De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk niet (tijdig) doen van aangifte inkomstenbelasting over 2020 en het feitelijk leidinggeven aan het niet (tijdig) doen van vennootschaps- en omzetbelastingaangiften door twee vennootschappen in de periode 2019-2025.
Procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en verdachte leidden tot een voorstel voor een taakstraf van 300 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een voorwaardelijk bestuursverbod van 3 jaar. De rechtbank matigde de taakstraf tot 240 uur, met aftrek van voorarrest, en volgde de overige straffen zoals overeengekomen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte vrijwillig en bewust instemde met de procesafspraken, ondanks de korte beslistermijn. De bewezenverklaring is gebaseerd op het dossier en de verklaringen tijdens de terechtzitting. Verdachte erkende zijn strafrechtelijke aansprakelijkheid en voerde geen verweer.
De opgelegde straffen zijn passend geacht gezien de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van verdachte. De taakstraf is onvoorwaardelijk met vervangende hechtenis bij niet-nakoming, de gevangenisstraf en het bestuursverbod zijn voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
De rechtbank verklaarde verdachte strafbaar en veroordeelde hem overeenkomstig de procesafspraken, met een lichte matiging van de taakstraf, en sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten.