ECLI:NL:RBAMS:2026:192

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 januari 2026
Publicatiedatum
16 januari 2026
Zaaknummer
AMS 25/7182
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bewonersvergunning parkeren wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een bewonersvergunning parkeren, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, dat wil zeggen wanneer onomkeerbare gevolgen dreigen. Omdat verweerder een tijdelijke bewonersvergunning heeft toegekend die geldig is tot aan de uitspraak in de bodemprocedure, is er geen sprake van spoedeisend belang.

De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is en dat de beroepsgronden nader onderzoek vereisen. Verzoekster kan met de tijdelijke vergunning de uitspraak in de bodemprocedure afwachten. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang; verzoekster krijgt een tijdelijke bewonersvergunning tot aan de bodemprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/7182

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 januari 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. D.R. de Vries).

Samenvatting

1.1.
Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de aanvraag van verzoekster voor een bewonersvergunning parkeren. Verzoekster is het hier niet mee eens. Zij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.
1.2.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af omdat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2.1.
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een bewonersvergunning parkeren op het adres [adres] . Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 13 februari 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 7 juli 2025 op het bezwaar van verzoekster is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster en [persoon] . De gemachtigde van verweerder was niet aanwezig.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Onverwijlde spoed wil zeggen dat er door het bestreden besluit onomkeerbare gevolgen kunnen intreden waardoor de beslissing in de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
4. Verweerder heeft een dag voor de behandeling op zitting aan de rechtbank laten weten dat is besloten om aan verzoekster een tijdelijke bewonersvergunning parkeren te verlenen tot aan de uitspraak in de bodemprocedure. Verzoekster heeft vervolgens op de zitting een besluit overgelegd waarin aan verzoekster een tijdelijke bewonersvergunning parkeren is verleend die slechts geldig is tot 31 maart 2026. Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder na de zitting nogmaals bevestigd dat de tijdelijke bewonersvergunning parkeren wordt verleend tot aan de uitspraak van de rechtbank in de bodemprocedure. Verzoekster kan bij de voorzieningenrechter niet meer bereiken dan met deze toezegging is gedaan. Verzoekster kan met de tijdelijke vergunning de uitspraak in de bodemprocedure afwachten. De conclusie is daarom dat er geen spoedeisend belang is.
5. Nu de voorzieningenrechter tot de conclusie komt dat er geen spoedeisend belang is, zal er niet gelijktijdig op het beroep worden beslist. Als de vereiste spoed ontbreekt, wordt er alleen beoordeeld of het besluit evident onrechtmatig is. Het moet dan gaan om een situatie waarin zonder diepgravend onderzoek al blijkt dat het bestreden besluit geen stand kan houden.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is en dat de beroepsgronden van verzoekster een nadere reactie van verweerder vragen. Verzoekster heeft in het beroepschrift en in deze voorlopige voorzieningenprocedure gewezen op de verkeerssituatie en het hellingspercentage rondom de parkeerplek op eigen terrein en daarbij foto’s overgelegd. Ook heeft verzoekster een verklaring van de huisarts van 5 augustus 2025 ingebracht over haar medische situatie. Nu verweerder geen verweerschrift heeft ingediend en niet is verschenen op de zitting waardoor niet is gereageerd op deze stukken, zal hiernaar gekeken moeten worden in de bodemprocedure.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, omdat er geen spoedeisend belang is dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst, krijgt verzoekster het griffierecht niet terug.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Schilder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.