ECLI:NL:RBAMS:2026:2041

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
C/13/780132 / HA ZA 25-1811
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in geschil over nakoming overeenkomst van opdracht

Lariwo Beheer B.V. en FSH B.V. zijn partijen in een geschil over een overeenkomst van opdracht waarbij Lariwo als interim commercieel directeur werkzaamheden zou verrichten voor FSH. De overeenkomst liep van 1 november 2024 tot 30 april 2025 met mogelijkheid tot verlenging en opzegging met een maand opzegtermijn.

Lariwo stelt dat FSH de overeenkomst onrechtmatig heeft beëindigd door hem op 17 juni 2025 te verbieden verdere werkzaamheden te verrichten, terwijl volgens Lariwo geen rechtsgeldige opzegging heeft plaatsgevonden. Lariwo vordert in de hoofdzaak nakoming van de overeenkomst en betaling van openstaande facturen.

In het incident vordert Lariwo een voorlopige voorziening om per direct toegang te krijgen tot de werkzaamheden en systemen van FSH, met een dwangsom bij niet-nakoming. De rechtbank oordeelt dat de beoordeling van deze voorlopige voorziening zodanig verweven is met de hoofdzaak dat deze niet zonder nadere mondelinge behandeling kan worden beslist.

Daarom wijst de rechtbank de vordering in het incident af en veroordeelt Lariwo in de proceskosten. De hoofdzaak wordt voortgezet met een nieuwe rolzitting op 8 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening af omdat de beoordeling ervan te nauw verweven is met de hoofdzaak.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/780132 / HA ZA 25-1811
Vonnis in incident van 25 februari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LARIWO BEHEER B.V.,
gevestigd te Uithoorn,
eisende partij in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: Lariwo,
advocaat: mr. R.M.A. Gielisse,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
FSH B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
verwerende partij in de hoofdzaak en in het incident,
hierna te noemen: FSH,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met daarin tevens een incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering (Rv) van 2 december 2025, met producties,
  • de incidentele conclusie van antwoord, met producties.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten voor zover van belang in het incident

2.1.
Lariwo is een onderneming die zich richt op advisering, onderzoek en begeleiding van bedrijven op het gebied van bedrijfsorganisatie. De bestuurder van Lariwo is de heer [naam 1] .
2.2.
FSH is een schoonmaakbedrijf dat zich bezighoudt met interieurreiniging van gebouwen. Bestuurder van FSH is de heer [naam 2] .
2.3.
Op 1 november 2024 zijn Lariwo en FSH een overeenkomst van opdracht aangegaan. In de overeenkomst staat:
Artikel 1: Functie Pro en Duur van de Overeenkomst1.1 De Opdrachtnemer wordt aangesteld als Interim Commercieel Directeur.1.2 Deze overeenkomst gaat in op 1 november 2024 en eindigt op 30 april 2025. (…)
Artikel 3: Arbeidsduur Pro en Tarief(…) 3.2 Het tarief bedraagt een vastgesteld bedrag van € 5500,00 per maand, exclusief BTW. (…)
Artikel 6: Verlening Pro en Beëindiging6.1 Overeenkomst kan verlengt worden, in onderling overleg voor een periode van 6 tot 12 maanden. 6.2 Beide partijen hebben het recht om deze overeenkomst te beëindigen met inachtneming van een opzegtermijn van één maand.”
2.4.
Op 17 juni 2025 heeft Lariwo van FSH een mail ontvangen dat hij geen verdere werkzaamheden meer voor FSH mag uitvoeren.
2.5.
Op 28 juli 2025 heeft Lariwo nog een bespreking bijgewoond met de gemeente Amsterdam. Hiervoor heeft Lariwo ook weer tijdelijk toegang gekregen tot de systemen van FSH.

3.3. Het geschil

in de hoofdzaak
3.1.
Lariwo vordert samengevat:
I. te verklaren voor recht dat FSH de overeenkomst dient na te komen;
II. FSH te veroordelen tot betaling van de facturen over de maanden juli tot en met november 2025 en de eerste factuur van Pact advocaten ten bedrage van in totaal
€ 41.169,04 plus de wettelijke handelsrente hierover;
III. FSH te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 1.186,69 bij een hoofdsom van € 41.169,04 plus de wettelijke rente hierover,
en FSH te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Lariwo legt aan zijn vordering ten grondslag dat de overeenkomst nooit rechtsgeldig is opgezegd. Zolang er geen rechtsgeldige opzegging heeft plaatsgevonden, blijft de overeenkomst feitelijk van kracht en is FSH gehouden om de overeengekomen maandvergoedingen te voldoen.
3.3.
FSH heeft in de hoofdzaak nog niet van antwoord gediend.
in het incident
3.4.
Lariwo vordert FSH bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis als voorlopige voorziening te gebieden om Lariwo per direct toe te laten tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden en alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan de uitvoering daarvan, waaronder het herstel van toegang tot systemen, e-mail en klantdossiers, en het weer toewijzen van werkzaamheden conform de overeenkomst op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag tot een maximum van € 50.000,-.
3.5.
FSH voert verweer. Haar conclusie is dat de vordering moet worden afgewezen.

4.De beoordeling

in het incident
4.1.
Tussen partijen is niet in geschil dat er een overeenkomst van opdracht is gesloten. Lariwo legt aan de vordering ten grondslag dat FSH zich daarbij niet aan de afspraken houdt, waardoor hij nu zonder werk en inkomsten zit en nakoming van de overeenkomst vordert.
4.2.
Voor de vordering in incident betekent dit dat Lariwo toegelaten wil worden tot het verrichten van de overeengekomen werkzaamheden. Dit leidt ertoe dat de vordering in incident niet kan worden toegewezen zonder vooruit te lopen op de beslissing in de hoofdzaak. De beoordeling van de vordering in het incident is zodanig verweven met de beoordeling van het geschil in hoofdzaak, dat beoordeling hieraan voorafgaand aan de hoofdzaak niet goed mogelijk is zonder dat daarover tijdens een mondelinge behandeling nader is gedebatteerd. Immers hangt de vraag of Lariwo toegelaten dient te worden tot de overeengekomen werkzaamheden mede af van de vraag of de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd. Dit is een vraag die voorligt in de hoofdzaak.
4.3.
Lariwo wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van FSH worden begroot op € 653 (1 punt x tarief II) aan salaris advocaat en € 189,- aan nakosten.

5.De beslissing

De rechtbank
in het incident
5.1.
wijst de vorderingen van Lariwo af,
5.2.
veroordeelt Lariwo in de kosten in het incident van € 842 plus de kosten van betekening als Lariwo niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
in de hoofdzaak
5.4.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag
8 april 2026voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.L. Bolkestein, rechter, bijgestaan door mr. S.C.C. Valk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2026.