ECLI:NL:RBAMS:2026:1690

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
17 februari 2026
Zaaknummer
C/13/780600 / KG ZA 25-1040
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 194 RvArt. 195 RvArt. 196 lid 2 RvArt. 438 lid 5 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Inzagevordering inzake bewijsbeslag bij overname vakantieparken Dormio, Roompot en Landal

Dormio Group B.V. vordert in kort geding inzage in gegevens waarop zij bewijsbeslag heeft gelegd bij Roompot Recreatie Beheer B.V. en Landal GreenParks B.V. Dit beslag betreft data over marketingactiviteiten rondom 30 vakantieparken die Dormio van Roompot en Landal heeft overgenomen na een ACM-vergunning met voorwaarden.

Dormio stelt dat Roompot en Landal tekortschieten in hun verplichtingen onder de Transitional Services Agreement (TSA) en Marketing Agreement (MA), wat leidt tot een significante terugval in boekingen. Dormio wil met de gevorderde inzage haar stellingen in een bodemprocedure onderbouwen. Roompot en Landal verzetten zich tegen de omvang en vertrouwelijkheid van de gevraagde gegevens en betwisten tekortkomingen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat Dormio voldoende belang heeft en dat de gevraagde gegevens voldoende bepaald zijn. Hoewel er sprake is van vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie, wegen de belangen van Dormio zwaarder. Inzage wordt toegewezen onder de voorwaarde dat de deurwaarder eerst een selectie maakt, Roompot en Landal deze selectie mogen inzien en binnen 14 dagen bezwaar kunnen maken, waarna de rechter overblijvende geschillen beslist.

De reconventionele vorderingen van Roompot en Landal tot opheffing van het bewijsbeslag worden afgewezen. Roompot en Landal worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst Dormio inzage toe in geselecteerde gegevens met een bezwaarprocedure en wijst de reconventionele vordering af.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/780600 / KG ZA 25-1040 EAM/MV
Vonnis in kort geding van 17 februari 2026
in de zaak van

1.DORMIO GROUP B.V.,

2.
SUMMIO PARCS B.V.,
beide gevestigd te Arnhem,
eisende partijen in conventie bij dagvaarding van 30 december 2025,
gedaagde partijen in reconventie,
hierna samen te noemen: Dormio,
advocaten: mr. T.G. Wouda, mr. J. Becker en mr. J. Lubbers,
tegen

1.ROOMPOT RECREATIE BEHEER B.V.,

gevestigd te Wissenkerke,
2.
RP GROUP BV,
gevestigd te Kamperland,
hierna samen te noemen: Roompot,
3.
LANDAL GREENPARKS B.V.,
gevestigd te Den Haag,
4.
LANDAL GREENPARKS HOLDING B.V.,
gevestigd te Den Haag,
hierna samen te noemen: Landal,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
advocaten mr. J.B.R. Regouw en mr. F.J. van den Bergen-Batista.

1.De procedure

Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 3 februari 2026 heeft Dormio de dagvaarding toegelicht. Roompot en Landal hebben verweer gevoerd en een vordering in reconventie ingediend. Dormio heeft de vordering in reconventie bestreden. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van Dormio: [naam 1] , [naam 2] en mr. S. Hissink met mr. Wouda,
mr. Becker en mr. Lubbers;
aan de zijde van Roompot en Landal: [naam 3] met mr. Regouw en mr. Van den Bergen-Batista.
Na verder debat is vonnis bepaald op 17 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
Partijen exploiteren recreatief vastgoed (vakantieparken).
2.2.
Op 21 september 2021 heeft Roompot het voornemen om Landal over te nemen gemeld aan de Autoriteit Consument & Markt (ACM).
2.3.
Op 29 november 2021 heeft de ACM besloten dat een vergunning nodig is voor deze overname omdat hierdoor de concurrentie op de markt waarop Roompot en Landal actief zijn negatief wordt beïnvloed.
2.4.
Naar aanleiding van berichten van de ACM dat Roompot en Landal na de overname een deel van hun vakantieparken moeten afstoten, heeft Dormio kenbaar gemaakt geïnteresseerd te zijn om een deel van die parken over te nemen. Nadat partijen hierover in hoofdlijnen overeenstemming hadden bereikt, hebben zij op 11 januari 2023 een zogenoemd
Signing Protocolondertekend.
2.5.
