ECLI:NL:RBAMS:2026:1934

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
23 februari 2026
Zaaknummer
26/405
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
PaspoortwetBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing voorlopige voorziening voor verstrekking laissez-passer aan dochter geboren uit draagmoeder

Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort voor hun dochter, geboren uit een draagmoeder in Ghana. De minister heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld, waarna verzoekers een voorlopige voorziening hebben gevraagd. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoekers sinds december 2025 in Ghana verblijven en niet met hun dochter naar Nederland kunnen reizen zonder reisdocument.

De voorzieningenrechter weegt het belang van verzoekers af tegen dat van de minister. Hoewel de dochter niet de Nederlandse nationaliteit bezit en haar geboorteakte nog niet is erkend door een Nederlandse rechter, is uit DNA-onderzoek gebleken dat de heer verzoeker de biologische vader is. De dochter is momenteel stateloos omdat zij volgens Ghanees recht geen nationaliteit heeft verkregen. Er is een overeenkomst met de draagmoeder en een notariële verklaring waarin afstand wordt gedaan van rechten door de draagmoeder. De Ghanese rechtbank heeft de heer verzoeker als juridische ouder erkend.

De minister heeft ter zitting bevestigd geen aanleiding te zien om aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject te twijfelen. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat na afronding van de civiele procedure de Nederlandse nationaliteit zal worden vastgesteld. Daarom wordt het verzoek toegewezen en wordt de minister opgedragen een laissez-passer te verstrekken zodat de dochter met verzoekers naar Nederland kan reizen. Tevens moet de minister de proceskosten en griffierecht vergoeden.

Uitkomst: De voorzieningenrechter draagt de minister op om een laissez-passer te verstrekken aan de dochter zodat zij met verzoekers naar Nederland kan reizen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 26/405

uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [plaats] , verzoekers

(gemachtigde: mr. A.C. Bouma),
en

de minister van Buitenlandse zaken, de minister

(gemachtigde: mr. J.L.K. Hu).

Inleiding

1.1.
Deze uitspraak gaat over de buitenbehandelingstelling van de aanvraag van verzoekers om een Nederlands paspoort voor hun dochter [naam] . Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Verzoekers hebben een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort voor hun dochter [naam] . De minister heeft de aanvraag met het besluit van 22 januari 2026 niet in behandeling genomen. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 13 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers via een videoverbinding, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Wat vindt de voorzieningenrechter van het verzoek?
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Verzoek
3. Verzoekers dochter [naam] is op [geboortedag] 2025 geboren uit een draagmoeder in Ghana. Verzoekers verzoeken de voorzieningenrechter om te bepalen dat de minister een noodpaspoort of een laissez-passer voor [naam] dient af te geven, zodat zij met haar naar Nederland kunnen reizen.
Spoedeisend belang
4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor de beslissing op het bezwaar niet kan worden afgewacht.
4.1.
Verzoekers verblijven sinds december 2025 in Ghana en kunnen niet met [naam] naar Nederland reizen zo lang zij geen reisdocument heeft. Verzoekers voeren aan dat zij graag zo snel mogelijk met [naam] naar Nederland willen reizen omdat hun leven zich daar afspeelt en zij daar een sociaal netwerk hebben. Ook moeten verzoekers zich op korte termijn weer fysiek melden op hun werk in Nederland. Daarnaast willen verzoekers graag de civiele procedure in Nederland starten maar dat is pas mogelijk als [naam] in Nederland is. Het spoedeisend belang wordt door verweerder ook niet betwist. De voorzieningenrechter neemt het spoedeisend belang in deze zaak daarom aan.
Inhoudelijk
5. De voorzieningenrechter zal in deze zaak geen uitspraak doen over de rechtmatigheid van de buitenbehandelingstelling van de aanvraag om een Nederlands paspoort voor [naam] . Het verzoek om een voorlopige voorziening leent zich niet om de rechtmatigheid van het bestreden besluit volledig te beoordelen en het besluit raakt aan de civiele procedure die nog gevoerd moet worden. De voorzieningenrechter zal daarom volstaan met een belangenafweging. Het belang van verzoekers zal worden afgewogen tegenover het belang van de minister.
Belangenafweging
6. Op grond van de Paspoortwet komen uitsluitend personen met de Nederlandse nationaliteit of met een Nederlands verblijfsrecht in aanmerking voor een Nederlands reisdocument.
6.1.
Het belang van de minister is om uitvoering te geven aan de Paspoortwet. [naam] heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast is haar geboorteakte nog niet door een Nederlandse civiele rechter erkend waardoor haar identiteit en nationaliteit ook niet op basis daarvan kan worden vastgesteld.
6.2.
Tegenover het belang van verweerder staat het belang van verzoekers. Verzoekers zijn geregistreerd partners en beschikken beiden over de Nederlandse nationaliteit. Uit het DNA-onderzoek blijkt dat de heer [verzoeker 2] de biologische vader van [naam] is. [naam] is op dit moment stateloos omdat zij naar Ghanees recht niet de Ghanese nationaliteit heeft verkregen. Verzoekers hebben aangegeven in Nederland zo spoedig mogelijk de civiele procedure te starten omtrent het vaststellen van de geboortegegevens en de familierechtelijke betrekkingen.
6.3.
Verzoekers hebben op de zitting toegelicht dat zij een overeenkomst hebben gesloten met de draagmoeder. Daarnaast is er een verklaring van de draagmoeder, afgelegd bij de notaris, waarin zij verklaart afstand te doen van al haar rechten omtrent [naam] . Bovendien heeft de Ghanese rechtbank reeds geoordeeld dat naar Ghanees recht de heer [verzoeker 2] de juridische ouder is.
6.4.
Op basis van de overgelegde documenten heeft de voorzieningenrechter geen twijfel over de intentie van verzoekers en de draagmoeder, dat het de bedoeling is dat verzoekers, of in ieder geval de heer [verzoeker 2] , de juridische ouders van [naam] worden en dat zij voor haar zullen zorgen en haar zullen opvoeden. De minister heeft, zonder zich uit te willen laten over de nog te voeren civiele procedure, ter zitting ook bevestigd dat er op dit moment geen aanleiding is om aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject te twijfelen.
6.5.
Aangezien de heer [verzoeker 2] de biologische ouder van [naam] is en er op dit moment geen reden is om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van het draagmoedertraject, acht de voorzieningenrechter het aannemelijk dat, na het doorlopen van alle daarvoor benodigde procedures, vastgesteld zal worden dat [naam] de Nederlandse nationaliteit heeft of zal krijgen. Om die reden zal de voorzieningenrechter het belang van verzoekers zwaarder laten wegen en het verzoek toewijzen.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter draagt de minister op om voor [naam] , geboren op [geboortedag] 2025 in Accra, zo snel mogelijk, maar uiterlijk op 26 februari 2026, een laissez-passer te verstrekken waarmee zij met verzoekers Nederland kan inreizen.
7.1
Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst moet verweerder het griffierecht aan verzoekers vergoeden. Verzoekers krijgen ook een vergoeding van hun proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgen verzoekers een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- draagt de minister op om verzoekers, zo snel mogelijk, maar uiterlijk 26 februari 2026, een laissez-passer te verstrekken voor [naam] , geboren op [geboortedag] 2025 in Accra, waarmee zij naar Nederland kan reizen;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 200,- aan verzoekers moet vergoeden;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.H. van Haeften, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.