ECLI:NL:RBAMS:2026:1781

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
24/7041
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1 Wet hersteloperatie toeslagenArt. 9.1 Wet hersteloperatie toeslagen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op herbeoordeling kinderopvangtoeslag wegens termijnoverschrijding

Eiseres heeft zich op 24 april 2024 gemeld als gedupeerde van het toeslagenschandaal en verzocht om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder wees de aanvraag af omdat deze na de uiterste aanmeldtermijn van 2 januari 2024 was ingediend. Eiseres voerde een taalbarrière en sociaal isolement aan als belemmeringen voor tijdige indiening.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft onderbouwd dat zij redelijkerwijs niet in staat was om tijdig een aanvraag in te dienen. De door verweerder geboden informatie was beschikbaar in meerdere talen en breed gecommuniceerd. Er is geen bewijs dat de sociale isolatie voortkwam uit een medische beperking of dat haar doenvermogen was beperkt.

De rechtbank concludeert dat geen bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering op de aanmeldtermijn rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, de afwijzing van de aanvraag blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot herbeoordeling kinderopvangtoeslag wordt afgewezen wegens termijnoverschrijding zonder bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/7041

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.A. Dayala),
en

de Dienst Toeslagen, verweerder

(gemachtigde: mr. W.E. Louwerse).

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag afgewezen.
Bij besluit van 21 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 februari 2026. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

Wat aan deze procedure voorafging
1. Eiseres heeft zich op 24 april 2024 bij verweerder gemeld als gedupeerde van het toeslagenschandaal en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
2. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres met het primaire besluit afgewezen, omdat deze na afloop van de aanmeldtermijn is ingediend. Eiseres kon zich tot 2 januari 2024 als gedupeerde aanmelden. Volgens eiseres was zij daartoe niet in staat vanwege een taalbarrière, waardoor zij niet bekend was met de hersteloperatie in het kader van het toeslagenschandaal. Eiseres geeft daarnaast aan dat haar sociaal geïsoleerde leven haar heeft gehinderd bij het tijdig indienen van de aanvraag. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat eiseres hiermee onvoldoende aanleiding heeft gegeven om af te wijken van de uiterste aanmeldtermijn. Met het bestreden besluit is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Het oordeel van de rechtbank
3. De aanvraag van eiseres dateert van 24 april 2024 en niet is betwist dat deze daarmee na afloop van de aanmeldtermijn is ingediend. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen, omdat er geen bijzondere omstandigheden zijn om alsnog de aanvraag in behandeling te nemen.
4. Op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen geldt een dwingende uiterste datum voor het indienen van een aanvraag, te weten 2 januari 2024. [1] Deze deadline is gesteld om de hersteloperatie beheersbaar en uitvoerbaar te houden. Het kabinet erkent echter dat in bijzondere en schrijnende omstandigheden een te late aanmelding mogelijk moet worden geaccepteerd. [2] In dergelijke gevallen kan, op grond van de hardheidsclausule, worden afgeweken van de termijn als strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. [3] Bij de beoordeling van een te late aanvraag wordt door verweerder als uitgangspunt genomen dat bijzondere omstandigheden in het jaar voorafgaand aan de deadline, namelijk in 2023, hebben geleid tot een tijdelijke beperking van het doenvermogen, waardoor geen sprake is van verzuim. Hierbij kan worden gedacht aan persoonlijke omstandigheden van de ouder, zoals psychisch onvermogen, ernstige ziekte, een ongeval, of ziekte en overlijden van naasten met bijbehorende zorgtaken, maar ook aan externe factoren zoals een natuurramp of brand. In uitzonderlijke gevallen kunnen ook eerdere, ernstige omstandigheden meespelen, mits deze duidelijk doorwerkten in 2023. Daarnaast wordt onderzocht of verweerder iets heeft gedaan of nagelaten waardoor de aanvraag te laat is ingediend. Tevens wordt meegewogen of de aanvraag zo spoedig mogelijk na het wegvallen van de belemmering is ingediend; hoe langer de overschrijding duurt, hoe ingrijpender de omstandigheden moeten zijn om verschoonbaarheid te rechtvaardigen. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat toepassing van de aanmeldingsdeadline in haar geval leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard of dat sprake is van schrijnende omstandigheden
5. De rechtbank is van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat eiseres haar aanvraag niet voor het einde van de aanmeldtermijn kon indienen. Daarmee is geen sprake van een bijzondere situatie die verweerder aanleiding had moeten geven de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Eiseres heeft aangevoerd dat zij wordt belemmerd door een taalbarrière en dat zij een sociaal geïsoleerd bestaan leidt, waardoor zij niet tijdig op de hoogte is geraakt van de aanmeldingsdeadline. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden, ook in onderlinge samenhang bezien, onvoldoende zijn om aan te nemen dat eiseres redelijkerwijs niet in staat was om tijdig binnen de aanmeldtermijn een aanvraag in te dienen. Eiseres heeft haar beide stellingen niet nader onderbouwd, terwijl het wel op haar weg ligt dit te doen nu zij zich op een uitzondering van de aanmeldtermijn beroept. Verweerder heeft de relevante informatie via een website in meerdere talen beschikbaar gesteld en de hersteloperatie bovendien breed in de media onder de aandacht gebracht. Niet is aannemelijk dat de gestelde taalbarrière zodanig was dat eiseres op geen enkele manier kennis van de informatie had kunnen nemen. Ook de enkele stelling dat zij sociaal geïsoleerd leeft, is onvoldoende om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Niet is gebleken dat haar doenvermogen is beperkt. Uit het verslag van de hoorzitting in bezwaar blijkt dat zij in 2023 geen medische of psychische zorg ontving, zodat niet is gebleken dat de gestelde sociale isolatie voortkomt uit een medische beperking.
6. De rechtbank komt tot de conclusie dat in het geval van eiseres zich geen bijzondere feiten of omstandigheden voordoen die maken dat verweerder de aanvraag van eiseres toch in behandeling had moeten nemen.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag heeft mogen afwijzen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van
mr. N.J.A. van Eck, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
Griffier
Rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
2.Zie de brief van de staatssecretaris aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 24 november 2023.
3.Dit volgt uit artikel 9.1, eerste lid, van de Wht.