ECLI:NL:RBAMS:2026:1449

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
11771448 \ CV EXPL 25-8997
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:97 BWArt. 6:100 BWArt. 6:101 BWArt. 6:109 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schadevergoeding voor beschadigde voordeur door schop van gedaagde

Eisers vorderen schadevergoeding van gedaagde wegens onrechtmatige daad waarbij gedaagde met zijn klomp tegen de voordeur schopte, waardoor deze beschadigd raakte. Daarnaast is sprake van schade aan het nachtslot door het hard dichttrekken van de deur. Gedaagde erkent aansprakelijkheid voor de deur, maar betwist de hoogte van de schadevergoeding en de schade aan het slot.

De kantonrechter beoordeelt de schade aan de voordeur aan de hand van een expertiserapport van Dekra en een offerte van reparatiebedrijf Novanet, die vervanging van het deurpaneel adviseert tegen €3.459,15. Gedaagde stelde goedkopere herstelmethoden voor, maar deze leveren volgens het rapport slechts tijdelijk en zichtbaar herstel op. De schadevergoeding wordt daarom vastgesteld op €3.459,15.

Voor het nachtslot wordt een redelijke schadevergoeding van €350 vastgesteld, omdat de exacte kosten niet nauwkeurig konden worden bepaald. De kosten van het expertrapport van €1.353,08 worden gelijk verdeeld tussen partijen, zodat gedaagde €676,54 daarvan moet betalen.

Gedaagde's verweren op grond van eigen schuld en matiging worden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing. Ook een verrekening met eerder gemaakte kosten voor kasherstel wordt afgewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden niet toegewezen wegens onvoldoende bewijs van redelijke kosten.

De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van in totaal €4.485,69, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 27 maart 2025, en in de proceskosten van €1.215,45. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.485,69 schadevergoeding en proceskosten aan eisers met wettelijke rente vanaf 27 maart 2025.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11771448 \ CV EXPL 25-8997
Vonnis van 30 januari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,

te [woonplaats] ,
2.
[eiser 2],
te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen (in vrouwelijk enkelvoud) te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Anker Rechtshulp B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. K. Dirlik.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juni 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de akte overlegging producties 6 tot en met 10 van [gedaagde] ,
- de akte overlegging productie 27 van [eiseres] ,
- het tussenvonnis van 18 september 2025, waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 18 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat een vonnis wordt gewezen.