Op 12 april 2023 heeft de ACM de onder 2.3 bedoelde vergunning verleend. Hieraan heeft de ACM de voorwaarde verbonden dat 30 vakantieparken worden overgedragen aan Dormio. Partijen duiden die 30 parken aan als de ‘Havana-parken’. Ook heeft de ACM aan Roompot en Landal de voorwaarde opgelegd om ten behoeve van de Havana-parken marketingdiensten te blijven verrichten, dit om Dormio in staat te stellen daadwerkelijk, effectief en op duurzame wijze te concurreren.
2.6.
Op 14 april 2023 hebben partijen een
Sale and Purchase Agreement(SPA) gesloten op grond waarvan Dormio (indirect) de 30 vakantieparken heeft gekocht van Roompot en Landal. De hiervoor benodigde aandelentransactie heeft plaatsgevonden op 31 mei 2023.
2.7.
Eveneens op 31 mei 2023 hebben partijen twee overeenkomsten gesloten: de
Transitional Services Agreement(TSA) en de
Marketing Agreement(MA). Met de TSA en de MA hebben Roompot en Landal – kort gezegd – uitvoering gegeven aan de door de ACM opgelegde voorwaarde om ten behoeve van de Havana-parken marketingdiensten te blijven verrichten. De TSA is eind december 2023 tot een einde gekomen. De MA kende een aanvankelijke looptijd van een jaar met de mogelijkheid om tweemaal een jaar te verlengen. De MA is tweemaal verlengd en loopt dus tot 31 mei 2026.
2.8.
Op 1 november 2023 respectievelijk 4 december 2023 heeft Dormio het commercieel beheer overgenomen van de Havana-parken die voorheen eigendom waren van Landal respectievelijk Roompot.
2.9.
Op 23 februari 2024 hebben partijen twee addenda bij de MA ondertekend (door partijen aangeduid als Addendum 1 en Addendum 2).
2.10.
Op 13 juni 2024 hebben Roompot en Landal gegevens verstrekt aan Dormio (door partijen aangeduid als de eerste dataset). Hieraan is een e-mailcorrespondentie tussen partijen voorafgegaan die is gestart op 20 juni 2023 (zie de producties 14 tot en met 24 van de zijde van Dormio). Aanleiding hiervoor waren door Dormio geuite zorgen over de terugval in het aantal boekingen met betrekking tot de Havana-parken, die volgens Dormio is ingezet kort na het sluiten van de TSA en de MA.
2.11. In de periode van 21 juni 2024 tot en met 30 augustus 2024 hebben partijen naar aanleiding van het verstrekken van de eerste dataset opnieuw met elkaar gecorrespondeerd (zie de producties 26 tot en met 30 van de zijde van Dormio).
2.12.
Bij brief van 27 november 2024 heeft de advocaat van Dormio onder meer bericht dat Roompot en Landal tekort zijn geschoten in de verplichtingen onder de TSA, in het bijzonder ten aanzien van de door Roompot en Landal ten behoeve van Dormio te verrichten marketinginspanningen. Volgens Dormio is sprake van een significante en aanhoudende verslechtering van de marketingresultaten. In de brief zijn Roompot en Landal gesommeerd binnen twee weken een aantal gegevens te verstrekken.
2.13.
Nadien is wederom gecorrespondeerd tussen partijen en op 3 januari 2025 hebben Roompot en Landal nadere gegevens verstrekt aan Dormio (door partijen aangeduid als de tweede dataset).
2.14.
Op 22 september 2025 heeft Dormio bij de voorzieningenrechter van deze rechtbank een verzoek ingediend om conservatoir bewijsbeslag te mogen leggen ten laste van Roompot en Landal. Het verzoek is erop gebaseerd dat Roompot en Landal hun verplichtingen onder TSA en de MA niet zijn nagekomen, hetgeen volgens Dormio blijkt uit een significante terugval in het aantal boekingen. Omdat de zogenoemde eerste en tweede dataset Dormio niet van voldoende informatie voorzien om aan te tonen dat Roompot en Landal hun verplichtingen niet zijn nagekomen, verzoekt Dormio conservatoir bewijsbeslag te mogen leggen op de gegevens die zijn genoemd onder randnummers 124 tot en met 140 van het beslagrekest.
2.15.
Op 24 september 2025 heeft de voorzieningenrechter het gevraagde verlof verleend. DigiJuris B.V. (DigiJuris) is aangewezen als gerechtelijk bewaarder. Aan het verlof is de voorwaarde verbonden dat de eis in de hoofdzaak wordt ingesteld binnen veertien dagen na de (eerste) beslaglegging. Die termijn is nadien enkele keren verlengd.
