldbedrag van € 4.300,00 niet worden vastgesteld.
Ten aanzien van de Rolex-horloges kan niet worden vastgesteld dat deze een illegale herkomst hebben. Verdachte heeft verklaard deze van erfenissen van zijn grootvaders te hebben bekostigd en heeft dit bij eerdere klaagschriftprocedures onderbouwd.
Met betrekking tot het geldbedrag dat is aangetroffen bij de insluitingsfouillering, is er geen sprake van een gronddelict. Om dan tot een veroordeling voor witwassen te kunnen komen, is een witwasvermoeden vereist. In dit geval zijn er geen omstandigheden die een witwasvermoeden rechtvaardigen. Zo is er geen sprake van opvallende coupures en gaat het niet om een dermate hoog bedrag dat dit op zichzelf al verdacht is.
Gelet op al het voorgaande zal verdachte ook van feit 3 worden vrijgesproken.
4.4.3
Het oordeel over het onder feit 2 ten laste gelegde
De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 26 mei 2022 te Amsterdam opzettelijk 5.048 pillen bevattende MDMA en 2C-B aanwezig heeft gehad. Gelet op de standpunten van de officier van justitie en de raadsvrouw behoeft dit oordeel geen nadere motivering.

5.Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in
rubriek 4vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
op 26 mei 2022 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 5048 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en 2C-B, zijnde MDMA en 2C-B telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

6.De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7.De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem onder feit 1, 2 en 3 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, met aftrek van voorarrest.
8.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om in de strafmaat rekening te houden met de omstandigheid dat het bij de aangetroffen pillen om een dermate kleine dosering werkzame stof gaat, dat de reguliere omrekenmethode die in de oriëntatiepunten voor straftoemeting zijn opgenomen niet passend zijn. De raadsvrouw benadrukt daarnaast dat sprake is van een forse schending van de redelijke termijn met 21 maanden. Verdachte heeft zich intussen steeds gehouden aan de schorsingsvoorwaarden. Nu verdachte slechts kan worden veroordeeld voor feit 2 primair, volstaat volgens de raadsvrouw de oplegging van een geheel voorwaardelijke sanctie, eventueel aan te vullen met een taakstraf.
8.3.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk voorhanden hebben van een grote hoeveelheid, 5048, MDMA- en 2C-B-pillen met een totaalgewicht van 1086,56 gram. MDMA is een stof waarvan het gebruik schadelijk is voor de volksgezondheid en ook direct en indirect de oorzaak is van vele vormen van criminaliteit.
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 28 november 2025. Hieruit blijkt dat er sprake is van recidive, omdat verdachte in 2019 onherroepelijk werd veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Daarnaast is artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht van toepassing vanwege een tweetal strafbeschikkingen voor verkeersfeiten, in 2022 en in 2025.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies ten behoeve van de voorgeleiding van 30 mei 2022. Indertijd werd geadviseerd tot schorsing van de voorlopige hechtenis zonder aanvullende voorwaarden, omdat er geen mogelijkheden werden gezien om met voorwaarden of toezicht de risico’s te beperken. Het recidiverisico werd toen als gemiddeld ingeschat.
Nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, zal zij afwijken van de door hem gevorderde straf. De rechtbank houdt in haar strafmaat rekening met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting, die voor het aanwezig hebben van 1000-1500 gram harddrugs een gevangenisstraf van 5 maanden vermelden. Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, ziet de rechtbank daarom in het licht van de bewezenverklaring geen aanleiding om rekening te houden met het gestelde omtrent een lagere dosering werkzame stof in de pillen.
Hoewel de rechtbank de in de oriëntatiepunten vermelde gevangenisstraf van 5 maanden een passend uitgangspunt vindt, ziet zij in de forse overschrijding van de redelijke termijn – met 21 maanden – aanleiding om de straf te matigen. Ook houdt de rechtbank in haar strafmaat rekening met de recidive van verdachte en artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht. Gelet op de hoeveelheid harddrugs die is aangetroffen, ziet de rechtbank geen ruimte voor een voorwaardelijke sanctie, zoals door de raadsvrouw is verzocht. Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

9.Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
- een geldbedrag ter hoogte van € 650,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191579);
- een geldbedrag ter hoogte van € 20,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191582);
- een geldbedrag ter hoogte van € 80,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191583);
- een geldbedrag ter hoogte van € 15,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191585);
- een geldbedrag ter hoogte van € 16,40 (goednummer PL1300-2022079078-6191586);
- Nike Air Dior schoenen (goednummer PL1300-2022079078-6191926);
- een Apple iPhone (zwart, goednummer PL1300-2022079078-6191737);
- een Apple iPhone (wit, goednummer BL1300-2022079078-61931739);
- verdovende middelen (XTC, 5043 stuks, goednummer PL1300-2022079078-6191923);
- zak met 4,5 XTC-pil (goednummer PL1300-2022079078-6191913);
- een zwart kastje bevestigd aan achterzijde van de kast (goednummer PL1300-2022079078-6191914);
- bankbescheiden Bunq Debit (goednummer PL1300-2022079078-6191892).
Onttrekking aan het verkeer:
- verdovende middelen (XTC, 5043 stuks, goednummer PL1300-2022079078-6191923)
- zak met 4,5 XTC-pil (goednummer PL1300-2022079078-6191913).
Nu met betrekking tot deze voorwerpen het onder feit 2 bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.
Teruggave aan verdachte
De overige goederen zullen – voor zover hier nog beslag op rust – worden teruggegeven aan verdachte.

10.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:
- 36 b en 36c van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder
feit 1en
3ten laste gelegde
niet bewezenen spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart
bewezendat verdachte het onder
feit 2ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in
rubriek 5is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte,
[verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvan
4 (vier) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
- verdovende middelen (XTC, 5043 stuks, goednummer PL1300-2022079078-6191923)
- zak met 4,5 XTC-pil (goednummer PL1300-2022079078-6191913).
Gelast – voor zover er nog beslag op rust – de
teruggaveaan
[verdachte]van:
- een geldbedrag ter hoogte van € 650,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191579);
- een geldbedrag ter hoogte van € 20,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191582);
- een geldbedrag ter hoogte van € 80,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191583);
- een geldbedrag ter hoogte van € 15,00 (goednummer PL1300-2022079078-6191585);
- een geldbedrag ter hoogte van € 16,40 (goednummer PL1300-2022079078-6191586);
- Nike Air Dior schoenen (goednummer PL1300-2022079078-6191926);
- een Apple iPhone (zwart, goednummer PL1300-2022079078-6191737);
- een Apple iPhone (wit, goednummer BL1300-2022079078-61931739);
- een zwart kastje bevestigd aan achterzijde van de kast (goednummer PL1300-2022079078-6191914);
- bankbescheiden Bunq Debit (goednummer PL1300-2022079078-6191892).
Heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. E. Biçer en J. Langer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E. Willeboer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2026.

Voetnoten

1.Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2022, p. 176 derde en vierde alinea en p. 177 derde alinea ; een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, p. 261 onderaan en p. 262 bovenaan.
3.Proces-verbaal van bevindingen van 27 mei 2022, p. 176 zesde en zevende alinea en p. 177 derde alinea ; een geschrift, te weten een kennisgeving van inbeslagneming, p. 258.
4.Een geschrift, te weten een laboratoriumrapport van 15 juni 2022, opgemaakt door drs. R.F. Kranenburg.
5.Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 januari 2026.