2.De feiten

2.1.
[eiseres] en [gedaagde] wonen in hetzelfde dorp. Op een erf, niet in de nabijheid van haar woonhuis, heeft [eiseres] een kascomplex staan. Dat verhuurt zij en daarin staan caravans gestald.
2.2.
In het voorjaar van 2023 heeft de toen twaalfjarige zoon van [gedaagde] samen met een vriendje ruiten van het kascomplex van [eiseres] en de daarin gestalde caravans kapotgemaakt.
2.3.
[gedaagde] heeft een kasbouwer nieuw glas laten snijden ter vervanging van de gebroken glasplaten. Hij heeft daarvoor € 193,60 betaald aan de kasbouwer. [eiseres] heeft de door [gedaagde] geleverde glasplaten echter niet aangenomen en heeft zelf de schade aan de kassen laten herstellen.
2.4.
[eiseres] heeft [gedaagde] en de ouders van het vriendje aangesproken voor de herstelkosten. Deze kosten begrootte zij op € 25.000. [gedaagde] en de ouders van het vriendje gingen daar niet mee akkoord. Uiteindelijk hebben hun verzekeraars € 7.000 uitgekeerd ter vergoeding van de schade.
2.5.
Na de aansprakelijkheidstelling en naar aanleiding van de discussie die daarover ontstond is [gedaagde] op 2 juni 2023 bij [eiseres] aan de deur geweest. Het gesprek tussen hen ontaarde in een ruzie en op een gegeven moment heeft [gedaagde] met zijn klomp tegen de onderkant van de openstaande voordeur van [eiseres] geschopt. De voordeur is daardoor beschadigd geraakt.
2.6.
De voordeur van [eiseres] , de kozijnen en de beschutting van de gevel rondom de voordeur zijn allemaal gemaakt van hetzelfde kunststofmateriaal en afgewerkt in de kleur Golden Oak.
2.7.
[eiseres] heeft bij [bedrijf] een offerte opgevraagd voor herstel van de voordeur. Volgens [bedrijf] was niets meer leverbaar in de kleur Golden Oak. Om kleurverschil tussen de voordeur, de kozijnen en de gevelbeschutting te voorkomen, moesten deze volgens [bedrijf] allemaal worden vervangen. Volgens de offerte van [bedrijf] bedragen de kosten daarvan € 14.500 (€ 17.545 inclusief BTW). [eiseres] heeft [gedaagde] op 27 september 2023 voor dit bedrag aansprakelijk gesteld.
2.8.
[gedaagde] is niet akkoord gegaan met deze schadebegroting en heeft aangeboden om € 2.000 als schadevergoeding te betalen. Hier is [eiseres] niet mee akkoord gegaan. Vervolgens heeft [gedaagde] , via zijn gemachtigde, gevraagd om nadere onderbouwing met specificaties van de offerte van [bedrijf] . Omdat [bedrijf] geen specificaties kon geven, heeft [eiseres] uiteindelijk Dekra ingeschakeld als schade-expert.
2.9.
Dekra heeft op 5 maart 2025 een schaderapport opgeleverd met daarbij een offerte van reparatiebedrijf Novanet. Volgens het schaderapport moet alleen de voordeur worden vervangen en kan Novanet een nagenoeg gelijk model leveren. Blijkens de offerte van Novanet bedragen de kosten daarvan € 3.459,15. Verder is in de offerte een stelpost van € 800 opgenomen voor vervanging van het slot van de voordeur. Dekra heeft € 1.353,08 in rekening gebracht voor het opstellen van het rapport.
2.10.
Op 12 maart 2025 heeft [eiseres] [gedaagde] gesommeerd om binnen veertien dagen € 5.612,23 (€ 3.459,15 + € 800 + € 1.353,08) te betalen als schadevergoeding. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert, samengevat:
Een verklaring voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade als gevolg van zijn onrechtmatige handelen op 2 juni 2023;
[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 5.612,23, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2025;
Indien de kosten voor vervanging van het slot meer bedragen dan € 800, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van dit meerdere;
[gedaagde] te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 655,61, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;
[gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
[eiseres] verzoekt de kantonrechter om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat een veroordeling van [gedaagde] ten uitvoer kan worden gelegd ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat tegen dit vonnis.
3.2.
[eiseres] legt aan de vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door tegen haar voordeur aan te schoppen en dat de deur daardoor beschadigd is geraakt. Daarnaast heeft [gedaagde] de voordeur met geweld proberen dicht te trekken en is het nachtslot daardoor kapotgegaan.
3.3.
[gedaagde] erkent zijn aansprakelijkheid voor de schade als gevolg van zijn schop tegen de deur, maar betwist de hoogte van de gevorderde vergoeding. Ook betwist hij dat hij de deur hard heeft dichtgetrokken en daarmee het slot heeft beschadigd. Verder stelt [gedaagde] dat zijn schadevergoedingsplicht moet worden verminderd op grond van artikel 6:101 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), dan wel gematigd op grond van artikel 6:109 BW Pro. Tot slot moeten vorderingen van [eiseres] verrekend worden met de € 193,60 aan kosten die [gedaagde] vergeefs heeft gemaakt om de schade aan de kassen te herstellen.