2.16.
Op 22 oktober 2025 heeft de deurwaarder (daarbij ondersteund door een IT-deskundige van DigiJuris) een aanvang genomen met het leggen van het bewijsbeslag. Omdat het leggen van dit beslag tot op heden niet is afgerond, heeft de deurwaarder nog geen proces-verbaal van beslaglegging afgegeven.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
Dormio vordert
in conventiebij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. toestemming om afschrift te ontvangen van en inzage te verkrijgen in de gegevens waarop Dormio ten laste van Roompot en Landal bewijsbeslag heeft doen leggen en die bij DigiJuris in bewaring zijn gegeven, voor zover de gegevens voldoen aan de omschrijving in paragraaf 7.3 onderdeel (iii) van de dagvaarding, althans aan een door de voorzieningenrechter vast te stellen omschrijving;
II. te bepalen dat de deurwaarder, al dan niet met de gerechtelijk bewaarder DigiJuris, uit de gegevens waarop Dormio het bewijsbeslag heeft doen leggen, de gegevens dient te selecteren die voldoen aan de omschrijving in paragraaf 7.3 onderdeel (iii) van de dagvaarding, althans aan een door de voorzieningenrechter vast te stellen omschrijving, alvorens daarvan afschrift te verstrekken en inzage te verlenen aan Dormio;
III. een en ander op straffe van dwangsommen; en
IV. Roompot en Landal hoofdelijk te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente, en in de nakosten.
3.2.
Uit paragraaf 7.3 onderdeel (iii) van de dagvaarding volgt – samengevat weergegeven – dat Dormio inzage wenst in de volgende gegevens:
(a)de data met betrekking tot de online marketingcampagnes in de periode van 31 mei 2022 tot en met de datum van de beslaglegging, waaronder de marketingkosten;
(b)de gevoerde e-mailmarketing (zoals nieuwsbrieven) en bijbehorende rapportages in de periode van 31 mei 2022 tot en met de datum van de beslaglegging;
(c)de inhoud van de websites, waaronder historische logs en screenshots, waarin een overzicht van de vakantieparken wordt weergegeven, in de periode van 31 mei 2022 tot en met de datum van de beslaglegging;
(d)interne en externe correspondentie met betrekking tot de marketing van de Havana-parken die is gevoerd tussen marketingmedewerkers en leidinggevenden van Roompot en Landal, waarbij Dormio de zoektermen aanscherpt ten opzichte van de zoektermen die zij in het beslagrekest heeft genoemd (zij gaat thans uit van de zoektermen Havana, Havana-parken, Dormio, TSA, Transitional Services Agreement, MA, Marketing Agreement of een van de Havana-parknamen, of waarin een combinatie van de volgende zoektermen voorkomt (i) parknamen of parknames in combinatie met Google Ads, paid search, betaalde zoekresultaten of strategiewijziging, of (ii) nieuwsbrieven in combinatie met Hoevenaar);
(e)totaaloverzichten marketingcampagnes met betrekking tot de periode van 31 mei 2022 tot en met de datum van de beslaglegging waarin zoektermen voorkomen die rechtstreeks betrekking hebben op Dormio of op de (overeenkomsten ten aanzien van de) Havana-parken: Havana, Havana-parken, TSA, MA of Dormio;
(f)Publishers / affliliatesin de periode van 23 februari 2024 (datum totstandkoming Addendum 1) tot en met de datum van de beslaglegging, dit in verband met de in Addendum 1 opgenomen verplichting van Roompot en Landal om
Publishers / affliliatesin te zetten ten behoeve van de Havana-parken.
3.3.
Dormio legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. De TSA voorziet in een regeling voor de periode direct na de overdracht waarin de Havana-parken moeten worden ontvlochten van de diensten en systemen van Roompot en Landal, maar tegelijkertijd wel operationeel moeten blijven. De TSA bepaalt in de kern dat Roompot en Landal diensten moeten verlenen die nodig zijn om de bedrijfsvoering van de Havana-parken op dezelfde voet te continueren. Het betreft met name IT-diensten (inclusief de boekingssystemen),
finance, HR en commercie (waaronder marketing). Op grond van artikel 2.2 van de TSA dienen Roompot en Landal de marketingdiensten “
with the same level of care and effort” te verrichten als in de periode van 12 maanden voorafgaand aan
31 mei 2023. Uit artikel 14 van Pro de TSA vloeit – kort gezegd – voort dat Roompot en Landal onder omstandigheden verplicht zijn informatie aan Dormio te verschaffen. De MA regelt dat Roompot en Landal de Havana-parken op hun websites moeten blijven aanbieden op dezelfde wijze als vóór de overdracht. Het doel van de MA is het waarborgen van de ‘
going concern’-waarde van de Havana-parken. In de artikelen 8 en 11 van Addendum 1 bij de MA is – kort gezegd – opgenomen dat Roompot en Landal trachten het aantal boekingen via hun websites te maximaliseren en dat zij de nodige, redelijke inspanningen moeten verrichten om te bereiken dat er zoveel mogelijk boekingen worden gedaan. Alle verplichtingen van Roompot en Landal volgden overigens ook reeds uit het
Signing Protocol(zie onder 2.4), dat is ondertekend vóór het aangaan van de TSA en MA.
