Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2] B.V.,
1.De procedure
- het getuigenverhoor van 15 december 2025,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele bodemzaak heeft de rechtbank Amsterdam op 17 februari 2026 uitspraak gedaan over de voortzetting van een huurovereenkomst na het overlijden van de oorspronkelijke huurder. Eiseres stelde dat zij haar hoofdverblijf had in het gehuurde en met de overledene een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde. Na een tussenvonnis en een getuigenverhoor werd nader bewijs geleverd, waaronder verklaringen van familieleden en buren.
De rechtbank oordeelde dat uit de getuigenverklaringen en overige stukken voldoende blijkt dat eiseres jarenlang met de overledene heeft samengewoond in het gehuurde. Ondanks dat eiseres regelmatig familie in Suriname bezocht en niet altijd op het adres was ingeschreven, was haar feitelijke verblijf in de woning voldoende vastgesteld. Ook was er sprake van een affectieve relatie met de intentie om blijvend samen te wonen.
Op grond hiervan werd de vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst jegens gedaagde 1 toegewezen, terwijl de vorderingen jegens gedaagde 2 werden afgewezen. Gedaagde 1 werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en wettelijke rente, terwijl de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard. De vorderingen van gedaagden in reconventie werden afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt voortgezet door eiseres jegens gedaagde 1 en gedaagde 1 wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.