ECLI:NL:RBAMS:2026:190

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
C/13/755130 / HA ZA 24-897
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank bevestigt eigendom Lexus bij eiser na bewijswaardering

In deze civiele zaak staat de eigendom van een Lexus centraal. Eiser stelt dat hij de auto voor zichzelf heeft gekocht en gedaagde mocht deze slechts gebruiken, terwijl gedaagde beweert dat de auto een cadeau aan haar was. De rechtbank heeft een uitgebreide bewijswaardering uitgevoerd, waarbij getuigenverklaringen van beide partijen en derden, alsmede schriftelijke stukken, zijn betrokken.

Eiser heeft verklaard dat het oorspronkelijke plan om twee auto's te kopen werd gewijzigd en dat hij de Lexus voor zichzelf kocht, hetgeen ook door de verkoper van de auto is bevestigd. Gedaagde heeft een andere lezing gegeven, maar de rechtbank acht de verklaring van eiser en de verkoper overtuigender. Ook verklaringen van getuigen ondersteunen het standpunt van eiser.

De rechtbank concludeert dat eiser in zijn bewijsopdracht is geslaagd en verklaart voor recht dat hij eigenaar is van de Lexus. Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van het kentekenbewijs, medewerking aan de tenaamstelling en betaling van een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Eiser is eigenaar van de Lexus en gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van kentekenbewijs en medewerking aan tenaamstelling.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/755130 / HA ZA 24-897
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. B.J.H.L. Brouwer,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. J.B. de Jong.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 29 januari 2025;
- de akte uitlating bewijslevering van [eiser] , met producties;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 16 juni 2025;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 30 oktober 2025;
- de conclusie na getuigenverhoor van [eiser] ;
- de conclusie na getuigenverhoor van [gedaagde] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Partijen twisten over de vraag wie eigenaar is van de auto (een Lexus). [eiser] stelt dat hij de auto voor zichzelf heeft gekocht, en dat [gedaagde] die auto ook mocht gebruiken. Volgens [gedaagde] heeft [eiser] haar de auto cadeau gedaan en is zij dus eigenaar. In het tussenvonnis van 29 januari 2025 is [eiser] opgedragen te bewijzen dat het oorspronkelijke plan is veranderd en dat hij – voorafgaand aan de koop – tegen [gedaagde] heeft gezegd dat hij de auto voor zichzelf kocht. Ter uitvoering van de bewijsopdracht heeft [eiser] zichzelf, [getuige 1] (verder: [getuige 1] ) en [getuige 2] (verder: [getuige 2] ) als getuigen laten horen. Verder heeft [eiser] schriftelijke stukken overgelegd, waaronder verklaringen van [getuige 1] , [getuige 2] , en [naam verkoper] (de verkoper van de auto). [gedaagde] heeft in de contra-enquête zichzelf als getuige laten horen.
2.2.
Op 16 juni 2025 is [eiser] als getuige gehoord. Hij heeft, voor zover hier relevant, het volgende verklaard:
(…) Ik heb een vrij oude Mercedes met veel gebreken. Ik dacht dat het handig zou zijn voor [gedaagde] om een klein autootje te hebben en ik wilde ook mijn auto vervangen. Toen zijn we naar heel veel garages gegaan.
(…)
We hebben daar een heel weekend aan besteed en veel auto’s gezien. Ik wilde een auto die fijner was dan die die ik had, maar die kon ik niet vinden binnen mijn budget. We konden ook geen klein autootje vinden. Na dat weekend heb ik voorgesteld het anders te doen. Ik heb mijn auto naar de garage gebracht om hem te laten maken. Op die manier kon ik in ieder geval blijven rijden in de auto die ik fijn vond. Ik mocht met die auto alleen niet meer in de stad rijden. Dat was wel nodig voor mijn werk en privé. Toen heb ik gezegd ‘ik koop een auto die duurzaam is’. Dan zou ik die kunnen blijven rijden. Ik zou in de nabije toekomst ook niet het geld hebben om weer een duurdere auto te kopen. Ik heb dit ook heel duidelijk tegen [gedaagde] gezegd. Als ik in de Lexus reed, kon zij in de Mercedes rijden en andersom. Dat was het voordeel van twee auto’s.
(…)
We hebben overigens ook niet besproken dat ik een auto voor haar zou kopen, maar als ik een kleine auto voor haar had gekocht, dan zou ik die wel cadeau hebben gedaan.