3.4. Dormio voert verder aan dat kort na de overdracht van de Havana-parken sprake was van een significante terugval in het aantal boekingen. De gegevens die Roompot en Landal hebben aangeleverd (de eerste en tweede dataset) bevestigen deze terugval. Volgens Dormio werden de Havana-parken niet of nauwelijks meer genoemd in de nieuwsbrieven en stonden zij niet op of onderaan de websites van Roompot en Landal. Geen enkel Havana-park wordt prominent weergegeven, terwijl Roompot en Landal voor hun eigen parken wél parkspecifieke marketingactiviteiten ontplooiden. Al met al heeft Dormio goede gronden om te vrezen dat Roompot en Landal op ernstige wijze zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen onder de TSA en de MA. Dat Roompot en Landal zogenaamd een ‘strategiewijziging’ hebben doorgevoerd is geen “
reasonable” verklaring voor de terugval. Ook de andere verklaringen waarmee zij nu komen zijn onverenigbaar met elkaar en sterken Dormio in haar vermoeden dat die achteraf worden geconstrueerd. Roompot en Landal hebben in ieder geval hun verplichting geschonden om de marketingdiensten “
with the same level of care and effort” te verrichten als in de periode van 12 maanden voorafgaand aan
31 mei 2023.
3.5.
Roompot en Landal hebben het voorstel van Dormio om vrijwillig inzage te geven in de gevraagde gegevens afgewezen en ook gesprekken leidden tot niets, aldus Dormio. De inzagevordering die Dormio thans op grond van artikel 195 lid 1 Rv Pro in dit kort geding instelt, voldoet aan de eisen van artikel 194 lid 1 Rv Pro en gewichtige redenen als genoemd in artikel 196 lid 2 Rv Pro die zich tegen afschrift verzetten zijn niet aanwezig. Ter toelichting voert Dormio aan dat zij partij is bij een rechtsbetrekking met Roompot en Landal, dat zij voldoende belang heeft bij afschrift van de gevraagde gegevens, dat die gegevens voldoende bepaald zijn en dat Roompot en Landal ook beschikken over de gevraagde informatie. Het belang van Dormio is er met name in gelegen dat zij in een nog te starten bodemprocedure tegen Roompot en Landal nader moet kunnen onderbouwen dat zij hun verplichtingen onder de TSA en de MA niet zijn nagekomen en wat de omvang van de schade van Dormio is (volgens Dormio gaat het om miljoenen euro’s). Gezien de aansprakelijkheidsbeperkingen die zijn opgenomen in de artikelen 15 van de TSA en 9 van de MA moet Dormio niet alleen aantonen dat Roompot en Landal zijn tekortgeschoten, maar ook dat zij daarbij opzettelijk althans op bewust roekeloze wijze hebben gehandeld. Het belang bij inzage volgt ook uit de TSA zelf. In artikel 14 van Pro die overeenkomst is immers bepaald dat Roompot en Landal gehouden zijn om Dormio toegang te verlenen tot gegevens voor zover dit redelijkerwijs vereist is om te verifiëren of zij de TSA naleven (mits Dormio te goeder trouw van mening is dat Roompot en Landal wezenlijk in strijd handelen met de TSA). Partijen hebben dus uitdrukkelijk onderkend dat Dormio een gerechtvaardigd belang heeft, dit alles volgens Dormio.
3.6.
