Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 31 december 2025;
- het F9-formulier met bijlage van de vrouw, ingekomen op 4 februari 2026;
- het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoekschrift, van de man, ingekomen op 9 februari 2026;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 9 februari 2026;
- het F9-formulier met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 11 februari 2026.
2.De feiten
- in de even weken: van dinsdagochtend, de vrouw brengt [minderjarige] naar man, tot vrijdagochtend, naar de opvang;
- in de oneven weken: van dinsdagochtend 09:00 uur, de vrouw brengt [minderjarige] naar de man, tot woensdagochtend naar de opvang en vanaf vrijdagmiddag na de opvang tot maandagochtend, de man brengt [minderjarige] naar de vrouw.
- in de even weken: van maandagmiddag uit school tot woensdagochtend naar school, en van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school;
- in de oneven weken: van woensdagmiddag uit school tot vrijdagochtend naar school.
- herfstvakantie: in de even jaren bij moeder en de oneven jaren bij vader;
- kerstvakantie: in de even jaren eerste week bij moeder en tweede week bij vader, waarbij [minderjarige] Tweede Kerstdag bij de vader is en tijdens Oud en Nieuw, en in de oneven jaren eerste week bij vader en de tweede week bij moeder, waarbij [minderjarige] op Tweede Kerstdag bij de moeder is en tijdens Oud en Nieuw;
- voorjaarsvakantie: in de even jaren bij vader en de oneven jaren bij moeder;
- meivakantie: in de even jaren de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder en in de oneven jaren de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader. Als de meivakantie één week duurt, dan in de even jaren bij moeder en de oneven jaren bij vader;
- zomervakantie:
3.Het verzoek
4.De beoordeling
- [minderjarige] verblijft elke maandag en dinsdag bij de vrouw. De vrouw brengt [minderjarige] woensdagochtend naar school;
- [minderjarige] verblijft elke woensdag en donderdag bij de man. De man haalt [minderjarige] woensdag uit school en brengt haar vrijdagochtend naar school;
- [minderjarige] verblijft de ene week vrijdag, zaterdag en zondag bij de man. De man haalt [minderjarige] vrijdag uit school en brengt haar maandag naar school;
- [minderjarige] verblijft de andere week vrijdag, zaterdag en zondag bij de vrouw. De vrouw haalt [minderjarige] vrijdag uit school, waarna zij tot woensdagochtend bij de vrouw verblijft.