U vraagt wanneer ik met [gedaagde] heb besproken dat het oorspronkelijke plan niet zou gaan lukken.
Ik weet niet meer of ik het in de auto heb gezegd of thuis. Het was in ieder geval de conclusie nadat we twee dagen auto’s hadden gekeken. We zijn de week daarop meteen gaan kijken naar een andere auto. Dat werd de Lexus. We hebben samen gekeken welke we mooi vonden. Ik was degene die het gesprek begon om het anders te gaan doen. Het is tenslotte mijn geld. [gedaagde] vond dat prima. Ik kan niet zeggen wat ze letterlijk heeft gezegd. [gedaagde] kon niet blij worden van een klein autootje, ik kon niet blij worden van een auto die minder leuk was dan mijn auto. Voor mij viel toen het kwartje dat ik mijn auto moest houden en er een goede auto naast moest nemen. Dit is heel duidelijk met [gedaagde] overlegd. Het zou goed kunnen dat dit op dezelfde dag was als de tour of later. Het was in ieder geval het gevolg van de tour. De week erna zijn we gaan zoeken naar één andere auto.
U vraagt mij of [gedaagde] teleurgesteld was. Nee, helemaal niet. Zij was er juist blij mee. Ze hoefde nu namelijk niet in een klein autootje te rijden. Ik weet niet meer precies wat ze letterlijk gezegd heeft, maar we waren allebei blij en enthousiast.
(…)
Wij zijn al een paar dagen eerder bij de auto gaan kijken. [gedaagde] was daar bij en de autodealer ook. Er is toen niets besproken over wie de eigenaar zou worden van de auto, want het was duidelijk dat ik dat zou worden.
(…)
2.3.
Op 30 oktober 2025 is [gedaagde] als getuige gehoord. Zij heeft, voor zover hier relevant, het volgende verklaard:
U vraagt mij wanneer voor het eerst ter sprake is gekomen dat meneer [eiser] een nieuwe auto wilde kopen. Dat was nadat hij had gezien waar ik woonde. Ik woon in [woonplaats 2] , dat is een hele afstand tot [woonplaats 1] . Dat is een gedoe met het openbaar vervoer. Hij heeft tegen mij gezegd ik zal op je verjaardag een autootje voor je kopen. Ik denk dat dat in september is geweest toen hij dat heeft gezegd. Dat was in het begin van onze relatie toen het officieel aan was. [eiser] had een overeenkomst getekend met zijn ex-vrouw. Die heeft hij ook aan mij gemaild. Hij zou nog geld tegoed hebben van zijn ex-vrouw in verband met een auto. Hij heeft tegen mij gezegd: “als ik dat geld heb, dan koop ik een autootje voor je”. Hij wilde ook een auto voor zichzelf kopen, een Porsche.
(…)
U vraagt wat ik ervan vond dat hij mij een autootje wilde kopen. Ik vond het oké. We hadden veel plannen in het begin. Nu u dit dicteert zeg ik dat ik “surprised” was. De eerste nacht voor de reis naar New York hebben we bij mij in [woonplaats 2] geslapen, omdat dat dichterbij het vliegveld was. Zo is het gesprek van een auto kopen begonnen. Ik wist niet zeker of hij die auto zou gaan kopen, ik was gewoon verliefd. Ik was ook verbaasd over de reis naar New York, maar [eiser] is iemand van verassingen. Ik dacht oorspronkelijk dat het een grapje was dat hij de auto zou kopen, hij zei dat hij wilde dat ik zelfstandig naar zijn huis zou kunnen rijden.
(…)
U vraagt mij of ik een bepaald idee had over welk merk auto het zou moeten zijn. Meneer [eiser] is best bepalend in een relatie, zijn focus was een Mercedes totdat hij de Lexus zag, toen zei hij dat lijkt mij ook wel een leuk autootje voor jou. (…) Eenmaal in Oeganda was ik inmiddels jarig, hij zei: “schat de auto komt nog”. (…)
U vraagt mij hoe het is gegaan toen wij weer terug in Nederland waren. Toen zijn we intensief gaan zoeken. De auto voor mij had prioriteit. Hij heeft gezegd dat het dringend nodig was en dat het tijd werd dat ik een auto zou krijgen.
