ECLI:NL:RBAMS:2026:1860
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot zorgmachtiging wegens voldoende vrijwilligheid betrokkene
De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 januari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een psychose.
Uit de stukken en de mondelinge behandeling bleek dat de psychische stoornis van betrokkene leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie door hinderlijk gedrag. Tijdens de zitting gaf de psychiater in opleiding aan niet langer achter het verzoek te staan, terwijl betrokkene zelf inzag dat zij zorg nodig heeft en bereid was vrijwillig in de kliniek te verblijven tot stabilisatie.
De rechtbank oordeelde dat vanwege deze vrijwilligheid niet aan de wettelijke criteria voor het verlenen van een zorgmachtiging werd voldaan. Daarom werd het verzoek afgewezen. De beschikking werd mondeling gegeven en later schriftelijk uitgewerkt. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging wordt afgewezen vanwege voldoende vrijwilligheid van betrokkene.