ECLI:NL:RBAMS:2026:1932
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verkeersbesluit afsluiting afslag tijdens spitsuren
Eisers hebben beroep ingesteld tegen een verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarin een afslag van de [adres 2] naar de [adres 1] west en oost tijdens spitsuren wordt afgesloten. Het bezwaar van eisers was eerder ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 behandeld. Eisers waren niet aanwezig, wel de vertegenwoordigers van verweerder. De rechtbank constateerde dat de machtiging van een van de eisers aan een gemachtigde ongeldig was en dat er geen geldige machtiging aan de andere gemachtigde was overgelegd. Hierdoor is het beroep namens die eiser niet-ontvankelijk.
Daarnaast kon niet worden vastgesteld wat het belang van de andere eiser, een C.V. gevestigd op circa 1,3 kilometer afstand van de afslag, was bij het verkeersbesluit. Omdat geen belang werd aangetoond en geen vertegenwoordiging aanwezig was om dit toe te lichten, werd ook dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wees proceskostenvergoedingen af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.D. Arnold op 24 februari 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende machtiging en gebrek aan belanghebbende.