(…)
U vraagt mij of wij zijn blijven zoeken naar twee auto’s. Elke keer als we naar een garage gingen, keken we naar een auto voor mij en een auto voor hem. Ook bij de garage waar we mijn auto hebben gekocht, daar had hij een Porsche gezien. Nadat hij mijn auto had betaald, heeft hij die garage ook belooft om die andere auto te komen halen. Die andere auto was de Porsche voor hem.
(…)
U vraagt mij of de heer [eiser] tegen mij heeft gezegd dat het financieel niet haalbaar bleek om twee auto’s te kopen. Nee, dat is niet zo. Wij zijn twee auto’s blijven zoeken.
(…)
U vraagt mij hoe het is gegaan met het op mijn naam zetten van het kentekenbewijs en het ophalen van de auto. Wij zijn naar de garage gegaan en de garage heeft een prijs genoemd. Hij wilde die prijs betalen, maar ik wilde onderhandelen. Ik wilde niet dat hij te veel zou betalen. We hebben toen onderhandeld, hij heeft toen tegen de garage gezegd: “deze auto is voor haar”. Mij is toen om mijn rijbewijs gevraagd. Ik heb dat gegeven en [eiser] heeft een aanbetaling gedaan van duizend euro. Hij heeft de aanbetalingsbon daarvan aan mij gegeven, die heb ik nog steeds. De garage heeft gezegd dat ze drie a vier dagen nodig hadden om de auto rijklaar te maken. Vier dagen later hebben we de auto opgehaald.
U vraagt mij of ik bij de garage heb gevraagd of het koopcontract op mijn naam kon worden gezet. Nee. Ik wist niet dat er een koopcontract was. Mij is om mijn rijbewijs gevraagd, dan zou het kenteken op mijn naam worden gezet en dat zou naar [woonplaats 2] worden gestuurd. Dat is ook gebeurd.
(…)
U vraagt mij of meneer [eiser] tegen mij voorafgaand aan de levering van de auto heeft gezegd dat hij de auto voor zichzelf kocht. Nee, de auto was voor mij, hij heeft niet gezegd dat de auto voor hem was. Hij zou een Porsche kopen.
(…)
2.4.
Op de rest van de verklaringen van [eiser] en [gedaagde] en op de verklaringen van de andere getuigen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.
[eiser] is geslaagd in zijn bewijsopdracht
2.5.
Na lezing en waardering van alle bewijsmiddelen en verklaringen, is de rechtbank van oordeel dat [eiser] in zijn bewijsopdracht is geslaagd. Dat oordeel zal hierna worden toegelicht.
2.6.
Uit de schriftelijke verklaring van de verkoper van de auto, [naam verkoper] van [naam B.V.] (verder: de verkoper), blijkt dat ten tijde van de koop gesproken is over het eigendom van de auto. De verkoper verklaart daarover:
We hebben de auto echt aan u verkocht. En zeker niet aan uw partner. (…)
We hebben ook de auto niet via u of op een andere manier cadeau gedaan aan uw partner.U kocht de auto van ons en u bent de eigenaar van de auto.Uw partner vroeg toen wel of de auto op haar naam mocht. Dat gaf een fijner gevoel vond ze. Daarmee werd of is ze zeker geen eigenaar. Dit staat zelfs op het kenteken kaartje.Ze vroeg ook of we het koopcontract op haar naam wilden zetten, waarop u antwoordde dat dat niet ging omdat u eigenaar bent van de auto.
Daaruit blijkt dat [eiser] , voorafgaand aan de transactie met de verkoper, tegen [gedaagde] heeft gezegd dat hij eigenaar zou worden van de auto. Dat heeft [eiser] dus in ieder geval ter plekke bij de verkoper gezegd.
2.7.
Voornoemde verklaring van de verkoper is in lijn met hetgeen [eiser] hierover heeft verklaard. Hij heeft tijdens het getuigenverhoor verklaard, geparafraseerd weergegeven, dat nadat duidelijk was dat het oorspronkelijke plan (2 auto’s kopen) niet ging lukken, er besproken is dat er maar één auto zou worden gekocht en dat duidelijk was dat die van hem zou zijn. Over het gesprek bij de verkoper heeft hij als volgt verklaard:
Toen we de auto gingen halen, waren [gedaagde] en ik allebei aanwezig. Toen is wel gesproken over het eigendom van de auto. We hebben de hele procedure gevolgd, de betaling en de tenaamstelling. Bij de tenaamstelling zei [gedaagde] dat ze een trauma heeft en dat ze daarom graag wilde dat de auto op haar naam kwam te zijn. Dat zou bijdragen aan het gevoel van een serieuze relatie. Het overviel me, maar ik heb gezegd dat het goed was. Ik heb het contract niet op haar naam gezet. Ik heb duidelijk gezegd dat het mijn auto was. De dealer was daarbij aanwezig.
2.8.
[eiser] heeft weliswaar verklaard als partijgetuige waardoor zijn verklaring op zichzelf geen bewijs in zijn voordeel kan opleveren, maar zijn verklaring strekt wel ter aanvulling van onvolledig bewijs (de schriftelijke verklaring van de verkoper).
2.9.
Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat [eiser] niet heeft verklaard op welke precieze eerdere datum voorafgaand aan de verkooptransactie, op welke specifieke plaats of met welke letterlijk door hem gebruikte bewoordingen met [gedaagde] is gesproken over het veranderen van het plan. Het ontbreken van die mate van gedetailleerdheid neemt echter niet weg dat uit de verklaring van [eiser] voldoende concreet blijkt dat [eiser] op enig moment in oktober of november 2023 met [gedaagde] heeft besproken dat het plan is gewijzigd en dat hij eigenaar zou worden van de te kopen auto. Dat is bovendien ook op 21 november 2023 voorafgaand aan de transactie met de verkoper nog eens benoemd. Daarmee is het bewijs geleverd dat niet alleen het plan was gewijzigd en dat [eiser] de Lexus voor zichzelf zou kopen maar ook dat hij dit vooraf tegen [gedaagde] heeft gezegd.
2.10.
Dat de auto eigendom is van [eiser] wordt verder nog ondersteund door hetgeen zijn zakenpartner [getuige 1] en zijn buurman [getuige 2] hebben verklaard. Zij verklaren niet expliciet over een gesprek tussen [eiser] en [gedaagde] dat hij de auto voor zichzelf kocht, maar wel over wat zij destijds met [eiser] hebben besproken. Zo heeft [getuige 2] schriftelijk (in een e-mail) verklaard dat hij bij het zien van de Lexus aan [eiser] heeft gevraagd of dat de auto van [gedaagde] was, waarop [eiser] volgens [getuige 2] ontkennend heeft geantwoord en zei dat hij die gekocht had vanwege toenemende milieuzones en onbetrouwbaarheid van de oude diesel. [getuige 2] is tijdens het getuigenverhoor bij die verklaring gebleven.
2.11.
[getuige 1] (verder: [getuige 1] ), zakenpartner en vriend van [eiser] , heeft schriftelijk (in een e-mail) onder meer verklaard:
Dat de auto een cadeau zou zijn aan mw. [gedaagde] is mij nooit verteld, terwijl we de auto regelmatig bespraken (in de periode van aanschaf) tijdens diners en andere ontmoetingen, ook in het bijzijn en met mw. [gedaagde] .(…)
Zowel mw. [gedaagde] als [eiser] hebben mij nooit de indruk gegeven dat de aangeschafte Lexus de auto van of voor mw. [gedaagde] was.
[getuige 1] is tijdens het getuigenverhoor bij die verklaring gebleven en heeft verder nog verklaard dat [eiser] nooit heeft gezegd dat de auto zijn eigendom was, maar dat hij het wel verteld zou hebben als hij een auto cadeau had gedaan.
2.12.
Omdat [eiser] is geslaagd in de bewijsopdracht, is komen vast te staan dat hij de eigenaar van de auto is. Dat betekent dat de vorderingen van [eiser] zullen worden toegewezen. Daarbij is de verklaring voor recht toewijsbaar zoals onder de beslissing is vermeld. Verder zal de dwangsom worden beperkt tot € 250,- per dag met een maximum van € 10.000,-.
2.13.
Gelet op de relatie die partijen met elkaar hebben gehad, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart voor recht dat [eiser] eigenaar is van de auto van het merk Lexus met kenteken [kenteken] ;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van het bij de auto behorende originele kentekenbewijs en de daarbij behorende tenaamstellingscodes en de twee sleutels;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] om binnen een week na betekening van het vonnis mee te werken aan het overschrijven van het kentekenbewijs op naam van [eiser] ;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt;
3.5.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.6.
verklaart de veroordelingen onder 3.2. tot en met 3.4. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.T. Kruis en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.