ECLI:NL:RBAMS:2026:1634

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
16 februari 2026
Zaaknummer
11883165 WM VERZ 25-16658
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 WVW 1994Art. 72 WVW 1994Art. 2, derde lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Matiging administratieve sanctie wegens verlopen APK door medische omstandigheden

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat de APK van haar voertuig was verlopen en zij niet tijdig een keuring had laten uitvoeren. Zij had een polsbreuk opgelopen waardoor zij niet zelf kon rijden en had daarom twee maanden uitstel gekregen van de RDW. Dit uitstel was echter niet voldoende om de keuring tijdig te laten plaatsvinden.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene als kentekenhouder verantwoordelijk is voor het tijdig laten keuren van het voertuig, ook al was zij door medische omstandigheden beperkt. De overtreding stond vast omdat het kenteken niet was geschorst en er geen bewijs was dat de RDW een waarschuwing had toegezegd in plaats van een boete.

Desondanks achtte de rechtbank de medische omstandigheden en het feit dat de auto kort na de boete alsnog gekeurd werd, bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot matiging van de sanctie. De boete werd daarom vastgesteld op nihil en het betaalde bedrag werd aan betrokkene gerestitueerd.

Uitkomst: De boete wegens verlopen APK wordt gematigd tot nihil en het betaalde bedrag wordt gerestitueerd vanwege bijzondere medische omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
kantonrechter: mr. M. van der Kaay
zaaknummer: 11883165 WM VERZ 25-16658
beslissing van: 11 februari 2026
func.: 43837
Afschrift van de aantekening in het proces-verbaal van de openbare zitting van 11 februari 2026 inzake het beroep ingevolge de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (verder: de Wahv) van:

[betrokkene]

[adres]
verder: betrokkene
welk beroep is ingesteld bij verzoekschrift, ingekomen bij de CVOM te Utrecht op 27 augustus 2024 en is gericht tegen de beslissing van 30 augustus 2024 van de
officier van justitie(verder: verweerder) ten aanzien van betrokkene, geboren [geboortedatum] 1954.

CJIB-nummer: [nummer]

