ECLI:NL:RBAMS:2026:1860

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
20 februari 2026
Zaaknummer
780762 - FA RK 25/9875
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens voldoende vrijwilligheid betrokkene

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychose.

Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat de psychische stoornis van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Tijdens de zitting gaf de psychiater in opleiding aan niet langer achter het verzoek te staan, terwijl betrokkene zelf inzag dat zij zorg nodig heeft en bereid was vrijwillig in de kliniek te verblijven tot stabilisatie.

De rechtbank oordeelde dat vanwege deze vrijwilligheid niet aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging werd voldaan. Daarom werd het verzoek afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege voldoende vrijwilligheid van betrokkene.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780762 – FA RK 25/9875
kenmerk: ZM/IND/188916
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 12 januari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1947 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2]
zorgaanbieder: GGZ inGeest, locatie [locatie] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. L.M.F. Aarts te Amsterdam.

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 22 december 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 januari 2026 in de accommodatie van GGZ inGeest, locatie [locatie] . Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- bovengenoemde advocaat (telefonisch);
- mw. [persoon 1] , psychiater in opleiding;
- mw. [persoon 2] , eerste contactpersoon tevens vriendin.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychose.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in ernstig lichamelijk letsel, ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
De psychiater in opleiding heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld niet langer achter het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging te staan. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat zij inziet dat ze zorg nodig heeft en is daarnaast bereid om op vrijwillige basis in de kliniek te verblijven tot zij voldoende is gestabiliseerd.
2.4.
Vanwege de vrijwilligheid wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het voorliggende
verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. De rechtbank zal het verzoek om die reden afwijzen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 12 januari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee, rechter, bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 19 januari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.