ECLI:NL:RBAMS:2026:1815

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
19 februari 2026
Zaaknummer
24/3855
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:5 AwbArt. 4:6 AwbArt. 6:22 AwbArt. 25 WpgWet politiegegevens
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling herhaalde aanvraag inzage politiegegevens op grond van Wpg en Awb

Eiser heeft bij de Korpschef van politie Amsterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 25 van Pro de Wet politiegegevens (Wpg) om inzage te krijgen in alle i90-formulieren of soortgelijke documenten die betrekking hebben op verstrekkingen van zijn gegevens. De Korpschef heeft dit verzoek als een herhaalde aanvraag aangemerkt op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het verzoek afgewezen.

Eiser betwist deze kwalificatie en stelt dat de zoekslag onvolledig was en dat de Korpschef een nieuwe zoekslag moet uitvoeren. Tevens voert hij een motiveringsgebrek aan. De rechtbank oordeelt dat het verzoek binnen de reikwijdte van eerdere inzageverzoeken valt waarop al is beslist en dat eiser geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd. Hoewel de motivering aanvankelijk onvoldoende was, wordt dit gebrek gepasseerd omdat eiser hierdoor niet is benadeeld.

De rechtbank wijst het beroep af, maar bepaalt dat de Korpschef het griffierecht aan eiser moet vergoeden vanwege het motiveringsgebrek. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De rechtbank benadrukt dat eiser in lopende hoger beroepen nog zijn recht kan halen op punten die hier niet aan de orde zijn gekomen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herhaalde Wpg-inzageverzoek wordt ongegrond verklaard, maar de Korpschef moet het griffierecht aan eiser vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/3855

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 februari 2026 in de zaken tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

De korpschef van politie Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. P. van der Schot en mr. S. Filali)

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een inzageverzoek op grond van artikel 25 van Pro de Wpg [1] (het verzoek). Eiser heeft de Korpschef gevraagd om alle i90-formulieren of andere formulieren, als het op een andere manier is vastgelegd, over hem te verstrekken. Eiser is het niet eens met het feit dat de Korpschef zijn verzoeken heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag zoals bedoeld is in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hij voert daartoe aan dat de zoekslag onjuist is geweest, dat de Korpschef een goede nieuwe zoekslag moet uitvoeren en dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de Korpschef deze verzoeken terecht als een herhaalde aanvraag heeft aangemerkt.
2. De rechtbank is van oordeel dat de Korpschef het verzoek terecht heeft aangemerkt als een herhaald verzoek op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt dus geen gelijk.

Procesverloop

3. Eiser heeft de afgelopen jaren veel Woo [2] , AVG [3] en Wpg-verzoeken gedaan bij de Korpschef. Bij inzage in deze verzoeken is eiser weinig tot bijna geen i90-formulier of iets soortgelijks tegengekomen waarin doorgifte/verstrekking van informatie is vastgelegd.
3.1.
i90 is de incidentcode van een mutatie met de maatschappelijke klasse verstrekking gegevens (niet rechtstreeks geautomatiseerd). Door middel van een i90- formulier kan de vestrekking van politiegegevens worden vastgelegd in het politiesysteem BVH.
4. Eiser heeft op 14 april 2024 een gecombineerd AVG- en Wpg-verzoek gedaan bij de Korpschef. In dit verzoek heeft eiser het volgende opgenomen:
“De politie heeft de afgelopen jaren veel data over mij aan derden verstrekt/gegeven/gestuurd (of welke term jullie hiervoor ook gebruiken zowel in binnen- als buitenland. Zulke verstrekkingen (of hoe jullie dit ook noemen) moeten worden vastgelegd (in BVH of wellicht in andere systemen) d.m.v. een i90-formulier (of wellicht een ander formulier).”Hij verzoekt vervolgens de Korpschef om die i90-formulieren of andere “formulieren” als het op een andere manier is vastgelegd aan hem te verstrekken.
4.1.
De Korpschef heeft met het bestreden besluit van 24 mei 2024 dit Wpg-verzoek als een herhaalde aanvraag aangemerkt en geconcludeerd dat zij al eerder op deze aanvraag heeft beslist. Eiser heeft vervolgens op 5 juli 2024 tegen dit besluit rechtstreeks beroep ingesteld.
4.2.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. S. Filali en mr. P. van der Schot verschenen. Ook was [persoon] , journalist van het Parool aanwezig.
4.3.
Op de zitting van 21 mei 2025 werd duidelijk dat het dossier voor geen van de partijen (inclusief de rechtbank) compleet was waardoor (verdere) behandeling van de zaak op dat moment onmogelijk was. Eiser ging er daarnaast vanuit dat naast het Wpg-verzoek ook een AVG-verzoek over hetzelfde onderwerp, gedaan op dezelfde datum, behandeld zou worden. Dit was niet bekend bij de rechtbank of de Korpschef. De rechtbank heeft partijen vervolgens vier weken de tijd gegeven om het dossier compleet te maken. Hierna heeft de rechtbank besloten om uit proceseconomische overwegingen het AVG-verzoek (met zaaknummer AMS 25/4477), gelijktijdig met het Wpg-verzoek te behandelen. Zij heeft partijen opnieuw uitgenodigd voor een zitting.
5. De rechtbank heeft vervolgens de beroepen gezamenlijk op 17 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft eiser deelgenomen. Namens de Korpschef zijn mr. P. van der Schot en mr. C.C. Gerardts verschenen. Na de behandeling ter zitting heeft de rechtbank de zaken weer gesplist.
Standpunt eiser
6. Eiser stelt zich op het standpunt dat er meer i90-formulieren of soortgelijke formulieren moeten zijn. De Korpschef moet een nieuwe zoekslag uitvoeren en die nieuwe zoekslag moet goed gedocumenteerd worden en beschreven worden in het besluit. Er is volgens eiser sprake van een motiveringsgebrek.

