Ymere verhuurde een rolstoelgeschikte woning aan [naam 1], die ernstig gehandicapt is en permanente zorg nodig heeft. Na twijfel over het feitelijke hoofdverblijf van [naam 1] voerde Ymere een langdurig observatieonderzoek uit, waaruit bleek dat [naam 1] niet in de woning verbleef maar bij zijn moeder. Eerder was een kort geding over ontruiming afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Ymere vorderde betaling van de onderzoekskosten van ruim 25.000 euro van [gedaagde 1] en [gedaagde 4], omdat zij als bewindvoerder en partner wisten dat [naam 1] niet in de woning woonde en zij zonder recht of titel verbleven, wat een onrechtmatige daad opleverde. De kantonrechter oordeelde dat het hoofdverblijf van [naam 1] niet in de woning was, mede omdat de gedaagden onvoldoende bewijs leverden voor hun stellingen.
Hoewel de onderzoekskosten redelijk waren om de onrechtmatigheid vast te stellen, vond de rechter de periode van het onderzoek te lang en matigde de kosten naar 5.000 euro. De kosten worden hoofdelijk aan [gedaagde 1] en [gedaagde 4] opgelegd. Proceskosten worden ieder voor eigen rekening genomen.