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Aan betrokkene is bij beschikking van 5 juni 2024 (verder: de inleidende beschikking) een sanctie in het kader van de Wahv opgelegd. Betrokkene heeft tegen de inleidende beschikking beroep ingesteld bij verweerder. Deze heeft dat beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene vervolgens beroep ingesteld bij de kantonrechter. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende gegevens overgelegd. Het beroep is behandeld op de openbare zitting van 11 februari 2026. Partijen zijn voor deze zitting opgeroepen.
Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet bij de zitting verschenen.
Ter zitting heeft verweerder gereageerd op de inhoud van het beroepschrift. Verweerder heeft geconcludeerd dat het beroep ongegrond is.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Aan betrokkene is bij de inleidende beschikking wegens een verkeersgedraging een administratieve sanctie opgelegd ingevolge de Wahv. Betrokkene wordt verweten dat voor het motorrijtuig van 3500 kilogram of minder, met kenteken [kenteken] , waarvoor betrokkene als kentekenhouder aansprakelijk is, het keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren. Deze overtreding is geconstateerd bij een registercontrole, uitgevoerd door de RDW Veendam op 27 mei 2024.
Het beroep is tijdig ingesteld.
Betrokkene voert tegen de beslissing van verweerder aan dat zij op 6 maart 2024 een polsbreuk aan de rechterhand heeft opgelopen waardoor zij niet kon rijden. De RDW heeft betrokkene toen twee maanden uitstel gegeven voor het keuren van het voertuig in verband met een ziekenhuisopname van betrokkene. Betrokkene is echter pas op 10 juli 2024 geopereerd.
Op 24 mei 2024 heeft betrokkene weer telefonisch contact gehad met de RDW. Toen is haar medegedeeld dat zij nog 10 dagen de tijd om het voertuig te laten keuren en dat binnen deze 10 dagen alleen kans was op een waarschuwing. Betrokkene kon echter nog steeds niet zelf rijden. Daarom heeft iemand anders haar auto op 27 mei 2024 naar de garage gebracht. Dat is ook de dag waarop de boete is opgelegd. De auto kon niet direct goed gekeurd worden, omdat een nieuwe katalysator besteld moest worden.
Betrokkene heeft ter onderbouwing van haar verweer reeds in de administratieve beroepsfase een kopie van de nota van de garage als een kopie vanuit het [ziekenhuis] register in het geding gebracht.
Verder geeft betrokkene aan dat zij alleenstaand is en moet rondkomen van enkel een AOW-uitkering.
4. Verweerder stelt zich ter zitting op het standpunt dat het de eigen verantwoordelijkheid is van betrokkene om tijdig een keuring te laten uitvoeren. Na de vervaldatum van de APK krijgt een kentekenhouder nog twee maanden coulance om de keuring alsnog uit te laten voeren. Daarna is geen uitstel meer mogelijk. In dit geval is de boete terecht opgelegd. Verweerder ziet in de aangevoerde omstandigheden geen aanleiding tot matiging van de sanctie en verzoekt de kantontrechter om het beroep ongegrond te verklaren.
5. Het volgende wordt overwogen.
6. Uit artikel 67, eerste lid, van de WVW 1994 blijkt dat betrokkene als houder van het motorrijtuig er verantwoordelijk voor is om, indien met het voertuig geen gebruik van de weg wordt gemaakt, de Dienst Wegverkeer te verzoeken de tenaamstelling in het kentekenregister te schorsen. Deze schorsing brengt mee dat de keuringsplicht krachtens artikel 72 van Pro de WVW 1994 gedurende de periode van schorsing niet geldt.
7. De omstandigheid dat op 27 mei 2024 geen sprake (meer) was van een geldig keuringsbewijs, dient, ook onder aangevoerde omstandigheden, voor rekening en risico van betrokkene te komen. Van kentekenhouders mag immers worden verwacht dat zij tijdig handelen overeenkomstig de ter zake geldende voorschriften. Nu het voertuig op 27 mei 2024 op naam van betrokkene stond en het kenteken niet was geschorst, was betrokkene gehouden aan de keuringsplicht. Hiermee staat vast dat de overtreding is verricht. Dat de RDW zou hebben aangegeven dat het bij een waarschuwing zou blijven, is onvoldoende gebleken. De sanctie is dus niet ten onrechte opgelegd.
8. Op grond van artikel 2, derde lid, WAHV is de hoogte van de sanctie voor elke gedraging vastgesteld in de bij de wet behorende bijlage. Deze in hoge mate tariefmatige afdoening van gedragingen brengt met zich dat de omstandigheden van het concrete geval niet licht van invloed zullen zijn op de hoogte van de opgelegde sanctie. Slechts bijzondere zaken kunnen aanleiding geven om van de vastgestelde tarieven af te wijken.
9. Dit is in de onderhavige zaak het geval. De door betrokkene in haar beroepschrift aangevoerde en onderbouwde omstandigheden, dat zij vanwege een polsbreuk niet zelf kon rijden en daarom uitstel van de keuring had gevraagd bij de RDW, alsmede het gegeven dat de auto kort daarna gekeurd is, vormen aanleiding om van de vastgestelde tarieven af te wijken. De sanctie wordt gematigd als na te melden.
10. Daarom wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:
- verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en stelt, onder wijziging van de inleidende beschikking, de sanctie vast op nihil;
- bepaalt dat het als zekerheid betaalde bedrag aan betrokkene wordt gerestitueerd.
De griffier De kantonrechter
Datum verzending
Bent u het met deze beslissing niet eens, dan kunt u
binnen zes wekenna de hierboven vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen indien de als gevolg van deze beslissing te betalen administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt. Het beroepschrift dient schriftelijk (niet per e-mail) te worden ingediend bij rechtbank Amsterdam, afdeling privaatrecht, team kanton, postbus 70515, 1007 KM, Amsterdam en dient door degene die het beroep instelt of een gemachtigde te worden ondertekend. De procedure bij het gerechtshof verloopt schriftelijk,
tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling wordt gevraagd.