Roompot en Landal hebben – samengevat weergegeven – het verweer gevoerd dat niet is voldaan aan de eisen van artikel 194 Rv Pro. Dormio verlangt inzage in een onwaarschijnlijk grote hoeveelheid (onvoldoende bepaalde) bedrijfsgevoelige gegevens, die Dormio bovendien niet verder zullen helpen. Dormio heeft onzuivere motieven bij haar inzagevordering; zij is niet op zoek naar bewijs voor tekortkomingen, maar zij wil kunnen beschikken over vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie. Roompot en Landal betwisten dat zij zijn tekortgeschoten in de nakoming van de TSA en MA. Dit is louter speculatie van Dormio en dit levert dan ook geen inzagerecht op. Roompot en Landal streven naar een rendabele inzet van betaalde online-marketing en zij hebben beleidsvrijheid om naar bevind van zaken te handelen. Zij hebben zich niet verbonden om altijd, op eigen kosten, alle denkbare vormen van online-marketing maximaal in te zetten, enkel om Dormio te gerieven. Dormio kan niet verwachten dat Roompot en Landal dure advertentie-campagnes voeren voor een provisie van 14% die Dormio over een boeking betaalt.
3.7.
Indien de voorzieningenrechter Dormio toch inzage zou willen verlenen in een of
meer van de gevraagde gegevens, dan zijn Roompot en Landal van mening dat de voorzieningenrechter het volgende dient te bepalen:
(i) Dat de deurwaarder na de uitgevoerde dataselectie eerst een kopie van de
geselecteerde gegevens verstrekt aan (de advocaat van) Roompot en Landal, waarna Roompot en Landal veertien dagen de tijd hebben om bezwaar te maken tegen de verstrekking van concrete, in die selectie opgenomen gegevens. Kunnen partijen het niet
eens worden over dit bezwaar, dan zal de voorzieningenrechter na kennisneming van de bedoelde gegevens – en voordat deze gegevens aan Dormio zijn verstrekt – beslissen op het bezwaar van Roompot en Landal. De aldus ontsloten informatie mag niet met derden worden gedeeld, en deze mag evenmin worden gebruikt voor andere claims van Dormio of aan haar gelieerde partijen; en voorts dat
(ii) Dormio de met verschaffing van inzage en/of afschrift naar verwachting gemoeide kosten – die afhankelijk zijn van de aard en omvang van de gegevens – vooraf betaalt of zekerheid stelt in de vorm van een bankgarantie.
3.8.
Roompot en Landal vorderen
in reconventiebij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
I. het conservatoir bewijsbeslag, dat Dormio heeft doen leggen onder Roompot en Landal, op te heffen;
II. Dormio te bevelen de in beslag genomen gegevens terug te geven, althans alle
gemaakte kopieën te (doen) vernietigen; en
III. Dormio te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.9.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

In conventie:
4.1.
Op grond van artikel 194 Rv Pro geldt – kort gezegd – dat een partij bij een rechtsbetrekking recht heeft op inzage in gegevens indien zij daarbij voldoende belang heeft, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten. Op grond van artikel 195 Rv Pro kan de rechter, op verzoek van de partij die daar ingevolge artikel 194 Rv Pro recht op heeft, de wederpartij bevelen tot het verstrekken van inzage in
bepaaldegegevens.
4.2.
De artikelen 194 en 195 Rv maken deel uit van de per 1 januari 2025 in werking getreden Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Uitgangspunt hierbij was en is “toewijzing, tenzij”. Dit uitgangspunt sluit aan bij het belang van de waarheidsvinding in een civiele procedure. [1]
4.3.
Aangezien Dormio stelt de gevraagde gegevens nodig te hebben om haar stellingen in een nog te starten bodemprocedure te onderbouwen, heeft zij een spoedeisend belang om haar vorderingen in dit kort geding te laten beoordelen.
4.4.
Anders dan Roompot en Landal hebben betoogd, leent dit geschil zich wel voor behandeling in kort geding. Welke verplichtingen partijen in de TSA en MA op zich hebben genomen zal weliswaar uiteindelijk in een bodemprocedure moeten worden vastgesteld, maar de voorzieningenrechter kan in kort geding – indien dat voorshands voldoende aannemelijk is – vooruitlopen op het oordeel van de bodemrechter.
4.5.
Vervolgens ligt de vraag voor of de inzagevordering van Dormio voldoet aan de vereisten van de artikelen 194 en 195 Rv.
Rechtsbetrekking
4.6.
