ECLI:NL:RBAMS:2026:1790

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
C/13/782680 / KG ZA 26-77
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 2 BWAlgemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2018
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot nakoming raamovereenkomst jeugdhulp na integriteitsonderzoek

Stichting Verenigd Jeugdhulp (SVJ), bestaande uit Boomerangzorg en Multi Plus Zorg, vordert in kort geding dat de gemeente Amsterdam de raamovereenkomst voor specialistische jeugdhulp nakomt, nadat de gemeente deze heeft opgezegd vanwege een integriteitsonderzoek. De gemeente startte het onderzoek naar aanleiding van eerdere rechtbankuitspraken over mogelijke strafrechtelijke misstanden bij gelieerde partijen van Boomerangzorg.

De gemeente stelde dat SVJ en Boomerangzorg onvoldoende medewerking hadden verleend aan het onderzoek en dat er integriteitsrisico's waren, wat leidde tot de beëindiging van de overeenkomst per 1 juni 2026 en een cliëntenstop. SVJ betoogde dat de gemeente niet zorgvuldig en proportioneel had gehandeld, geen overleg had gevoerd en de beëindiging onterecht was.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente terecht tot beëindiging is gekomen op grond van contractuele bepalingen en de Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten (BIO). SVJ had nagelaten belangrijke integriteitsrisico's te melden en onvoldoende meegewerkt aan het onderzoek. De gemeente handelde niet rauw en motiveerde haar besluit voldoende. De vorderingen van SVJ worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van SVJ af en bevestigt de beëindiging van de raamovereenkomst door de gemeente.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/782680 / KG ZA 26-77 EAM/MV
Vonnis in kort geding van 25 februari 2026
in de zaak van
STICHTING VERENIGD JEUGDHULP,
te Amsterdam,
eisende partij bij conceptdagvaarding,
hierna te noemen: ‘SVJ’,
advocaten: mr. L. Bartelsman en mr. L.L. Poyé,
en
BOOMERANGZORG B.V.,te Amsterdam,
gevoegde partij aan de zijde van SVJ,
hierna te noemen: ‘Boomerangzorg’,
advocaten: mr. L. Bartelsman en mr. L.L. Poyé,
tegen
GEMEENTE AMSTERDAM,
te Amsterdam,
gedaagde partij, vrijwillig verschenen,
hierna te noemen: ‘de gemeente’,
advocaten: mr. C.C. Horrevorts en mr. M.C. Rijkhold Meesters.

1.De procedure

1.1.
Tijdens de mondelinge behandeling van dit kort geding op 11 februari 2026 heeft SVJ de dagvaarding toegelicht. De gemeente heeft mede aan de hand van een vooraf ingediende conclusie van antwoord verweer gevoerd. SVJ en de gemeente hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht.
1.2.
Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft Boomerangzorg een incidentele conclusie tot voeging aan de zijde van SVJ ingediend. De gemeente heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter heeft Boomerangzorg toegestaan zich te voegen aan de zijde van SVJ.
1.3.
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig:
aan de zijde van SVJ en Boomerangzorg: [naam 1] (bestuurder SVJ, tevens bestuurder van Multi Plus Zorg B.V.) en [naam 2] (bestuurder SVJ, tevens bestuurder van
Boomerangzorg), [naam 3] en [naam 4] (beiden van Multi Plus Zorg B.V.) met mr. Bartelsman en mr. Poyé;
aan de zijde van de gemeente: [naam 5] , adviseur/onderzoeker Bureau Integriteit,
[naam 6] , strategisch contractmanager Directie Jeugd Zorg en Diversiteit, [naam 7] , adviseur ondermijning, [naam 8] , senior jurist Directie Juridische Zaken en [naam 9] , senior juridisch adviseur Sociaal Domein, met mr. Horrevorts en mr. Rijkhold Meesters.
1.4.
Na verder debat is vonnis bepaald op 25 februari 2026.

