ECLI:NL:RBAMS:2026:2056
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen openbaarmaking boetebesluiten wegens overtreding arbeidsmigratiewetgeving
De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 februari 2026 een verzoek om voorlopige voorziening van een bedrijf tegen de openbaarmaking van bestuurlijke boetes opgelegd wegens overtredingen van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Wav) en de Wet arbeid vreemdelingen (Waadi).
De minister had op 24 januari 2025 boetes opgelegd en op 16 december 2025 de besluiten tot openbaarmaking gehandhaafd. Verzoekster stelde dat de boetes onrechtmatig zijn en dat openbaarmaking ernstige reputatieschade zou veroorzaken. De voorzieningenrechter oordeelde dat de rechtmatigheid van de boetes en openbaarmaking in deze voorlopige fase niet kan worden beoordeeld vanwege de complexiteit en het ontbreken van nadere beroepsgronden.
Wel werd een belangenafweging gemaakt waarbij het individuele belang van verzoekster om reputatieschade te voorkomen zwaarder woog dan het algemene belang van transparantie. Daarom werd de openbaarmaking geschorst tot twee weken na verzending van de uitspraak in het bodemgeding. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: De openbaarmaking van de boetebesluiten wordt geschorst tot twee weken na verzending van de uitspraak in het bodemgeding en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.