ECLI:NL:RBAMS:2026:1569

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
30 januari 2026
Publicatiedatum
13 februari 2026
Zaaknummer
C/13/764376 / HA ZA 25-370
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid artikel huishoudelijk reglement VvE wegens strijd met splitsingsakte

Eiseres, lid van de Vereniging van Eigenaars (VvE), vordert een verklaring voor recht dat artikel 17 van Pro het huishoudelijk reglement (HHR) nietig is voor zover dit artikel de nummering en exclusief gebruik van parkeerplaatsen door bewoners van bepaalde verdiepingen regelt. De VvE bestaat uit 32 appartementen, waarvan 24 op de eerste tot en met zesde verdieping zonder eigen berging of parkeerruimte, terwijl de hogere verdiepingen wel eigen bergingen en parkeerruimtes hebben.

Het bestuur van de VvE had een besluit genomen om parkeerplaatsen toe te wijzen aan de 24 appartementen op de lagere verdiepingen, gebaseerd op artikel 17 HHR Pro. Eiseres verzet zich hiertegen en stelt dat dit artikel in strijd is met de splitsingsakte, waarin is bepaald dat de VvE eigenaar is van het parkeerterrein en dit als gemeenschappelijk moet worden beheerd.

De rechtbank oordeelt dat artikel 17 HHR Pro inderdaad in strijd is met de splitsingsakte en daarom nietig is. Dit betekent dat het bestuur niet bevoegd is om parkeerplaatsen exclusief toe te wijzen en te nummeren zoals in artikel 17 is Pro bepaald. De primaire vordering van eiseres wordt daarom toegewezen, terwijl de subsidiaire vorderingen niet meer aan de orde komen.

Verder veroordeelt de rechtbank de VvE in de proceskosten van eiseres, bestaande uit dagvaardingskosten, griffierecht en salaris gemachtigde, en in de buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank wijst af dat eiseres als lid van de VvE niet hoeft bij te dragen aan deze kosten, omdat leden verplicht zijn bij te dragen aan de algemene kosten van de vereniging, ook als zij het niet eens zijn met het besluit dat tot kosten leidt.

De uitspraak is mondeling gedaan en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Artikel 17 van het huishoudelijk reglement is nietig wegens strijd met de splitsingsakte en de VvE wordt veroordeeld in proceskosten en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/764376 / HA ZA 25-370
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling en mondelinge uitspraak van 30 januari 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat: mr. A.M. Thomas,
tegen
VERENIGING VAN EIGENAARS [naam VvE],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. J.G.M. Scholte.
Partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘de VvE’ genoemd.
De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.
De zaak wordt behandeld door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiseres] ,
- mr. Thomas,
- dhr. [naam] , bestuursvoorzitter van de VvE,
- mr. Scholte.
De volgende stukken zijn op de zitting aan het procesdossier toegevoegd:
- het bericht van [eiseres] van 16 januari 2026 met aanvullende producties,
- de spreekaantekeningen van [eiseres] .
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. [eiseres] heeft haar eis gewijzigd, waarbij zij haar eerste primaire vordering handhaaft en de tweede en derde intrekt. Mocht de primaire vordering worden afgewezen, dan handhaaft zij haar subsidiaire vordering. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
[eiseres] is lid van de VvE. De VvE bestaat uit 32 appartementen, waarvan er 24 zich op verdieping één tot en met zes bevinden. Het appartement van [eiseres] bevindt zich op een van de daarboven gelegen verdiepingen. De appartementen op die verdiepingen hebben elk een eigen berging/parkeerruimte. De appartementen op de verdiepingen één tot en met zes hebben geen berging/parkeerruimte.
1.2.
Artikel 17 van Pro het Huishoudelijk Reglement (HHR) geeft het bestuur de bevoegdheid om 24 parkeerplaatsen toe te delen (en te nummeren) aan de 24 appartementen op verdieping één tot en met zes.
1.3.
Het bestuur heeft een voorgenomen besluit voorgelegd aan de vergadering van eigenaars, om uitvoering te geven aan artikel 17 HHR Pro. [eiseres] heeft zich daartegen verzet en heeft meermaals gevraagd om juridisch advies omdat artikel 17 volgens Pro haar nietig is.
1.4.
Het bestuur heeft geen juridisch advies gedeeld met de leden en binnen de VvE bestaat onduidelijkheid over de rechtsgeldigheid van artikel 17 HHR Pro. Om aan die onzekerheid een einde te maken, vordert [eiseres] in deze procedure een verklaring voor recht dat artikel 17 HHR Pro nietig is, voor zover dat artikel ziet op de nummering van de parkeerplaatsen en het exclusief gebruik ervan door de bewoners van verdieping één tot en met zes. Daarnaast vordert zij veroordeling van de VvE in de kosten van de procedure en de buitengerechtelijke incassokosten, waarbij [eiseres] als lid van de VvE daar niet aan hoeft bij te dragen.
1.5.
De rechtbank overweegt het volgende; zoals de VvE in haar conclusie van antwoord heeft erkend, is artikel 17 HHR Pro in strijd met de splitsingsakte. In die akte is immers bepaald dat de VvE eigenaar is van de parkeerplaatsen en dat de VvE die in stand moet houden. Het parkeerterrein is dus gemeenschappelijk en omdat artikel 17 HHR Pro in dit opzicht afwijkt van de splitsingsakte, is artikel 17 HHR Pro nietig, zoals ook volgt uit de splitsingsakte en het toepasselijke modelreglement.
1.6.
Dit betekent dat het primair gevorderde onder I zal worden toegewezen en dat de rechtbank niet meer toekomt aan hetgeen subsidiair is gevorderd.
1.7.
De VvE zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [eiseres] worden veroordeeld. De rechtbank ziet geen aanleiding om [eiseres] niet bij de omslag in de vergoeding van de proceskosten te laten bijdragen. Een lid moet nu eenmaal bijdragen in de algemene kosten van een vereniging, ook als hij het niet eens is met het besluit dat tot kosten leidt en/of hij door een dergelijk besluit wordt benadeeld.
De proceskosten van [eiseres] worden vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
331,00
- salaris gemachtigde
1.228,00
(2 punten × € 614,-)
Totaal
1.678,40
1.8.
De rechtbank ziet geen aanleiding de buitengerechtelijke incassokosten van € 925,- te matigen en ook hier geldt dat [eiseres] daarin zal meedelen als lid van de VvE.

2.De beslissing

2.1.
verklaart artikel 17 HHR Pro nietig wegens strijd met de splitsingsakte voor zover het artikel ziet op de verplichting voor de bewoners om de auto enkel te parkeren op het eigen parkeervak of in de eigen garage en op de bevoegdheid voor het bestuur om de parkeerplaatsen te nummeren en toe te wijzen aan de bewoners,
2.2.
veroordeelt de VvE in de proceskosten van [eiseres] van € 1.678,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als de VvE niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
2.3.
veroordeelt de VvE tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van [eiseres] van € 925,-
2.4.
verklaart onderdelen 2.2 en 2.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
2.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. L. Voetelink en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.