ECLI:NL:RBAMS:2026:1943

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
AMS 23/4834
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wvw 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen verkeersbesluit over corridor voor autobussen binnen centrum Amsterdam

Verweerder stelde in 2021 een verbod in voor zware voertuigen, waaronder autobussen, binnen de centrumring van Amsterdam. In 2023 werd een uitzondering gemaakt door een corridor in te stellen waar autobussen wel mogen rijden. Gassan Diamonds, gevestigd buiten deze corridor, betoogde dat hun locatie onterecht is uitgesloten en dat het besluit onzorgvuldig is genomen zonder een deugdelijke belangenafweging.

De rechtbank oordeelt dat het verkeersbesluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder heeft de belangen van Gassan Diamonds meegewogen en een ontheffingenbeleid opgesteld, waarbij Gassan Diamonds een tijdelijke ontheffing kreeg voor touringcarvervoer. Tevens is onderzocht welke alternatieven er zijn, zoals vervoer via het water en kleinere bussen.

Gassan Diamonds stelde ook dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en dat het besluit in strijd is met het eigen beleid en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank vindt dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden omdat de bereikbaarheid via ontheffing is gewaarborgd. Ook is het beleid correct toegepast en zijn de maatregelen proportioneel gezien de belangen van verkeersveiligheid, infrastructuurbescherming en leefbaarheid.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gassan Diamonds krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam op 25 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep van Gassan Diamonds tegen het verkeersbesluit wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
Zaaknummer: AMS 23/4834

uitspraak van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen

Gassan Diamonds B.V, uit Amsterdam, eiseres sub 1

en

Blade B.V, uit Amsterdam, eiseres sub 2

hierna gezamenlijk te noemen: eiseressen
(gemachtigde:mr. L.W. Tellegen),
en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigden: mr. S.O. Vos en [gemachtigde] ).

Samenvatting

1.1.
Verweerder heeft in 2021 een verbod ingesteld voor zware voertuigen, waaronder autobussen, om binnen de centrumring van Amsterdam te rijden. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit van 6 juni 2023 waarin verweerder een uitzondering maakt op dit verbod. Met dit verkeersbesluit stelt verweerder binnen de centrumring een corridor in waarop autobussen wel mogen rijden. Eiseressen zijn het er niet mee eens dat hun locatie niet aan de corridor ligt. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder de locatie van eiseressen mocht uitsluiten van de corridor.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Met het bestreden besluit van 6 juni 2023 heeft verweerder een uitzondering gemaakt voor de categorie autobussen op de zonale geslotenverklaring voor voertuigen (verkeersbesluit Zone Zwaar Verkeer) voor het rijden op de corridor [straat 1] , [straat 2] , [straat 3] , [straat 4] , [straat 5] , [straat 6] , [straat 7] en de [straat 8] .
2.2.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon] namens eiseressen, de gemachtigde van eiseressen en de gemachtigden van verweerder.
2.4.
Bij sluiting van het onderzoek op zitting heeft de rechtbank meegedeeld binnen zes weken uitspraak te doen. De rechtbank heeft deze termijn niet gehaald en partijen bericht zes weken later uitspraak te doen.