2.De feiten

2.1.
SVJ biedt specialistische jeugdhulp aan. SVJ bestaat uit een samenwerkingsverband van Boomerangzorg en Multi Plus Zorg B.V. (‘MPZ’). Boomerangzorg en MPZ zijn beide gezamenlijk bevoegd bestuurders van SVJ.
2.2.
In 2018 heeft Boomerangzorg met de gemeente een contract afgesloten voor gespecialiseerde jeugdhulp. Ook MPZ levert gespecialiseerde jeugdhulp. Sinds 2021 zijn Boomerangzorg en MPZ verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdhulp binnen SVJ.
2.3.
Op 10 februari 2021 heeft de gemeente een raamovereenkomst gesloten met SVJ voor het leveren van specialistische jeugdhulp. Die overeenkomst liep aanvankelijk van
1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 en is nadien twee keer verlengd met een termijn van twee jaar. De huidige raamovereenkomst heeft een looptijd tot 31 december 2026.
2.4.
In artikel 24 van Pro de raamovereenkomst is opgenomen dat de Beleidsregel Integriteit en Overeenkomsten Gemeente Amsterdam (de BIO) van toepassing is. In de BIO is de procedure beschreven die de gemeente doorloopt om risico’s te identificeren bij samenwerkingspartners. De BIO biedt daarnaast een basis voor het beëindigen van overeenkomsten.
2.5.
Begin 2025 is de gemeente een BIO-onderzoek gestart naar Boomerangzorg. Aanleiding hiervoor was dat de gemeente had kennisgenomen van twee uitspraken van de rechtbank Amsterdam uit 2023, die betrekking hadden op verdenkingen van strafrechtelijk handelen van (gewezen) contractspartijen van Boomerangzorg, te weten Amsterdam Gencler Birligi (‘AGB’) [1] en de stichting ‘Stichting Forniamo’ [2] . In het kader van het BIO-onderzoek heeft de gemeente bij brief van 28 maart 2025 Boomerangzorg een vragenlijst toegezonden.
2.6.
Bij brief van 2 juni 2025 heeft Boomerangzorg de vragen van de gemeente beantwoord.
2.7.
Bij brieven van 18 juli 2025 (aan Boomerangzorg) en 21 juli 2025 (aan SVJ) heeft de gemeente het voornemen geuit de raamovereenkomst te beëindigen.
2.8.
Op 12 augustus 2025 heeft SVJ een zienswijze ingediend als reactie op het voornemen van de gemeente tot beëindiging van de raamovereenkomst.
2.9.
Bij brief van 29 januari 2026 heeft de gemeente de raamovereenkomst beëindigd per 1 juni 2026, of zoveel eerder als de jeugdigen zijn geplaatst bij een andere zorgverlener. Tevens is bij deze brief per direct een cliëntenstop ingesteld. In de brief staat onder meer dat de op 12 augustus 2025 ingediende zienswijze niet tot herziening van het voornemen tot beëindiging heeft geleid. Als reden voor de beëindiging heeft de gemeente – kort gezegd – aangevoerd dat Boomerangzorg onvoldoende medewerking heeft verleend aan het BIO-onderzoek waardoor de zorgen van de gemeente over een transparante en rechtmatige besteding van de zorggelden niet zijn weggenomen; en in enkele gevallen zelfs zijn toegenomen.
2.10.
Bij brief van (eveneens) 29 januari 2026 heeft de advocaat van SVJ de gemeente – kort gezegd – bericht dat de gemeente in strijd handelt met de contractuele afspraken en de uitgangspunten van de BIO door zonder voorafgaand overleg en zonder toereikende belangenafweging over te gaan tot beëindiging van de raamwerkovereenkomst. Daarbij is de gemeente gesommeerd (i) per direct te stoppen met alle handelingen die voorsorteren op de beëindiging (waaronder het informeren van derden),(ii) eerdere berichtgeving over de beëindiging en cliëntenstop te rectificeren en (iii) de overeenkomst alsnog na te komen.
2.11.
Bij brief van 2 februari 2026 heeft de advocaat van de gemeente laten weten geen gehoor te geven aan de sommatie.