Het begrip “rechtsbetrekking” moet ruim worden opgevat. [2] De rechtsbetrekking die in dit geval aan de vordering ten grondslag ligt bestaat uit de verhouding tussen partijen die voortvloeit uit de vergunning van de ACM in combinatie met de (in december 2023 geëindigde) TSA en de MA. Roompot en Landal zijn hierin (vermoedelijk) tekortgeschoten, aldus Dormio, waardoor Dormio een vordering heeft uit hoofde van schadevergoeding. Bovendien hebben Roompot en Landal zich contractueel verbonden om Dormio toegang te verlenen tot de gegevens waarin zij thans inzage vordert, aldus Dormio. Dit alles is voldoende om een rechtsbetrekking aan te nemen.
Voldoende belang4.7. Dormio heeft voldoende belang bij inzage in de gegevens. Dit volgt mede uit hetgeen hiervoor is overwogen over de rechtsbetrekking. Dormio heeft haar belang onderstreept door aan te voeren dat zij direct na de overname van de Havana-parken een aanzienlijke verslechtering constateerde in het aantal boekingen. Dormio heeft dit in de periode 2023-2024 met enige regelmaat bij Roompot en Landal aangekaart maar heeft hiervoor geen sluitende verklaring ontvangen en ook uit de eerste en tweede dataset kan hiervoor geen verklaring worden afgeleid (althans volgens Dormio). Dormio heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat de Havana-parken niet of nauwelijks meer voorkwamen in de nieuwsbrieven, noch in de overige e-mailmarketing en dat zij niet of slechts onderaan werden getoond op de websites van Roompot en Landal. Het aantal sessies uit
paid searchis gedaald en de inzet van
publishersen
affiliatesten behoeve van de Havana-parken is gestaakt. Al met al is volgens Dormio het totale aantal websitebezoekers (
traffic) in 2023 met 1,14 miljoen gedaald ten opzichte van 2022. Roompot en Landal hebben hier in hun conclusie van antwoord voorshands onvoldoende tegenin gebracht. Zij geven geen (inhoudelijke) verklaring over de tegenvallende cijfers. Zij hebben enkel aangevoerd dat de vermoedens van Dormio berusten op speculatie en aannames, dat inzage in de gegevens niet nodig is voor de uitleg van contractuele verbintenissen, dat Dormio reeds beschikt over alle informatie om haar klachten te onderbouwen en dat inzage evenmin nodig is om “wanprestatie” en “opzet of bewuste roekeloosheid” te onderbouwen (omdat dit juridische kwalificaties zijn). Hiermee miskennen Roompot en Landal dat Dormio in het kader van de aan te spannen bodemprocedure voldoende belang heeft bij inzage in feitelijke gegevens.
Bepaalde gegevens en gewichtige redenen
4.8.
Inzage kan alleen worden toegewezen in gegevens die voldoende bepaald zijn en indien geen sprake is van gewichtige redenen die zich tegen inzage verzetten. In dit geval vordert Dormio inzage in de onder 3.2 van dit vonnis genoemde gegevens. In hun conclusie van antwoord hebben Roompot en Landal aangevoerd dat hier gaat om inzage in een (te) grote hoeveelheid aan onvoldoende bepaalde gegevens. Tevens hebben zij aangevoerd dat sprake is van vertrouwelijke en concurrentiegevoelige gegevens. De gevraagde gegevens zien immers niet alleen op de Havana-parken maar ook op de parken van Roompot en Landal zelf. In randnummers 103 tot en met 120 van hun conclusie van antwoord leggen Roompot en Landal uit dat de gegevens met betrekking tot de
onlinemarketingcampagnes, e-mailmarketingactiviteiten (zoals nieuwsbrieven), marketingoverzichten van eerdere marketingcampagnes en data uit netwerken van
affiliate platformsbij uitstek vertrouwelijk en concurrentiegevoelig zijn, zodat sprake is van gewichtige redenen die zich tegen inzage verzetten. Ook de gevraagde communicatie, waaronder communicatie met geheimhouders (gewezen wordt op het verschoningsrecht van advocaten) is vertrouwelijk. Roompot en Landal hebben hieraan toegevoegd dat Dormio ook inzage wil hebben in alle (interne) communicatie tussen marketingmedewerkers en leidinggevenden van Roompot en Landal, maar dat niet duidelijk is wie Dormio beschouwt als marketingmedewerker. Inzage in vertrouwelijke interne correspondentie is bovendien onverenigbaar met het algemeen aanvaarde beginsel dat eenieder zonder inmenging van de buitenwereld (dus in vrijheid en beslotenheid) zijn gedachten moet kunnen vormen, zeker wanneer een juridisch geschil met derden dreigt, dit alles aldus Roompot en Landal.
