Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 13 januari 2026, waarvan de griffier zittingsaantekeningen heeft gemaakt.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele bodemzaak vordert de eiser, een eenmansaannemer, betaling van openstaande facturen van de gedaagde, een aannemersbedrijf dat betrokken was bij een bouwproject. De gedaagde voert verweer met opschorting en verrekening wegens vermeende bouwfouten en schade, en vordert in reconventie schadevergoeding.
De rechter stelt vast dat tussen partijen een contractuele relatie bestond waarbij de eiser in opdracht van de gedaagde werkzaamheden verrichtte. De gedaagde mocht zich niet beroepen op opschorting of verrekening omdat zij onvoldoende aannemelijk maakte dat zij een vordering op de eiser had. De vermeende bouwfouten zijn door de eiser hersteld en de achterliggende opdrachtgever bevestigt dat het werk naar behoren is uitgevoerd.
De gedaagde heeft een betalingsregeling erkend en deels nagekomen, waardoor haar beroep op dwaling faalt. De tegenvordering van de gedaagde wordt eveneens afgewezen. De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten van de eiser.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, incassokosten en proceskosten, en de tegenvordering wordt afgewezen.