ECLI:NL:RBAMS:2026:2123

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
13-344030-24 Toetsing voortzetting ISD-maatregel
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38m lid 2 SrArt. 6:6:14 lid 1 SvArt. 6:2:20 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing voortzetting ISD-maatregel wegens risico op recidive en afwezigheid laissez-passer

De rechtbank Amsterdam heeft op 26 februari 2026 uitspraak gedaan over de tussentijdse toetsing van de voortzetting van een ISD-maatregel die op 14 februari 2025 voor twee jaar is opgelegd aan de veroordeelde. De maatregel is bedoeld ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive.

Uit de stukken, waaronder voortgangsrapportages en een deskundigenverklaring, blijkt dat de veroordeelde een hoog risico op recidive en geweld vertoont en bekend is met schizofrenie/psychoses. Hoewel de veroordeelde vrijwillig wil terugkeren naar Syrië, is nog geen laissez-passer afgegeven door de Syrische ambassade, waardoor terugkeer nog niet mogelijk is.

De verdediging verzocht om beëindiging van de maatregel of aanhouding van de procedure, maar de rechtbank oordeelt dat de risico’s die aanleiding gaven tot oplegging onverminderd aanwezig zijn en dat het ontbreken van een laissez-passer een legitieme reden is om de maatregel voort te zetten. De rechtbank wijst erop dat de minister van Justitie en Veiligheid zelfstandig bevoegd is de maatregel te beëindigen zodra een laissez-passer wordt afgegeven.

De rechtbank besluit daarom de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel voort te zetten, waarbij de mogelijkheid tot beëindiging open blijft zodra de terugkeer naar Syrië kan plaatsvinden.

Uitkomst: De rechtbank besluit tot voortzetting van de ISD-maatregel zolang geen laissez-passer is afgegeven voor terugkeer naar Syrië.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Team Strafrecht
Parketnummer: 13/344030-24
De rechtbank Amsterdam heeft op 14 februari 2025 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres]
thans verblijvende in het [detentieadres] ,
hierna: veroordeelde

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 14 februari 2025, waarbij de ISD-maatregel aan verdachte is opgelegd;
  • het verzoek op grond van artikel 6:6:14 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsman, mr. A. Comans, om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 19 november 2025;
  • een voortgangsrapportage van het [detentieadres] van 7 januari 2026;
  • een voortgangsverslag van het Leger des Heils van 26 januari 2026;
  • het proces-verbaal van aanhouding van 7 januari 2026.
De rechtbank heeft op 12 februari 2026 de officier van justitie mr. M.L. Firet, veroordeelde, zijn raadsvrouw mr. S.N. de Jager, die waarneemt voor mr. A. Comans, beiden advocaat te Utrecht, alsmede de deskundige [persoon] , verbonden aan het [detentieadres], op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

Verloop van het ISD-traject
Uit de voortgangsrapportage van het [detentieadres] van 7 januari 2026 blijkt – kort en zakelijk weergegeven – onder meer het volgende.
Op 31 oktober 2024 is veroordeelde in het PPC van het [detentieadres] geplaatst. Veroordeelde wordt besproken binnen het Programma Aanpak van Radicalisering en Extremisme binnen DJI. Er is een hoog risico op recidive en gebruik van geweld en veroordeelde is bekend met schizofrenie/psychoses. Veroordeelde heeft gemeld dat hij zo snel mogelijk terug wil keren naar Syrië. Op 15 oktober 2025 is veroordeelde (kort)opgenomen in de [naam kliniek] . In verband met de presentatie van betrokkene bij de Syrische ambassade, verzoekt de getuigendeskundige om in contact te blijven met de rechtbank teneinde een datum af te stemmen voor het opheffen van de ISD-maatregel op de dag van vertrek naar Syrië. Op de dag van vertrek zal de getuigendeskundige, in samenwerking met betrokkene en diens advocaat, zorgdragen voor passende begeleiding van betrokkene richting zijn vlucht naar Syrië. De plaatsvervangend vestigingsdirecteur (portefeuillehouder ISD) van [detentieadres] adviseert de ISD-maatregel voort te zetten. Binnen het kader van deze voortzetting zal worden ingezet op het realiseren van een vrijwillige terugkeer van betrokkene naar Syrië.
Uit het voortgangsverslag van het Leger des Heils van 26 januari 2026 blijkt – kort en zakelijk weergegeven – onder meer het volgende.
Op 13 januari 2026 is veroordeelde teruggeplaatst naar het [detentieadres], omdat veroordeelde onvoldoende motivatie toonde in de [naam kliniek] . Veroordeelde heeft meermaals aangegeven terug te willen keren naar Syrië.
Op de openbare terechtzitting van 12 februari 2026 heeft de deskundige [persoon] , zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.
Mijn huidige advies is voortzetting van de ISD-maatregel. De aanvraag is op 5 februari 2026 ingediend bij de Syrische ambassade. Dit verzoek moet nog beoordeeld worden, dus wachten we nog op een reactie van de ambassade op het afgeven van een laissez-passer. Naar verwachting zal de laissez-passer begin maart worden afgegeven. Een laissez-passer is 30 dagen geldig. Het CJIB heeft aangegeven met betrekking tot de terugkeer van veroordeelde naar Syrië geen belemmeringen te zien.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel. Zodra er zicht is op een laissez-passer kan de verdediging een nieuw verzoek indienen.
Standpunt van de verdediging
Veroordeelde en zijn raadsvrouw hebben verzocht om de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te beëindigen omdat er feitelijk geen invulling meer wordt gegeven aan de maatregel. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw tot beëindiging van de ISD-maatregel met ingang van het moment dat veroordeelde het Nederlandse grondgebied verlaat. Meer subsidiair verzoekt de raadsvrouw om aanhouding, zodat er geen nieuw verzoek hoeft te worden ingediend zodra er een laissez-passer is.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive.
Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting stelt de rechtbank vast dat op dit moment de risico’s die aanleiding gaven tot oplegging van de ISD-maatregel onverkort aanwezig zijn en tot op heden geen laissez-passer is afgegeven. Dat er op dit moment feitelijke geen invulling wordt gegeven aan de maatregel is het gevolg van keuzes die veroordeelde heeft gemaakt. De rechtbank wijst ook het subsidiaire en meer subsidiaire verzoek van de verdediging af, omdat er (nog) geen uitsluitsel is of de laissez-passer zal worden afgegeven en als deze wordt afgegeven wanneer dat zal zijn.
De rechtbank wijst de procespartijen op artikel 6:2:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering, waaruit volgt dat de minister van Justitie en Veiligheid zelfstandig bevoegd is om de ISD-maatregel (te allen tijde) te beëindigen. Dit betekent dat zodra er een laissez-passer wordt afgegeven door Syrië de minister van justitie de maatregel kan beëindigen. Een nieuw verzoek bij de rechtbank is dus niet nodig.
Gezien artikel 6:6:14 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

3.Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.Deze beslissing is gegeven door
mr. P. Sloot, voorzitter,
mrs. R. Van de Water en A.M. Timorason, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Brouwer, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 februari 2026.