4.De beoordeling

Schade aan de voordeur
4.1.
Het is niet in geschil dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door met zijn klomp tegen de voordeur van [eiseres] aan te schoppen. Ook staat vast dat de deur daardoor beschadigd is en dat [gedaagde] aansprakelijk is voor die schade. Partijen zijn het alleen niet eens over de hoogte van de te betalen schadevergoeding.
4.2.
[eiseres] heeft een expertiserapport overgelegd van Dekra, met daarbij de offerte van Novanet, en een aanvullende verklaring van de heer [naam] , de behandelend schade-expert van Dekra. Daarin staat dat het deurpaneel vervangen moet worden omdat onzichtbaar en duurzaam herstel op een andere wijze niet mogelijk is.
4.3.
[gedaagde] heeft drie andere offertes overgelegd die uitgaan van lagere kosten. Volgens [gedaagde] is vervanging van het beschadigde deurpaneel niet noodzakelijk en kan de schade ook (en zelfs beter) worden hersteld door nieuwe folie aan te brengen op de deur of door de deuk te vullen en te beschilderen. De kosten daarvan bedragen maximaal € 1.113,20 en omdat het originele paneel behouden blijft, wordt de oorspronkelijke staat van de voordeur beter benaderd dan bij vervanging, aldus [gedaagde] .
4.4.
In het schaderapport van Dekra en in de verklaring van de heer [naam] staat dat de reparatiewijzen die [gedaagde] heeft voorgesteld niet of slechts voor korte duur een net resultaat opleveren. Verder staat in alle drie de offertes die [gedaagde] heeft overgelegd dat de reparatie nadien zichtbaar kan blijven of dat kleur-/nuanceverschil kan ontstaan. [eiseres] hoeft geen genoegen te nemen met tijdelijk herstel van haar voordeur of met een reparatie die zichtbare sporen achterlaat, mits de kosten van het door haar voorgestelde herstel redelijk zijn in verhouding tot de aard van de schade en mogelijke andere vormen van herstel. Daarvan is sprake. De kantonrechter begroot de schade aan de voordeur daarom, in overeenstemming met het schaderapport van Dekra, op € 3.459,15.
4.5.
[gedaagde] heeft nog aangevoerd dat [eiseres] ervan profiteert als zij een nieuwe voordeur krijgt en dat haar schade daarom op een lager bedrag moet worden begroot.
4.6.
Artikel 6:100 BW Pro bepaalt dat indien eenzelfde gebeurtenis voor de benadeelde naast de schade ook voordeel oplevert, dit voordeel moet worden meegerekend bij de vaststelling van de te betalen schadevergoeding. Alleen voordeel dat de benadeelde daadwerkelijk heeft genoten of naar redelijke verwachting zal genieten kan in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de schadevergoedingsplicht. [1]
4.7.
Het is niet duidelijk op welke manier [eiseres] daadwerkelijk voordeel zal hebben van deze situatie. Volgens [eiseres] gaat het om een relatief nieuwe voordeur van slechts negen jaar oud. [gedaagde] stelt dat de voordeur veel ouder moet zijn dan negen jaar, maar heeft niets naar voren gebracht waaruit dat kan blijken. Ook de foto’s die beide partijen in het geding hebben gebracht geven de indruk dat de voordeur relatief nieuw was en in goede staat verkeerde. Kortom, [gedaagde] heeft onvoldoende onderbouwd dat [eiseres] daadwerkelijk zodanig voordeel zal genieten van vervanging van de voordeur dat dit matiging van de schade rechtvaardigt. Dat betekent dat zijn schadevergoedingsplicht onverminderd op € 3.459,15 wordt vastgesteld.
Schade aan het nachtslot
4.8.
[eiseres] stelt dat [gedaagde] de voordeur hard achter zich heeft dichtgetrokken en dat daardoor het nachtslot kapot is gegaan. In de conclusie van antwoord heeft [gedaagde] dit betwist. Op de zitting heeft [eiseres] uitgebreid toegelicht hoe de schade aan het slot is ontstaan. Zij heeft uitgelegd dat de pennen van het nachtslot in de voordeur omhoog schoten toen [gedaagde] daartegenaan schopte omdat [eiseres] als gevolg van de schop aan de deuklink trok. Toen [gedaagde] vervolgens wilde vertrekken, heeft hij meerdere keren achterelkaar geprobeerd de deur achter zich dicht te trekken, wat niet lukte omdat de pennen nog uitstaken. [gedaagde] heeft op de zitting vervolgens niet meer weersproken dat hij de deur meerdere keren achter zich dicht probeerde te trekken en dat dit ervoor heeft gezorgd dat de pennen van het slot zijn verbogen. [eiseres] heeft daarmee voldoende onderbouwd dat [gedaagde] de schade aan het slot heeft veroorzaakt. Hij zal die daarom moeten vergoeden.