Beoordeling door de rechtbank

7. De rechtbank beoordeelt of er sprake is van een herhaalde aanvraag. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Juridisch kader
8. Op grond van artikel 4:6 van Pro de Awb is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijk afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan. Op grond van het tweede lid van dit artikel kan het bestuursorgaan, wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 van Pro de Awb de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking.
8.1.
Zoals door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) eerder is overwogen in onder meer haar uitspraak van 23 november 2016 [4] , geldt als uitgangspunt dat een bestuursorgaan in het algemeen bevoegd is om een herhaalde aanvraag of een verzoek om terug te komen van een besluit inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bestuursorgaan kan zo’n aanvraag inwilligen of afwijzen. Als het bestuursorgaan meent dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, kan het er echter op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb ook voor kiezen om de herhaalde aanvraag zonder verdere inhoudelijke behandeling af te wijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende besluit.
Is er sprake van een herhaalde aanvraag?
9. De bevoegdheid om te beoordelen of er sprake is van een herhaald verzoek ligt in onderhavige zaak dus bij de Korpschef. Deze moet hiervoor twee vragen beantwoorden: 1) Is er sprake van een herhaalde aanvraag? Dus, heeft eiser al eerder een soort gelijk verzoek ingediend, wat strekt tot hetzelfde rechtsgevolg? En 2) zijn er door de verzoeker, in dit geval eiser, voldoende nieuwe feiten en omstandigheden ingebracht?
10. De Korpschef heeft in haar bestreden besluit de eerste vraag positief beantwoord. Op de zitting heeft zij dit nog nader toegelicht en gemotiveerd. Zo heeft de Korpschef onder andere verwezen naar een eerder genomen besluit van 18 april 2024 (2024/0001106). In die kwestie speelde ook een informatieverzoek van eiser waarin hij heeft gevraagd om alle informatie die betrekking heeft op eiser in een bepaalde periode. De Korpschef stelt zich op het standpunt dat zij eiser toen al inzage heeft gegeven in al zijn i90-formulieren en dat er in onderhavige zaak om die reden sprake is van een herhaalde aanvraag. Eiser heeft op de zitting erkend dat dit Wpg-verzoek inderdaad binnen de reikwijdte van zijn eerdere aanvragen valt. Hij heeft toegelicht dat hij deze verzoeken doet en blijft doen uit een inequality of arms situatie. Daarnaast heeft eiser geen overzicht in welke stukken hij bij eerdere inzageverzoeken heeft mogen inzien, waardoor hij niet goed weet wat hij wel of niet heeft ingezien. Hij is daarnaast ook van mening dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd door de Korpschef.
11. De rechtbank kan deze laatste stelling van eiser volgen en stelt een motiveringsgebrek aan de kant van de Korpschef vast. De Korpschef had de op de zitting gegeven aanvulling van de motivering ook al in haar bestreden besluit uiteen kunnen zetten. De rechtbank passeert dit gebrek echter met toepassing van artikel 6:22 van Pro de Awb, nu het aannemelijk is dat eiser hierdoor niet is benadeeld. Eiser heeft op zitting immers erkend dat de aanvraag in onderhavige zaak, valt binnen de reikwijdte van eerdere aanvragen. Wel zal de Korpschef nu er sprake is van een motiveringsgebrek het griffierecht aan eiser moeten vergoeden.
12. Het standpunt van eiser dat een overzicht van de stukken die hij bij eerdere besluiten heeft mogen inzien handig zou zijn nu eiser geen overzicht hierin heeft en daar deels zijn nieuwe verzoeken uit voortkomen, volgt de rechtbank niet. Het is op grond van de Wpg, dan wel de Awb niet verplicht om zo’n overzicht op te stellen en/of te overleggen. [5] Het is daarnaast ook niet relevant voor de toets of de Korpschef artikel 4:6 van Pro de Awb correct heeft toegepast. Nu vaststaat dat onderhavig verzoek valt binnen de scope van eerder door eiser gedane informatie verzoeken waar al op is beslist en waarbij eiser reeds inzage is verleend en eiser
geennieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat de Korpschef het Wpg-verzoek van eiser terecht heeft aangemerkt als een herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 van Pro de Awb. Het beroep is ongegrond.
13. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat op de zitting bleek dat de eerder door eiser gedane ‘parapluverzoeken’ met een brede reikwijdte in hoger beroep nog lopen. In die beroepen kan eiser voor dit punt ook zijn recht nog halen.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De Korpschef moet wel het griffierecht aan eiser vergoeden. Dit omdat zij pas op de zitting het bestreden besluit aanvullend heeft gemotiveerd, terwijl ze dit ook gelijk had kunnen doen. Eiser krijgt daarom wel het griffierecht terug. Eiser heeft geen proceskosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • bepaalt dat de Korpschef het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van mr. F. van der Maas, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Wet politiegegevens.
2.Wet open overheid.
3.Algemene Verordening Gegevensbescherming.
5.Uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1852.