ECLI:NL:RBAMS:2026:1932

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
AWB 24/4167
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen verkeersbesluit afsluiting afslag tijdens spitsuren

Eisers hebben beroep ingesteld tegen een verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, waarin een afslag van de [adres 2] naar de [adres 1] west en oost tijdens spitsuren wordt afgesloten. Het bezwaar van eisers was eerder ongegrond verklaard.

De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 behandeld. Eisers waren niet aanwezig, wel de vertegenwoordigers van verweerder. De rechtbank constateerde dat de machtiging van een van de eisers aan een gemachtigde ongeldig was en dat er geen geldige machtiging aan de andere gemachtigde was overgelegd. Hierdoor is het beroep namens die eiser niet-ontvankelijk.

Daarnaast kon niet worden vastgesteld wat het belang van de andere eiser, een C.V. gevestigd op circa 1,3 kilometer afstand van de afslag, was bij het verkeersbesluit. Omdat geen belang werd aangetoond en geen vertegenwoordiging aanwezig was om dit toe te lichten, werd ook dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.

De rechtbank besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en wees proceskostenvergoedingen af. De uitspraak werd gedaan door rechter S.D. Arnold op 24 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbrekende machtiging en gebrek aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/4167

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen

[eisers] en [plaats] , eisers

(gemachtigde: [gemachtigde 1] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] ).

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eisers tegen de afsluiting van de afslag van de [adres 2] naar de [adres 1] - west en naar de [adres 2] oost tijdens de spitsuren op maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 uur en 10.00 uur en tussen 16.00 uur en 19.00 uur (het verkeersbesluit).
1.2.
Met het bestreden besluit van 7 juni 2024 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.
1.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 3 februari 2026 op zitting behandeld, gezamenlijk maar niet gevoegd met twee andere zaken met de zaaknummers: AMS 24/3916 en AMS 24/3973. Aan de zitting hebben de vertegenwoordigers van verweerder deelgenomen. Eisers waren niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk?
2.1.
Het beroep in deze zaak is ingesteld door [eisers] en [eiser] C.V (hierna: [eiser] C.V.). De gemachtigde in deze zaak is [gemachtigde 1] . Hij behandelt het beroep namens beide eisers en heeft namens hen één beroepschrift ingediend.
2.2.
De rechtbank constateert dat het dossier een machtiging van eiser ( [eisers] ) aan “ [persoon] ” bevat om in deze zaak op te treden als gemachtigde. De rechtbank constateert dat de gemachtigde [persoon] zich niet bij de rechtbank heeft gesteld in de voorliggende zaak. De machtiging die eiser heeft ingediend is dus ongeldig. Het dossier bevat geen machtiging van [eisers] aan [gemachtigde 1] . Dit betekent dat de juiste machtiging voor het instellen van het beroep namens [eisers] ontbreekt. Het beroep, voor zover dat is ingesteld namens [eisers] , wordt door de rechtbank om die reden niet-ontvankelijk verklaard.
2.3.
Ten aanzien van het beroep van [eiser] C.V. overweegt de rechtbank dat uit de gronden van beroep niet duidelijk wordt wat de gevolgen zijn van het verkeersbesluit voor [eiser] C.V. Namens [eiser] C.V was niemand op de zitting aanwezig om het belang van [eiser] C.V. bij het verkeersbesluit toe te lichten. Het bedrijf [eiser] C.V. is gevestigd op het adres [adres 3] . De afstand tussen [eiser] C.V. en de afsluiting van de afslag van de [adres 2] naar de [adres 1] is ongeveer 1,3 kilometer. Nu de rechtbank niet is gebleken wat de gevolgen van het verkeersbesluit zijn voor [eiser] C.V., is zij geen belanghebbende en wordt ook het beroep van deze partij niet-ontvankelijk verklaard. [1]

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep dat is ingediend door [eisers] en [eiser] C.V. is niet-ontvankelijk. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, rechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.