4.9.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Aan Roompot en Landal kan worden toegegeven dat inzage wordt gevorderd in een betrekkelijk grote hoeveelheid gegevens over een betrekkelijk lange periode. Dat mogelijk sprake is van vertrouwelijke en concurrentiegevoelige gegevens staat in dit geval niet aan inzage in de weg. Het ligt niet voor de hand dat marketinggegevens over het verleden concurrentiegevoelig kunnen zijn omdat marketingbeleid in de regel dynamisch is en steeds wordt afgestemd op de actuele situatie. Verder heeft Dormio terecht aangevoerd dat gegevens die zien op de eigen Havana-parken niet vertrouwelijk of concurrentiegevoelig kunnen zijn. Gegevens die zien op de parken van Roompot en Landal zijn mogelijk wel concurrentiegevoelig maar de voorzieningenrechter oordeelt dat Roompot en Landal ook die gegevens moeten verschaffen, voor zover die voor Dormio nodig zijn om de vergelijking te maken tussen de Havana-parken en de parken van Roompot en Landal (bijvoorbeeld om de effecten van de beweerde strategiewijziging te kunnen vergelijken). Het kunnen maken van die vergelijking is essentieel voor Dormio om te bezien of Roompot en Landal verwijten kunnen worden gemaakt met betrekking tot de tegenvallende boekingen, zodat een afweging van belangen in het voordeel van Dormio uitvalt. Bij dit alles is van belang dat Dormio niet “zo maar” een concurrent is, maar op basis van de vergunning van de ACM de Havana-parken heeft overgenomen, waarbij waarborgen zijn ingebouwd (de TSA en de MA) voor de continuïteit van de bedrijfsvoering. Hieruit vloeiden voor Roompot en Landal bepaalde verplichtingen voort, die zij vrijwillig zijn aangegaan. Overigens heeft Dormio voorshands terecht aangevoerd dat ook uit artikel 14 van Pro de TSA voortvloeit dat Roompot en Landal onder omstandigheden gehouden zijn (mogelijk concurrentiegevoelige) informatie te verschaffen.
4.10. Ten aanzien van de gevorderde (interne) correspondentie overweegt de voorzieningenrechter dat geen inzage behoeft te worden gegeven in correspondentie met advocaten omdat voor hen het verschoningsrecht geldt. Voor de verdere correspondentie geldt dat Dormio haar verzoek heeft ingeperkt aan de hand van de onder punt 152 van de dagvaarding genoemde zoektermen. Haar vordering ziet dus op correspondentie die rechtstreeks betrekking heeft op Dormio en de Havana-parken en op correspondentie die ziet op de vermeende strategiewijziging van Roompot en Landal en op interne correspondentie naar aanleiding van de e-mail van E. Hoevenaar over het niet vermelden van de Havana-parken in de nieuwsbrieven. Dormio heeft aldus haar vordering zo goed als kan weten te beperken. Dat het begrip “marketingmedewerker” niet vastomlijnd zou zijn, staat niet aan inzage in de weg. Hetzelfde geldt voor het argument van Roompot en Landal dat eenieder zonder inmenging van de buitenwereld (dus in vrijheid en beslotenheid) zijn gedachten moet kunnen vormen. Dit is op zich juist, maar niet als die gedachtevorming ertoe leidt dat de verplichtingen uit hoofde van de TSA en de MA niet worden nagekomen. Met name daaruit zal moeten blijken of Dormio haar vordering in de bodemprocedure zal kunnen onderbouwen, zodat een afweging van belangen in het voordeel van Dormio uitvalt.
Conclusie tot zover
4.11.
De conclusie tot zover is dat de bezwaren van Roompot en Landal niet aan de gevorderde inzage in de weg staan. Dat nog geen proces-verbaal van beslaglegging is opgesteld staat evenmin aan toewijzing van de vordering van Dormio in de weg. Het is uiteraard wel de bedoeling dat dit proces-verbaal
zo snel mogelijkwordt opgesteld. Om desalniettemin aan de bezwaren van Roompot en Landal tegemoet te komen zal de voorzieningenrechter bepalen (zoals door beide partijen subsidiair verzocht) om eerst de deurwaarder (met behulp van DigiJuris) een eerste selectie van de gegevens waarvan inzage wordt verlangd te laten maken, aan de hand van hetgeen hiervoor is overwogen. Die selectie zal in eerste instantie alleen aan Roompot en Landal mogen worden verstrekt. Zij krijgen dan veertien dagen de tijd om bij de deurwaarder hun eventuele bezwaren in te dienen. Indien het Roompot en Landal vervolgens niet lukt om hierover overeenstemming te verkrijgen met de deurwaarder, kan de kwestie opnieuw aan de voorzieningenrechter worden voorgelegd, eventueel door middel van een zogenoemd deurwaarderskortgeding (artikel 438 lid 5 Rv Pro).