Beoordeling door de rechtbank

3.1.
Eiseres sub 1, Gassan Diamonds B.V, is gebruiker van het perceel aan de [adres 1] . Gassan Diamonds exploiteert op die locatie een handel in juweliersartikelen en horloges en verzorgt daarbij rondleidingen door de historische diamantenslijperij. Eiseres sub 2, Blade B.V, is de eigenaar van het perceel. Eiseressen hebben gezamenlijk beroep aangetekend, en één beroepschrift ingediend. Zij zullen hierna voor de leesbaarheid gezamenlijk en in enkelvoud Gassan Diamonds worden genoemd.
3.2.
Bij verkeersbesluit van 20 mei 2021 heeft verweerder een “zonale geslotenverklaring” ingesteld voor voertuigen met een totaalmassa hoger dan 7,5 ton (waaronder ook autobussen vallen) binnen de centrumring van Amsterdam. [1] In het verkeersbesluit van 6 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder hierop een uitzondering gemaakt voor autobussen die rijden over de corridor. Het perceel van Gassan Diamonds ligt niet aan de corridor, terwijl veel klanten van Gassan Diamonds toeristen zijn die nu per touringcar van en naar haar perceel worden vervoerd. Gassan Diamonds wil dat de corridor wordt uitgebreid met een route naar haar perceel.
3.3.
Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) komt het bestuursorgaan bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toe bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) genoemde begrippen. De rechter toetst of het bestuursorgaan geen onredelijk gebruik heeft gemaakt van die beoordelingsruimte. Nadat het bestuursorgaan heeft vastgesteld welke verkeersbelangen in welke mate naar zijn oordeel bij het besluit dienen te worden betrokken, dient het die belangen tegen elkaar af te wegen. Daarbij komt het bestuursorgaan beleidsruimte toe. De bestuursrechter toetst of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen. [2] Een bestuursorgaan behoeft daarbij niet de absolute noodzaak van een verkeersbesluit aan te tonen. Voldoende is dat met het verkeersbesluit de eraan ten grondslag gelegde belangen, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wvw 1994 worden gediend en dat inzichtelijk is gemaakt op welke wijze deze belangen tegen elkaar zijn afgewogen. [3]
Zorgvuldig onderzoek en deugdelijke belangenafweging
3.4.
Volgens Gassan Diamonds heeft het onderzoek naar de relevante belangen onzorgvuldig plaatsgevonden, met name het onderzoek naar de alternatieven voor het touringcarvervoer van en naar Gassan Diamonds. Hoewel het bij verweerder bekend is dat a) niet al het vervoer van de bezoekers van Gassan Diamonds over het water kan plaatsvinden, b) er op de corridor geen halteerroutes (op- en afstapplekken) zijn op acceptabele loopafstand van Gassan Diamonds, er c) bezwaren kleven aan vervoer in kleinere busjes (overlast door meer verkeersbewegingen) en verweerder door Gassan Diamonds is gewezen op d) het veiligheidsrisico voor de bezoekers van Gassan Diamonds die met kostbare aankopen naar de touringcar moeten lopen, heeft verweerder nagelaten deugdelijk te onderzoeken welke alternatieven er voor Gassan Diamonds wel voorhanden zijn, in het bijzonder over vier jaar. Door het achterwege laten van zo’n onderzoek zijn de relevante belangen onvoldoende in kaart gebracht. Reeds hierom is er geen sprake van een deugdelijke belangenafweging.
3.5.
De rechtbank ziet geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat het bestreden besluit op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat geen sprake is van een deugdelijke belangenafweging. Verweerder heeft met het bestreden besluit beoogt om de veiligheid op de weg te verzekeren, de bruikbaarheid van het wegennet te verbeteren door verdere schade van de kwetsbare bruggen en kademuren als gevolg van overbelasting tegen te gaan en de levensduur ervan te verlengen, overlast terug te dringen en de leefbaarheid in Amsterdam te verbeteren. Hiermee verzekert het bestreden besluit de verkeersbelangen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wvw 1994. Deze verkeersbelangen heeft verweerder afgewogen tegen - onder meer - het individuele belang van Gassan Diamonds. De rechtbank is van oordeel dat het individuele belang van Gassan Diamonds voldoende is onderzocht en meegewogen in de belangenafweging van alle betrokken belangen.
3.6.
De rechtbank overweegt in dit kader allereerst dat verweerder voor autobussen (touringcars) een apart ontheffingenbeleid heeft opgesteld. Verweerder heeft op basis van dit ontheffingenbeleid op 25 maart 2025 aan Gassan Diamonds een ontheffing verleend van het verbod touringcars. De ontheffing geldt voor de duur van één jaar, en kan jaarlijks worden verlengd tot in totaal maximaal vier jaar. Aan de ontheffing heeft verweerder voorschriften verbonden die onder meer gaan over het verminderen van het aantal touringcars die van en naar Gassan Diamonds rijden, en de tijdstippen waarop geen touringcars zijn toegestaan. Zoals op de zitting is gebleken, zijn deze voorschriften in overleg met Gassan Diamonds vastgesteld. Na de periode van vier jaar vindt een herbeoordeling plaats of de ontheffing zal worden verlengd. De criteria daarvoor heeft verweerder opgenomen in beleidsregels. [4] De verleende ontheffing betekent - in elk geval voorlopig - dat klanten nog steeds per touringcar van en naar Gassan Diamonds kunnen worden vervoerd.
3.7.
De rechtbank neemt verder in aanmerking dat verweerder voldoende onderzoek heeft gedaan naar reële alternatieven. Zo heeft verweerder in overleg met Gassan Diamonds bijgedragen aan alternatieve bereikbaarheid van Gassan Diamonds via het water. Sinds 2024 is er een nieuwe overstapsteiger van touringcars op rondvaartboten aan [locatie 1] en verweerder heeft een vergunning verleend voor een aanlegsteiger bij Gassan Diamonds. Ook kan Gassan Diamonds overstappen op kleinere bussen en is regulier openbaar vervoer een reëel en belangrijk alternatief. Hiermee heeft verweerder het belang van Gassan Diamonds bij haar bereikbaarheid voldoende betrokken. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Vertrouwensbeginsel
4.1.
Gassan Diamonds voert aan dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het vertrouwensbeginsel. Uit vaste rechtspraak [5] volgt dat wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel, aannemelijk moet maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja, hoe.
4.2.
Gassan Diamonds verwijst naar een brief van 23 december 1988 van de wethouder voor Ruimtelijke Ordening, Verkeer en Vervoer aan Gassan Diamonds. Hierin is de volgende uitlating gedaan:

Ik zeg u echter toe dat, indien u tot vestiging van uw bedrijf in het [locatie 2] besluit, bij de plannen voor de toekomstige verkeerscirculatie voor de [adres 1] , de aan- en afvoer van uw autobussen via de onderdoorgang van het [gebouw] gegarandeerd zal blijven.”
4.3.
De rechtbank stelt vast dat de bereikbaarheid van het perceel van Gassan Diamonds ( [locatie 2] ) tot op heden niet is gewijzigd. Vanwege de verleende bestemmingsontheffing door verweerder is Gassan Diamonds namelijk nog steeds bereikbaar voor touringcars. Gelet daarop is er naar het oordeel van de rechtbank in elk geval op dit moment geen sprake van een schending van het door Gassan Diamonds gestelde vertrouwen. Dat deze bestemmingsontheffing van tijdelijke aard is, maakt het oordeel van de rechtbank op dit moment niet anders. Het is immers nu nog niet bekend hoe lang en onder welke voorschriften de ontheffing zal blijven gelden. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Strijd met beleid
5.1.
Gassan Diamonds voert verder aan dat verweerder in strijd handelt met de beleidsregels zoals neergelegd in de Agenda Touringcar. De Agenda Touringcar stelt een touringcarvrij stadshart en een touringcarluw centrum voor. De locatie van Gassan Diamonds is niet gelegen in het touringcarvrije stadshart. Ten aanzien van de [adres 2] en de [adres 1] kan worden volstaan met touringcarluw als eindsituatie. Door enerzijds de locatie van Gassan Diamonds uit te sluiten van de corridor en anderzijds hier een eindige bestemmingsontheffing tegenover te zetten wordt op deze locatie feitelijk een touringcarvrij eindbeeld gecreëerd, hetgeen dus verdergaat dan de beleidsambitie in de Agenda Touringcar.
5.2.
De rechtbank volgt Gassan Diamonds hierin niet en is van oordeel dat verweerder handelt overeenkomstig zijn eigen beleid. De Agenda Touringcar geeft uitvoering aan de term touringcarluw door in het touringcarluwe gebied touringcars met ontheffing toe te staan, in tegenstelling tot het touringcarvrije gebied waarin helemaal geen touringcars meer mogen komen, ook niet met een ontheffing. Op dit moment is het nog onduidelijk of er in de toekomst helemaal geen touringcars meer van en naar Gassan Diamonds mogen rijden. Gassan Diamonds heeft immers een bestemmingsontheffing die verlengd kan worden. Dat de ontheffing niet voor onbepaalde tijd is verleend, maakt dat niet anders. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Evenredigheidsbeginsel
6.1.
Tot slot handelt verweerder volgens Gassan Diamonds in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Een zonale geslotenverklaring in combinatie met een corridor voor beperkt touringcarverkeer en een ontheffingenbeleid kan in abstracto geschikt zijn om de belangrijkste doelstelling te behalen: het tegengaan van overlast van touringcars in het centrum. Het is echter de vraag of het noodzakelijk is met het oog op dit doel om de locatie van Gassan Diamonds a) uit te sluiten van de corridor en b) hieraan enkel in de vorm van een aflopende, aan tijdgebonden ontheffing tegemoet te komen. Dit betekent immers dat de kans zeer aanwezig is dat Gassan Diamonds over vier jaar niet meer bereikbaar is voor touringcars. De maatregelen van verweerder zijn onevenredig met het oog op de zwaarwegende belangen van Gassan Diamonds, naast het feit dat er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen dat de [locatie 2] bereikbaar zou blijven voor touringcars.
6.2.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit op zichzelf geschikt is om het daarmee beoogde doel te bereiken, te weten het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beteren van de bruikbaarheid van het wegennet door verdere schade van de kwetsbare bruggen en kademuren als gevolg van overbelasting tegen te gaan en de levensduur ervan te verlengen, het terugdringen van overlast en het verbeteren van de leefbaarheid van Amsterdam. Verder heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het noodzakelijk was om wegen uit te sluiten van het gebruik door touringcars om de beoogde doelen te bereiken. Tot slot ziet de rechtbank in dat het bestreden besluit voor Gassan Diamonds weliswaar nadelige gevolgen heeft, maar is zij van oordeel dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat deze gevolgen niet onevenredig zijn in verhouding tot de belangen die aan het bestreden besluit ten grondslag liggen. Gassan Diamonds is namelijk nog steeds bereikbaar voor touringcars vanwege de bestemmingsontheffing, die verlengd kan worden. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is dan ook geen sprake.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiseressen krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, voorzitter, en mr. S.D. Arnold en
mr. M.C. Werner, leden, in aanwezigheid van mr. J.C.M. Schilder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026.
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Staatscourant 2021, 24726.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 6 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3761, 10 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2320 en 26 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1629.
3.Zie de uitspraak van de Afdeling van 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:257.
4.Beleidsregels ontheffing zone zwaar verkeer - Autobussen 2023
5.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:1694.