4.9.
In de offerte van Novanet is een stelpost van € 800 opgenomen voor het leveren en plaatsen van een nieuw nachtslot. [gedaagde] heeft betwist dat de schade aan het slot daadwerkelijk € 800 bedraagt. Het schaderapport van Dekra vermeldt dat het slot moet worden vervangen, maar geeft verder geen onderbouwing van de begroting van de kosten daarvan.
4.10.
Artikel 6:97 BW Pro bepaalt dat als de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld de rechter deze moet schatten. Bij het schatten van de schade moet zoveel mogelijk worden uitgegaan van de beschikbare gegevens. Aangezien, behalve de niet gespecificeerde stelpost in de offerte van Novanet, niets in het geding is gebracht aan de hand waarvan de kosten van montage van een nieuw nachtslot kunnen worden bepaald, schat de kantonrechter deze kosten in redelijkheid op € 350.
Kosten van het expertrapport
4.11.
[eiseres] heeft € 1.353,08 aan Dekra betaald voor het opstellen van het expertrapport. Deze kosten vordert zij van [gedaagde] op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro. Dat artikel bepaalt dat redelijke kosten ter vaststelling van schade voor vergoeding in aanmerking komen.
4.12.
Volgens [gedaagde] deugt het expertrapport niet en heeft Dekra onnodig hoge kosten in rekening gebracht. De kosten van het rapport zijn daarom geen redelijke kosten zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub b BW Pro, aldus [gedaagde] .
4.13.
Naar het oordeel van de kantonrechter moeten [eiseres] en [gedaagde] de kosten van het rapport van Dekra ieder voor de helft betalen. In het rapport is de schade aan de deur begroot op € 3.459,15. In eerste instantie eiste [eiseres] een schadevergoeding van € 17.545, afgaande op de offerte van [bedrijf] , en was [gedaagde] bereid om € 2.000 te betalen. Toen [gedaagde] vroeg om specificaties van de offerte van [bedrijf] , kon [eiseres] die niet geven. Gezien het grote verschil tussen daadwerkelijke schade en de oorspronkelijke eis, en de bereidheid van [gedaagde] om een vergoeding te betalen die dichter bij die daadwerkelijke schade in de buurt kwam, is het niet redelijk om de volledige kosten van het rapport voor zijn rekening te laten komen. Partijen zullen die kosten dus gezamenlijk moeten dragen. Dat betekent dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van € 676,54 voor het expertrapport.
Overige verweren van [gedaagde]
4.14.
[gedaagde] heeft als verweer gevoerd dat zijn schadevergoedingsplicht moet worden verminderd op grond van artikel 6:101 BW Pro omdat de schade, althans de hoogte daarvan, aan de eigen schuld van [eiseres] is te wijten. Hij stelt daartoe dat [eiseres] anderhalf jaar voorbij heeft laten gaan sinds het ontstaan van de schade en dat de kosten van herstel in die periode door marktontwikkelingen zijn gestegen. Die prijsstijging moet volgens hem voor rekening van [eiseres] blijven. Ook stelt [gedaagde] dat [eiseres] heeft uitgelokt dat hij bij haar langs is gekomen, boos is geworden en uiteindelijk tegen de deur heeft geschopt. Zij heeft hem namelijk onder druk gezet en geprovoceerd, en daarbij gedreigd de kinderbescherming te bellen om zijn zoon uit huis te laten plaatsen, aldus [gedaagde] .
4.15.
