ECLI:NL:RBAMS:2026:1922

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
13-299647-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 12 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op Europees aanhoudingsbevel uit Slowakije

De rechtbank Amsterdam heeft op 4 februari 2026 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Slowakije. De opgeëiste persoon werd verdacht van een strafbaar feit en het EAB werd op 11 oktober 2022 uitgevaardigd.

Tijdens de procedure heeft de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon vastgesteld en onderzocht of er weigeringsgronden waren op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW). Na een tussenuitspraak en aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit concludeerde de rechtbank dat de opgeëiste persoon correct geïnformeerd was over haar recht op hoger beroep tegen een strafbeschikking, maar hiervan geen gebruik heeft gemaakt.

De rechtbank oordeelde dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing is en dat het EAB voldoet aan de wettelijke eisen. Er zijn geen andere gronden die de overlevering in de weg staan. Daarom heeft de rechtbank de overlevering aan Slowakije toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Slowakije toe omdat geen weigeringsgronden van toepassing zijn.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-299647-25
Datum uitspraak: 4 februari 2026
UITSPRAAK
op de vordering van 11 november 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 oktober 2022 door
Okresný súd Galanta (District Court of Galanta),Slowakije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 20 januari 2026
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 20 januari 2026, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door haar raadsman mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam en door een (telefonische) tolk in de Slowaakse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2]
Daarnaast heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak van 22 januari 2026
In deze tussenuitspraak heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en gelijktijdig geschorst voor onbepaalde tijd om de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit op de reeds gestelde vragen ten aanzien van de toetsing aan artikel 12 OLW Pro af te wachten.
Zitting van 4 februari 2026
De behandeling van het EAB is – met toestemming van partijen – in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 4 februari 2026, in aanwezigheid van A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door haar gemachtigd raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Slowaakse nationaliteit heeft.

3.De tussenuitspraak van 22 januari 2026

De rechtbank stelt vast dat bij tussenuitspraak van deze rechtbank op 22 januari 2026 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (paragraaf 3), de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro ten aanzien van het vonnis van 22 oktober 2020 met kenmerk 15T/35/2020 (paragraaf 4) en de strafbaarheid van de feiten (paragraaf 5). Wat de rechtbank daarover heeft overwogen, wordt hier als herhaald en ingelast beschouwd.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro

Inleiding
Op 30 januari 2026 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit geantwoord op de reeds gestelde vragen ten aanzien van de toetsing aan artikel 12 OLW Pro.
De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat uit de aanvullende informatie van 30 januari 2026 volgt dat sprake is van de situatie zoals omschreven in artikel 12, sub c, OLW. Artikel 12 OLW Pro staat derhalve niet aan de overlevering in de weg.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank brengt allereerst haar overwegingen uit paragraaf 3.1 van de tussenuitspraak van 22 januari 2026 in herinnering. De rechtbank komt, naar aanleiding van de aanvullende informatie van 30 januari 2026, terug op haar overwegingen met betrekking tot het vonnis van 7 januari 2020 met kenmerk 1T/150/2019.
De rechtbank stelt vast dat uit de aanvullende informatie van 30 januari 2026 blijkt dat aan de opgeëiste persoon een strafbeschikking in persoon is betekend, waarbij de opgeëiste persoon is geïnformeerd over haar recht op hoger beroep, maar de opgeëiste persoon daarvan geen gebruik heeft gemaakt en blijkens de genoemde informatie is er geen rechtsmiddel aangewend. De rechtbank is daarom met de officier van justitie van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub c, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is derhalve niet van toepassing.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Okresný súd Galanta (District Court of Galanta),Slowakije, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. L. Baroud en J.T.H. Zimmerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.C. Hooibrink, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 februari 2026.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.