Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure in de hoofdzaak en in het incident
2.De feiten
[film] ’(hierna: de film) bedacht en gemaakt. Hij speelde de hoofdrol in zijn eigen film. De film is een ‘super lowbudgetfilm’. [gedaagde 1] is bestuurder en enig aandeelhouder van [gedaagde 2] , het productiebedrijf dat hij op 17 december 2024 heeft opgericht.
bescheiden, niet zijnde een onderdeel van de hoofdcrew” genoemd, en heeft hij [eiser] verzoeken van de hand gewezen.
3.Het geschil in de hoofdzaak en in het incident ex artikel 223 Rv Pro
co-directorop de website IMDb, op straffe van een dwangsom;
“Was gezellig!
“Broooo heb die tapes terug gekeken
“Kan je ze eens sturen dan check ik ook nog eens”
“Ja is goed
“[Auditant B] spat meer van t scherm af en is inderdaad interessanter
director of photography, de opnameleider en andere cast- en crewleden. De precieze werkzaamheden van [eiser] tijdens de draaiperiode heeft hij per scene beschreven in een Excelbestand. Over enkele scenes schrijft hij:
decoupagevan shots waarmee een scene wordt opgebouwd. Op 24 juli 2023 heeft hij aan [gedaagde 1] zijn feedback op een vroege versie van de film gestuurd:
De Filmproducentvan Carolien Croon en Stienette Bosklopper, waarin de volgende omschrijving is opgenomen:
director of photography(DoP) over de planning en technische details, zonder betrokkenheid van [eiser] . Zo mailde [gedaagde 1] op 26 april 2023 aan de DoP:
allefinanciële informatie, omdat deze deels concurrentie- en bedrijfsgevoelig is.
4.De beoordeling in de hoofdzaak en in het incident
intro credits, de filmposter en IMDb. Een schending van dit persoonlijkheidsrecht levert in beginsel een onrechtmatig handelen op.
in casu[gedaagde 2] – deze vergoeding omdat zij de exploitatierechten via licentie of overdracht verkrijgt van de maker. Deze billijke vergoeding kan bestaan uit een vooraf te ontvangen honorarium, plus een draaidagvergoeding bestaande uit een percentage van het productiebudget. Partijen kunnen in plaats daarvan ook één forfaitaire lumpsumvergoeding overeenkomen.
ex tunc). Bij het beantwoorden van de vraag of een maker recht heeft op een aanvullende vergoeding op de voet van artikel 25d Aw, moet juist worden gekeken naar de situatie zoals die nu is (
ex nunc). [2]
De Filmproducenten verklaringen van enkele ervaren regisseurs en regieassistenten. Volgens [gedaagde 1] komt daaruit naar voren dat een regisseur de artistieke verantwoordelijkheid draagt en zijn persoonlijke stempel op de creatieve uitvoering van de film drukt. Daarbij is hij constant in overleg met alle betrokken departementen. De keuze voor de acteurs ligt bij de regisseur. Als het team compleet is, bezoekt de regisseur locaties, stelt shotlijsten op met de DoP, bespreekt het budget met de uitvoerend producer en maakt de opnameplanning met de opnameleider. Tijdens de draaidagen heeft de regisseur de artistieke leiding op de set en overlegt voortdurend met cast en crew. Tijdens de postproductie is de regisseur verantwoordelijk voor de montage van de film, wat vooral in overleg met de editor en
sound designergebeurt. De regisseur wordt vaak bijgestaan door een opnameleider(s) en regieassistent(en). De opnameleider is betrokken vanuit de productionele hoek en de regieassistent vanuit de artistieke hoek. De regieassistent is betrokken bij de preproductie – namelijk bij de repetities en soms ook bij casting – en bij de draaiperiode. Hij of zij is de directe assistent van de regisseur en ondersteunt zowel inhoudelijk als organisatorisch. Bij de preproductie denk de regieassistent bijvoorbeeld mee over het script, maakt afspraken met departementshoofden en notuleert vergaderingen. Tijdens de opnames bewaakt hij de visie van de regisseur, stelt vragen en stuurt bij, stelt dagrapporten op voor de
editoren lost kleine problemen zelfstandig op. Bij de postproductie is hij niet betrokken.
Transparantie over exploitatiecontractenvan mr. De Zwaan.
intro credits, aftiteling en IMDb?
5.De beslissing
18 februari 2026voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder 4.11,