Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procesgang
2.De tussenbeschikkingen van 14 augustus 2025 en 19 november 2025
3.Oordeel van de rechtbank
“Kunt u aangeven hoe lang verzoeker in België voorarrest heeft gezeten?
Betrokkene heeft in België in voorarrest gezeten van 25-11-2023 tot 03-05-2024. In de periode van 04-05-2024 tot 28-01-2025 heeft betrokkene zich onttrokken aan de voorlopige hechtenis en strafuitvoering onder elektronisch toezicht. Intussen was hij op 15-07-2024 veroordeeld tot een definitieve gevangenisstraf van 10 maanden. Hij is dan opnieuw in strafuitvoering gegaan vanaf 29-01-2025 tot 11-03-2025, dag van zijn verwijdering van het Belgische grondgebied.
Indien verzoeker minder dan 10 maanden in voorarrest heeft gezeten, kunt u aangeven, of en zo ja, welke -(resterende,) vrijheidsstraf in België nog openstaat?
Betrokkene heeft minder dan 10 maanden in voorarrest verbleven en er staat geen vrijheidsstraf meer open in België.
Kunt u vervolgens aangeven of de dagen die verzoeker in Nederland in overleveringsdetentie heeft doorgebracht in mindering zijn gebracht en zo neen: garanderen dat die dagen alsnog op die resterende vrijheidsstraf in mindering worden gebracht?
De dagen die betrokkene in overleveringsdetentie heeft verbleven zijn in mindering gebracht.
4.Beslissing
WIJST TOEde verzoeken tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand ten bedrage van:
€ 1360, -voor de kosten die in verband met het opstellen, indienen en behandelen van de verzoeken zijn gemaakt.
WIJST AFde verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten voor de rechtsbijstand in de overleveringsprocedure ten bedrage van:
€ 1.090,-vanwege vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure en
€ 1.815,-voor de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure.