Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Parketnummer vordering tul: 09/289393-22
1.Onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
in bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en gelden als hier ingevoegd.
3.Waardering van het bewijs
4.Bewezenverklaring
bijlage IIvervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
5.Strafbaarheid van het feit
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen en maatregelen
8.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 1.900 aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade.
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
9.Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke veroordeling
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast.
Meldplicht bij reclassering
Ambulante behandeling
Verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Dagbesteding
Aflossing schulden
Andere voorwaarde het gedrag betreffende
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in art. 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in art. 14e, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
niet-ontvankelijk inzijn vordering tot schadevergoeding, nu verdachte van het feit waarop de vordering tot schadevergoeding ziet wordt vrijgesproken.
niet-ontvankelijkin zijn vordering tot schadevergoeding, nu verdachte van het feit waarop de vordering tot schadevergoeding ziet wordt vrijgesproken.
volledig toeen veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 400 (vierhonderd euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 juli 2025 tot aan de dag van volledige betaling.