Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Circuit Court in Poznańin Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Identiteit van de opgeëiste persoon
3.Grondslag en inhoud van het EAB
4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro en heropening
- Was de opgeëiste persoon op de hoogte van het voorgenomen proces in hoger beroep (eindigend in de veroordeling met kenmerk XVII Ka 402/21)? Zo ja, hoe?
- Was de advocaat die hoger beroep heeft ingesteld (eindigend in de veroordeling met kenmerk XVII Ka 402/21), door de opgeëiste persoon gemachtigd om dit hoger beroep namens hem in te stellen? Was deze advocaat ook door de opgeëiste persoon gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren?
- Was de opgeëiste persoon op de hoogte van het voorgenomen proces in hoger beroep (eindigend in de veroordeling met kenmerk II AKa 205/20)? Zo ja, hoe?
- Was de advocaat die hoger beroep heeft ingesteld (eindigend in de veroordeling met kenmerk II AKa 205/20), door de opgeëiste persoon gemachtigd om dit hoger beroep namens hem in te stellen? Heeft de advocaat in deze procedure in hoger beroep de opgeëiste persoon vertegenwoordigd? Zo ja, heeft de opgeëiste persoon deze advocaat ook gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren?
- Ten aanzien van zowel de procedures onder I als onder II: op welk moment tijdens deze procedures is aan de opgeëiste persoon een adresinstructie gegeven? Zien deze instructies ook op eventuele procedures in hoger beroep en zo ja, hoe was dit kenbaar voor de opgeëiste persoon?