Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia, Letland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
the Rïga City Centre District Courtvan
the Rïga City Courtvan 25 januari 2023, met kenmerk 11815002311 (K77-48-23/87).
4.Ontvankelijkheid van de officier van justitie
AYvan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). [5] Hieruit volgt dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit op elk EAB een beslissing moet nemen, ook als de overlevering eerder is geweigerd. Bovendien vermeldt de brief van het OM van 1 mei 2017 dat de opgeëiste persoon ‘in de huidige omstandigheden’ niet kan worden overgeleverd voor de feiten waarvan hij in Letland destijds werd verdacht. Die ‘huidige omstandigheden’ zijn inmiddels gewijzigd door een wetswijziging, waarmee artikel 7 OLW Pro een zogenoemde facultatieve weigeringsgrond is geworden. Voorts overweegt de rechtbank dat de gestelde strijd met het vertrouwensbeginsel naar het Unierecht geen grond oplevert om de overlevering niet toe te staan.
5.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
6.Strafbaarheid
7.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
8.Artikel 9 OLW Pro: verjaring
9.Artikel 11 OLW Pro: Letse detentieomstandigheden
In reply to 1st question “In which prison in Latvia will the wanted person most likely be detained after his surrender?”the Department informs that the person concerned will be initially placed in Rïga Central Prison Investigation Prison Unit in case of his extradition to the Republic of Latvia.
The Department of Imprisonment Institutionsvan 30 januari 2026 is vervolgens onder meer het volgende vermeld:
The Department of Imprisonment Institutionsis onvoldoende om het algemeen gevaar op onmenselijke en vernederende behandeling voor de opgeëiste persoon weg te nemen. [16] Daarnaast loopt de opgeëiste persoon extra gevaar in de Letse detentie-instelling, omdat hij buitenlander is en wordt verdacht van feiten die hem onderaan het kastensysteem plaatsen. Voorts is gewezen op zijn gezondheidssituatie. De opgeëiste persoon is afhankelijk van een aanzienlijke hoeveelheid medicatie en periodieke controles, maar onduidelijk is in hoeverre de Letse autoriteiten daarin kunnen voorzien. De raadsman heeft de rechtbank vervolgens verzocht geen redelijke termijn te stellen, aangezien niet de verwachting bestaat dat een wijziging in omstandigheden zal optreden. Subsidiair moet aan de Letse autoriteiten een redelijke termijn worden gesteld. Meer subsidiair moeten aanvullende vragen worden gesteld aan de Letse autoriteiten in verband met de medische situatie van de opgeëiste persoon.
inter-prisoner violence, het kastenstelsel en de individuele veiligheid van de opgeëiste persoon.
The Department of Imprisonment Institutionsmet de verstrekte informatie onvoldoende antwoord gegeven op de cruciale vraag naar de concrete bescherming van de opgeëiste persoon tegen geweld en andere negatieve gevolgen van het kastenstelsel indien hij in Letland in detentie geplaatst wordt. De informatie die is gegeven, is van algemene aard en ziet niet of nauwelijks op de concrete situatie van de opgeëiste persoon. Zo wordt alleen informatie verschaft over algemene maatregelen die worden genomen en wordt er gesproken over negen detentie-instellingen in Letland in plaats van specifiek de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst.
10.Beslissing
SCHORSThet onderzoek voor onbepaalde tijd en bepaalt dat de zaak opnieuw wordt ingepland op de eerst mogelijke zittingsdag na het einde van de redelijke termijn (die verstrijkt op 20 maart 2026), namelijk in de periode van
24 maart 2026 tot en met 2 april 2026.
60 dagen(
eindigend op
60 dagen.
oproeping van de opgeëiste persoontegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn
raadsman.