Verweerder stelde in 2021 een verbod in voor zware voertuigen, waaronder autobussen, binnen de centrumring van Amsterdam. In 2023 werd een uitzondering gemaakt door een corridor in te stellen waar autobussen wel mogen rijden. Gassan Diamonds, gevestigd buiten deze corridor, betoogde dat hun locatie onterecht is uitgesloten en dat het besluit onzorgvuldig is genomen zonder een deugdelijke belangenafweging.
De rechtbank oordeelt dat het verkeersbesluit zorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder heeft de belangen van Gassan Diamonds meegewogen en een ontheffingenbeleid opgesteld, waarbij Gassan Diamonds een tijdelijke ontheffing kreeg voor touringcarvervoer. Tevens is onderzocht welke alternatieven er zijn, zoals vervoer via het water en kleinere bussen.
Gassan Diamonds stelde ook dat het vertrouwensbeginsel is geschonden en dat het besluit in strijd is met het eigen beleid en het evenredigheidsbeginsel. De rechtbank vindt dat het vertrouwensbeginsel niet is geschonden omdat de bereikbaarheid via ontheffing is gewaarborgd. Ook is het beleid correct toegepast en zijn de maatregelen proportioneel gezien de belangen van verkeersveiligheid, infrastructuurbescherming en leefbaarheid.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gassan Diamonds krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Rechtbank Amsterdam op 25 februari 2026.