Het verweer slaagt niet. [gedaagde] heeft niet onderbouwd dat sinds juni 2023 voordeuren duurder zijn geworden en ook niet gesteld hoe groot die prijsstijging dan zou zijn geweest. Verder is, los van het feit dat [eiseres] in eerste instantie een te hoog bedrag aan schadevergoeding heeft geëist, niet gebleken dat zij buitensporige druk heeft uitgeoefend op [gedaagde] of dat sprake is geweest van provocatie die hem ertoe heeft gebracht tegen de voordeur aan te schoppen. In een whatsappbericht dat [gedaagde] heeft overgelegd van de dochter van [eiseres] (die namens haar ouders de correspondentie met [gedaagde] heeft gevoerd) wordt weliswaar Veilig Thuis genoemd, maar nergens is te lezen dat [eiseres] de kinderbescherming zou bellen als [gedaagde] geen schadevergoeding zou betalen. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat, ook als wel van een dergelijk dreigement zou zijn gebleken, dat in dit geval nog steeds geen beroep op artikel 6:101 BW Pro zou kunnen dragen. Van enige schuld van [eiseres] aan de schade aan haar voordeur is, kortom, geen sprake.
4.16.
[gedaagde] heeft verder aangevoerd dat de vordering moet worden gematigd op grond van artikel 6:109 BW Pro (de mogelijkheid om schade te matigen als die schade tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden). Aan dit verweer heeft hij dezelfde feiten ten grondslag gelegd als hiervoor in 4.15 besproken. De kantonrechter ziet daarin ook geen reden om de vordering te matigen.
4.17.
Tot slot heeft [gedaagde] aangevoerd dat de vordering van [eiseres] moet worden verrekend met de € 193,60 die hij aan de kasbouwer heeft betaald. Hij stelt dat [eiseres] hem de kans heeft ontnomen zelf de schade aan de kas te herstellen en dat zij daarom de kosten die hij daarvoor al had gemaakt moet vergoeden. Anders dan [gedaagde] kennelijk veronderstelt was [eiseres] echter niet verplicht om akkoord te gaan met reparatie van de kassen door [gedaagde] zelf, temeer daar [gedaagde] voorafgaand aan de opdracht aan de kasbouwer geen enkel overleg met [eiseres] heeft gevoerd. [gedaagde] heeft dan ook geen vordering van € 193,60 op [eiseres] waarmee de vordering van [eiseres] op hem moet worden verrekend.
4.18.
De conclusie van al het voorgaande is dat [gedaagde] als vergoeding van de schade aan de voordeur en het nachtslot van [eiseres] en van de kosten van het expertrapport € 4.485,69 (€ 3.459,15 + € 350 + € 676,54) moet betalen. De wettelijke rente daarover zal worden toegewezen zoals gevorderd vanaf 27 maart 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.19.
[eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Zij stelt dat haar gemachtigde [gedaagde] na diens verzuim heeft aangemaand. De overgelegde correspondentie bevat echter alleen de brief van 7 april 2025, waarin de gemachtigde van [eiseres] reageert op een schikkingsvoorstel van [gedaagde] . Met het overleggen van alleen deze brief heeft [eiseres] onvoldoende aangetoond dat er redelijke kosten zijn gemaakt ter verkrijging van voldoening buiten rechte, zoals bedoeld in artikel 6:96 lid 2 sub c BW Pro. Een vergoeding voor de overige werkzaamheden van de gemachtigde is al inbegrepen in de proceskostenveroordeling. Daarom zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen.
Verklaring voor recht
4.20.
De gevorderde verklaring voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor alle schade als gevolg van zijn onrechtmatige handelen op 2 juni 2023 wordt afgewezen. Nu [gedaagde] zal worden veroordeeld om de door hem veroorzaakte schade aan de voordeur en het slot te vergoeden, bestaat geen zelfstandig belang bij die verklaring voor recht.
Proceskosten
4.21.
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
257,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.215,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 4.485,69, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2025,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.215,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, bijgestaan door mr. R.D. Lok en in het openbaar uitgesproken op
30 januari 2026.

Voetnoten

1.Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6627.