3.Het geschil

3.1.
SVJ vordert – kort gezegd – het volgende:
I. de gemeente te veroordelen om met onmiddellijke ingang na betekening van dit
vonnis de raamovereenkomst na te komen door jeugdigen bij SVJ, MPZ en
Boomerangzorg te blijven plaatsen, dit totdat de rechter in een bodemprocedure anders
zal hebben beslist;
II. de gemeente te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis
in overleg te treden met SVJ en Boomerangzorg over de ontstane situatie, de voorgenomen beëindiging van de raamovereenkomst en de inhoudelijke reacties die SVJ daar reeds op heeft gegeven;
III. de gemeente te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis aan alle partijen aan wie de gemeente een bericht heeft verzonden over de ontstane situatie en/of de voorgenomen beëindiging van de samenwerking met SVJ, dan wel Boomerangzorg en/of MPZ, een rectificatiebrief te sturen waaruit blijkt dat (i) de eerdere berichtgeving over de beëindiging een voorbarig bericht betrof, (ii) nader overleg plaatsvindt met SVJ, MPZ en Boomerangzorg, en (iii) jeugdigen bij SVJ, MPZ en Boomerangzorg ondertussen geplaatst mogen blijven worden;
IV. de gemeente te veroordelen om ten minste zeven dagen voorafgaand aan het overleg bedoeld onder III. alle informatie te verstrekken waarover de gemeente beschikt die relevant is voor de standpunten die de gemeente inneemt ten aanzien van de beëindiging van de raamovereenkomst;
een en ander op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-, voor iedere dag dat de gemeente niet aan het vonnis voldoet, met een maximum van € 500.000,-;
subsidiair
V. iedere (andere) maatregel te treffen die de voorzieningenrechter juist acht om aan de in deze dagvaarding beschreven belangen van SVJ tegemoet te komen;
in alle gevallen
VI. de gemeente te veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
SVJ legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op grond van de BIO is de gemeente verplicht om bij een integriteitsonderzoek zorgvuldig, proportioneel en subsidiair te handelen. Bij het nemen van maatrelen is de gemeente verplicht voorafgaand overleg te voeren en een deugdelijke motivering te verstrekken. Hierin is de gemeente tekortgeschoten. Ook de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW Pro) brengt mee dat de gemeente niet zo rauwelijks had mogen overgaan tot beëindiging van de raamovereenkomst. Als bestuursorgaan dient de gemeente zich bij haar privaatrechtelijk handelen te houden aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en ook dit heeft zij nagelaten. Boomerangzorg bestrijdt dat zij onvoldoende heeft meegewerkt aan het BIO-onderzoek. Boomerangzorg en SVJ hebben herhaaldelijk verzocht om in overleg te treden met de gemeente, maar daar is de gemeente niet op ingegaan. Na het indienen van de zienswijze op 12 augustus 2025 (zie 2.8) heeft de gemeente maandenlang niets van zich laten horen. De gemeente heeft Boomerangzorg over geen enkel actueel integriteitsrisico geïnformeerd. De brief van 29 januari 2026 waarmee de overeenkomst wordt beëindigd kwam voor SVJ dan ook abrupt. Het besluit bevat geen enkele inhoudelijke reactie op de kernargumenten van SVJ zoals neergelegd in de zienswijze. De gemeente heeft kennelijk gekozen voor het meest vergaande middel zonder inzichtelijk te maken dat zij enig minder vergaand middel in overweging heeft genomen. Als gevolg van de cliëntenstop en de berichtgeving aan derden door de gemeente (die voor veel onrust zorgen bij personeel en cliënten van SVJ) heeft SVJ een spoedeisend belang bij toewijzing van haar vorderingen.
3.3.
Boomerangzorg neemt geen andere standpunten in dan SVJ en sluit zich volledig aan bij de stellingen en vorderingen van SVJ in dit kort geding.
3.4.
De gemeente heeft verweer gevoerd.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
In dit kort geding zijn de vorderingen van SVJ (ondersteund door Boomerangzorg als gevoegde partij) toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vorderingen eveneens zal toewijzen en indien SVJ een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen.
4.2.
In januari 2025 is de gemeente naar eigen zeggen bekend geraakt met twee uitspraken van deze rechtbank. Het betreft een vonnis in kort geding van 12 oktober 2023 [3] en een beschikking van 23 juli 2023 [4] . Uit het vonnis volgt dat de Amsterdamse voetbalclub AGB € 323.000,- heeft ontvangen van Boomerangzorg zonder dat kon worden vastgesteld dat deze (publieke) gelden daadwerkelijk aan zorg zijn besteed. Uit de beschikking volgt dat op verzoek van het openbaar ministerie een bestuurder van de Stichting Forniamo, een contractspartij van Boomerangzorg, is ontslagen (en beroepsverbod kreeg opgelegd) wegens financieel wanbeheer. Deze bestuurder heeft grote sommen geld overgemaakt naar ondernemingen waarin hijzelf (als bestuurder en/of aandeelhouder), dan wel familieleden van hem een belang hadden, zonder dat hier een duidelijke prestatie tegenover stond. Dit vormde voor de gemeente aanleiding om een BIO-onderzoek te starten naar de integriteit van Boomerangzorg. De in dat kader aan Boomerangzorg verstuurde vragenlijst is volgens de gemeente niet afdoende beantwoord; van de 41 vragen zijn er slechts acht summierlijk beantwoord. Op basis hiervan heeft de gemeente het voornemen tot beëindiging van de raamovereenkomst kenbaar gemaakt. De door SVJ ingediende zienswijze heeft de gemeente niet op andere gedachten gebracht. Dit heeft geleid tot beëindiging van de overeenkomst.