4.12.
Al met al betekent dit dat vordering I in conventie niet zal worden toegewezen en dat vordering II zal worden toegewezen op de wijze zoals Roompot en Landal hebben bepleit op pagina 36 van de conclusie van antwoord. De in conventie gevorderde dwangsom (vordering III) zal worden beperkt zoals in de beslissing vermeld.
Voorschot op de gemaakte en nog te maken kosten
4.13.
In hun conclusie van antwoord hebben Roompot en Landal bepleit dat aan een toewijzing van de inzagevordering de voorwaarde moet worden verbonden dat Dormio een voorschot betaalt op de gemaakte en nog te verwachten kosten dan wel dat Dormio hiervoor passende zekerheid stelt (in de vorm van een bankgarantie). Roompot en Landal hebben hiertoe aangevoerd dat zij voor het identificeren, verzamelen en toegankelijk maken van een omvangrijke hoeveelheid digitale gegevens reeds € 22.684,00 aan kosten hebben gemaakt. Daarnaast bedragen de maandelijkse kosten voor het hosten en toegankelijk maken van de relevante gegevens € 23.999,22, aldus Roompot en Landal. Voorts verwachten zij nog eenmalig € 5.000,00 aan extra kosten.
4.14.
De voorzieningenrechter is thans van oordeel dat in dit kort geding geen reële inschatting kan worden gemaakt van de kosten. Evenmin kan een redelijk voorschot worden bepaald. Het partijdebat is hierover niet gevoerd. Het wordt daarom aan de bodemrechter overgelaten – die hier beter voor is toegerust – om over de kosten te beslissen.
Proceskosten
4.15.
Roompot en Landal zijn in conventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dormio worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.766,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.809,40
4.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4.17.
De proceskosten veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
In reconventie:
4.18.
Uit hetgeen in conventie is overwogen volgt dat de vorderingen in reconventie niet toewijsbaar zijn.
4.19.
Roompot en Landal zullen als de in reconventie in het ongelijk gesteld partij in de proceskosten worden veroordeeld. Gezien de samenhang met het geding in conventie worden de proceskosten van Dormio begroot op nihil.

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
In conventie:
5.1.
bepaalt dat de deurwaarder met behulp van DigiJuris uit de gegevens waarop Dormio ten laste van Roompot en Landal bewijsbeslag heeft doen leggen en welke bij DigiJuris in bewaring zijn gesteld de gegevens dient te selecteren die vallen onder de beschrijving in paragraaf 7.3 onderdeel (iii) van de dagvaarding, met inachtneming van hetgeen in dit vonnis is opgenomen, met name in r.o. 4.9 tot en met r.o. 4.10,
5.2.
bepaalt dat de deurwaarder nadat de onder 5.1 bedoelde selectie heeft plaatsgevonden eerst een kopie hiervan verstrekt aan (de advocaat van) Roompot en Landal, waarna Roompot en Landal veertien dagen de tijd hebben om bezwaar te maken tegen de verstrekking aan Dormio van de concrete in die selectie opgenomen gegevens en bepaalt dat indien partijen het niet eens kunnen worden over de bezwaren van Roompot en Landal de voorzieningenrechter (in een separate procedure) over die bezwaren zal beslissen, alvorens de gegevens aan Dormio of aan Dormio gelieerde partijen mogen worden verstrekt,
5.3.
bepaalt dat Roompot en Landal een dwangsom verschuldigd zijn als zij na het eerste verzoek van de deurwaarder en/of DigiJuris niet binnen een termijn van drie dagen medewerking verlenen, bijvoorbeeld door het niet beschikbaar stellen van toegangscodes, gebruikersnamen en wachtwoorden ten behoeve van de selectie en afschrift van de gegevens conform dit vonnis van € 5.000,00, te vermeerderen met € 1.000,00 per uur, tot een maximum van € 500.000,00 is bereikt,
5.4.
veroordeelt Roompot en Landal hoofdelijk in de proceskosten van € 2.809,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als het vonnis wordt betekend,
5.5.
veroordeelt Roompot en Landal hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
In reconventie:
5.8.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.9.
veroordeelt Roompot en Landal in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Dormio begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2026.
Coll: CB