Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op een handhavingsverzoek dat zij per e-mail indienden. Het college stelde dat het verzoek niet formeel was ingediend omdat een natte handtekening ontbrak, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de e-mail voldeed aan de eisen van een aanvraag volgens de Awb.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het college niet binnen een redelijke termijn, in dit geval vier weken vanwege de ernst van de ervaren overlast, had beslist op het handhavingsverzoek. Na ingebrekestelling door eisers bleef een besluit uit, waardoor het beroep niet tijdig beslissen ontvankelijk en gegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter legde het college een termijn van twee weken op om alsnog te beslissen en stelde een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000,- in. Het verzoek om een voorlopige voorziening, die zou moeten zorgen dat vergunninghouder zich aan de vergunningvoorschriften houdt, werd afgewezen omdat dit niet samenhing met het bestreden besluit.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en in aanwezigheid van de griffier.