4.3.
De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat de gemeente op terechte gronden tot beëindiging van de raamovereenkomst is gekomen. Allereerst is hierbij van belang dat op grond van artikel 2 lid 1 van Pro de raamovereenkomst de AVRODI [5] van toepassing zijn. Uit artikel 22.6 van die voorwaarden volgt – kort gezegd – dat de gemeente de overeenkomst “
te allen tijde” kan opzeggen.
4.4.
Als eerste grond voor de opzegging heeft de gemeente terecht aangevoerd dat SVJ heeft nagelaten melding te maken van de integriteitsrisico’s bij de aan haar gelieerde partijen, te weten het niet melden van de rechtbankuitspraken uit 2023. SVJ heeft hierdoor in strijd gehandeld met de artikelen 9 en 24 van de raamovereenkomst. Dat AGB (de voetbalclub uit het vonnis van 2023) niet langer aan SVJ is gelieerd, maakt niet dat SVJ dit niet had moeten melden. Een gelieerde partij is immers ook een partij die in het verleden bij de uitvoering van de overeenkomst betrokken is geweest (zie artikel 24 lid 4 van Pro de raamovereenkomst).
4.5.
Als tweede opzeggingsgrond heeft de gemeente terecht aangevoerd dat SVJ en Boomerangzorg niet volledig en niet
op eerste verzoekhebben meegewerkt aan het BIO-onderzoek. Ook dit is in strijd met de verplichtingen die in de raamovereenkomst en de BIO zijn opgenomen (verplichtingen die gelden voor SVJ zelf en voor aan haar gelieerde partijen). Vragen die de gemeente heeft gesteld en die gemakkelijk (volledig) hadden kunnen worden beantwoord zijn onbeantwoord gebleven omdat SVJ en Boomerangzorg kennelijk niet beschikken over een deugdelijke bedrijfsadministratie. Zo is bijvoorbeeld geen uittreksel uit het aandeelhoudersregister van Boomerangzorg vertrekt. Evenmin zijn urenspecificaties verstrekt van de werkzaamheden die de Stichting Forniamo en AGB bij Boomerangzorg in rekening hebben gebracht. Die vermeende werkzaamheden zijn ook niet op andere wijze onderbouwd. Uit niets is gebleken waar de dagbesteding bij AGB uit bestond en welke jongeren daaraan zouden hebben deelgenomen. De bestuurder van SVJ en Boomerangzorg die op de mondelinge behandeling van dit kort geding aanwezig was, heeft ook erkend dat geen presentielijsten en urenregistraties werden bijgehouden.
4.6.
SVJ wordt verder niet gevolgd in haar standpunt dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met haar eigen BIO-regeling, dan wel in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De gemeente heeft voldoende gelegenheid gegeven om te reageren op vragen die zijn gesteld en meerdere keren uitstel gegeven voor de beantwoording daarvan. Er is een voornemen geuit tot beëindiging van de raamovereenkomst en SVJ is in de gelegenheid gesteld daarover haar zienswijze te geven. De beslissing tot beëindiging is dus niet rauwelijks genomen. De beslissing is voldoende gemotiveerd. De beëindiging gaat niet in met onmiddellijke ingang; de raamovereenkomst loopt immers grotendeels door tot 1 juni 2026. Het integriteitsonderzoek was proportioneel gezien de objectief gegronde vrees voor integriteitsrisico’s. Dit alles moet worden bezien tegen de achtergrond dat de gemeente tot nu toe aanzienlijke bedragen heeft betaald aan SVJ (alleen al in 2025 ging het om een bedrag van € 10.207.666,- voor de zorg voor ongeveer 66 cliënten). Dat betreffen publieke middelen en de gemeente is gehouden daar uiterst zorgvuldig mee om te gaan. Zij moet buiten twijfel kunnen vaststellen dat dit geld daadwerkelijk ten goede komt aan jeugdzorg.
4.7.
De conclusie tot zover is dat niet aannemelijk is dat de bodemrechter de vorderingen I. tot en met III. zal toewijzen zodat zij evenmin in dit kort geding kunnen worden toegewezen. Bij deze stand van zaken behoeft de vraag of SVJ een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van haar vorderingen geen verdere bespreking. Bij toewijzing van vordering IV. heeft SVJ geen belang (meer). De redenen voor beëindiging van de raamovereenkomst zijn (inmiddels) genoegzaam bekend.
4.8.
SVJ en Boomerangzorg zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van gemeente worden begroot op:
- griffierecht
735,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.101,00

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,
5.2.
veroordeelt SVJ en Boomerangzorg in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als SVJ en Boomerangzorg niet tijdig aan deze veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.A. Messer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. M. Veraart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026. Bij afwezigheid van mr. Messer is dit vonnis ondertekend door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, die het vonnis uitsprak.
Coll: GR

Voetnoten

5.Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2018