ECLI:NL:RBAMS:2026:1739
Rechtbank Amsterdam
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Betalingsvordering afgewezen wegens ontbreken overeenkomst met eenmanszaak
Eiser, werkzaam in de bouwsector en bestuurder van een BV en een eenmanszaak, vorderde betaling van facturen die hij aan DCV had gestuurd. DCV had eerder een overeenkomst met de BV, maar eiser stelde dat de werkzaamheden in december 2024 via zijn eenmanszaak waren verricht en betaling daarop had moeten plaatsvinden.
DCV betwistte dat zij op de hoogte was van de wijziging en mocht volgens de rechtbank vertrouwen op de bestaande overeenkomst met de BV. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat DCV tijdig was geïnformeerd over de nieuwe contractspartij. De mededeling over een gewijzigd rekeningnummer en het gebruik van een ander logo en e-mailadres waren onvoldoende om DCV te laten vermoeden dat het om een andere onderneming ging.
De rechtbank oordeelde dat DCV terecht het bedrag op de rekening van de BV had gestort en wees de vordering af. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten, die hij binnen veertien dagen moest voldoen, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Uitkomst: De vordering tot betaling van facturen wordt afgewezen omdat DCV mocht vertrouwen op de overeenkomst met het voormalig bedrijf van eiser.