ECLI:NL:RBAMS:2026:1665

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
C/13/777321 / HA ZA 25-1605
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 6:170 BWArt. 6:119 BWArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige daad door Stichting Partners voor Jeugd

Eisers stelden dat de Stichting Partners voor Jeugd onrechtmatig had gehandeld door een e-mail van een gezinsvoogd waarin werd gevraagd naar de seksuele geaardheid van de broer van eiser 1. Zij vorderden een schadevergoeding van €10.000 per persoon en proceskosten.

De Stichting ontkende verspreiding van de e-mail en betwistte aansprakelijkheid. De rechtbank oordeelde dat eisers onvoldoende hadden onderbouwd dat de e-mail verder was verspreid en dat er een causaal verband bestond tussen de e-mail en de gestelde bedreigingen en onveiligheid.

De enkele stelling van eisers was onvoldoende om aansprakelijkheid van de Stichting vast te stellen. Ook de gestelde schending van privacy en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens was niet onderbouwd. De vorderingen werden afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten van de Stichting.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige daad en veroordeelt eisers in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/777321 / HA ZA 25-1605
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van

1.[eiser 1] ,2. [eiser 2] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat: mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen,
tegen
STICHTING PARTNERS VOOR JEUGD,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
advocaat: mr. L.C. Dufour.
Partijen worden hierna afzonderlijk ‘ [eiser 1] ’, ‘ [eiser 2] ’ en ‘de Stichting’ genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 maart 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties.
1.2.
Op 27 januari 2026 stond een zitting gepland. Partijen hebben de rechtbank laten weten dat zij geen behoefte hebben aan een zitting. De zitting heeft daarom geen doorgang gevonden.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
In het kader van een ondertoezichtstelling van de kinderen van [eiser 1] heeft de gezinsvoogd, werkzaam bij de Stichting, aan [eiser 1] een e-mail gestuurd waarin hem werd gevraagd of het klopte dat zijn broer getrouwd was geweest met een man.
2.2.
Onder meer naar aanleiding van deze mail heeft [eiser 1] een klacht ingediend bij de klachtencommissie van de Stichting. Deze klacht is deels gegrond verklaard. De broer heeft vanwege de uitlatingen van de gezinsvoogd met de verzekeraar van de Stichting een vaststellingsovereenkomst (vso) gesloten waarin de door hem geleden materiële en immateriële schade is gesteld op € 10.000,-. Het verzoek van eisers aan de verzekeraar om jegens hen aansprakelijkheid te erkennen, heeft de verzekeraar afgewezen.
3. Het geschil
3.1.
Eisers vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat de Stichting onrechtmatig heeft gehandeld, dat zij aan eisers een schadevergoeding van € 10.000,- per persoon moet betalen en met eisers in gesprek gaat over de definitieve schade, plus de proceskosten van eisers betaalt.
3.2.
Volgens eisers heeft de gezinsvoogd hen met zijn e-mail in een gevaarlijke situatie gebracht. De e-mail is namelijk verspreid binnen hun gemeenschap, waar homoseksualiteit een gevoelig onderwerp is. Hierdoor zijn eisers bedreigd. De Stichting is als werkgever van de gezinsvoogd hier aansprakelijk voor (artikel 6:162 en Pro 6:170 Burgerlijk Wetboek).
3.3.
De Stichting ontkent dat de e-mail is verspreid door de gezinsvoogd of door iemand anders. Hoewel de Stichting erkent dat de e-mail onzorgvuldig was, betekent dat niet dat dit onrechtmatig is jegens eisers. De e-mail bevat immers geen informatie over hen. Dat de broer een schadevergoeding heeft ontvangen, betekent niet dat eisers ook recht hebben op eenzelfde schadevergoeding. Er is dus geen causaal verband tussen de vermeende schade en de e-mail.

4.De beoordeling

4.1.
Om de vordering van eisers te kunnen toewijzen moet sprake zijn van aansprakelijkheid van de Stichting voor een fout van de gezinsvoogd. Van een fout is op basis van de wet sprake als een onrechtmatige daad is gepleegd. Om dit te kunnen vaststellen moet er onder meer causaal verband bestaan tussen de gestelde schade en de onrechtmatige gedraging. Het is aan eisers om aan te tonen dat dit verband er is.
4.2.
Eisers zijn hierin niet geslaagd. Volgens hen is hun schade het gevolg van het door de gezinsvoogd verspreiden van informatie dat de broer een homoseksuele relatie had. Dit verspreiden heeft volgens eisers onder meer geleid tot bedreigingen en onveiligheid waardoor zij hun woning moesten verlaten. Uit de stukken die eisers aan hun stelling ten grondslag hebben gelegd en de informatie door de Stichting overgelegd, volgt echter alleen dat de gezinsvoogd in een e-mail aan [eiser 1] heeft gevraagd of dit het geval is. Nergens volgt uit dat deze e-mail of de inhoud hiervan door de gezinsvoogd verder is verspreid. De enkele stelling van eisers dat de informatie kennelijk is verspreid, is onvoldoende. Verdere onderbouwing van de gestelde bedreigingen en onveiligheid ontbreekt.
4.3.
Dit betekent dat geen sprake is van een fout van de gezinsvoogd waar gedaagde aansprakelijk voor is. Dat gedaagde de aansprakelijkheid jegens eisers heeft erkend, zoals eisers stellen, is verder ook niet onderbouwd. Dit volgt in ieder geval niet uit de met de broer gesloten vso. Ook de door eisers gestelde schending van privacy dan wel artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is niet onderbouwd. De vorderingen worden daarom afgewezen.
4.4.
Eisers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten van de Stichting betalen. De proceskosten van de Stichting worden vastgesteld op:
- salaris advocaat
614,00
(1 punt × € 614,-)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
792,00
4.5.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
wijst de vorderingen van eisers af,
5.2.
veroordeelt eisers in de proceskosten de Stichting van € 792,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,- plus de kosten van betekening als eisers niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW Pro) over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.3.
verklaart onderdeel 5.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. D. Sullivan, rechter, bijgestaan door mr. Z.A. Mees, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.