Uitspraak
regio Amsterdam,
[locatie 1] ,
hierna te noemen: de Raad.
1.Het verdere verloop van de procedure
- het rapport met advies van de Raad van 28 november 2025, ingekomen op 5 december 2025;
- een F9-formulier van de moeder, ingekomen op 16 januari 2026.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk Arabisch;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
2.Het Raadsrapport
aan te houden voor 9 maandenin afwachting van het verloop van de hulpverlening en duidelijkheid omtrent de verblijfsvergunning van de vader. De Raad adviseert om ook het besluit over
de definitieve zorgregeling aan te houden voor de duur van 9 maanden. Gezien de bereidheid van ouders, adviseert de Raad de rechtbank ouders te verwijzen naar het Uniform Hulpverleningsaanbod (UHA) met een verwijzing naar het OKT of de meer specialistische jeugdzorg zoals bijvoorbeeld iHub. De Raad acht een ondertoezichtstelling niet noodzakelijk.
3.De standpunten
Subsidiair stelt moeder zich op het standpunt dat het verzoek van vader moet worden aangehouden, zodat partijen worden doorverwezen naar het UHA. De moeder heeft zich tijdens de mondelinge behandeling bereid verklaard mee te werken aan de hulpverlening. De moeder blijft wel van mening dat de vader zich buiten de procedure om had kunnen aanmelden voor een hulpverleningstraject en dat opmerkelijk is dat hij dat heeft nagelaten. Ze vraagt zich af hoe graag hij het echt wil.
Ten aanzien van het zelfstandig verzoek van de moeder om haar te belasten met het eenhoofdig gezag stelt zij zich op het standpunt dat de vader geen uitvoering geeft aan zijn ouderlijk gezag. De situatie is onveranderd sinds [minderjarige] ’s geboorte. Er is geen sprake van een affectieve band tussen de vader en [minderjarige] en de vader belemmert de gezagsbeslissingen van de moeder. De moeder heeft al een aantal keer verzoeken moeten indienen voor vervangende toestemming of heeft getracht deze in te dienen, waarna de vader in sommige gevallen op het laatste moment toch toestemming heeft verleend. Ook blijft bij de moeder de angst bestaan dat de vader [minderjarige] naar [geboorteland] zal ontvoeren.
4.De beoordeling
- Zijn er, gelet op aangeleverde of nog aan te leveren bewijsstukken, factoren op het gebied van de veiligheid van [minderjarige] die een regeling belemmeren? Hoe en op welke termijn zijn deze belemmeringen op te heffen?
- Hoe dient de regeling qua vorm en frequentie, in het belang van [minderjarige] vorm te worden gegeven?
- Zijn er andere feiten en omstandigheden die de rechtbank bij haar oordeel moet betrekken?
- Is omgang (anderszins) in strijd met de zwaarwegende belangen van [minderjarige] ?
- Welke mogelijkheden zijn er voor een (begeleide) omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] , gelet op de taalbarrière van de vader?
5.De beslissing
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2023,
pro formawordt voortgezet op 15 juni 2026, in afwachting van de rapportage van de Raad en houdt iedere verdere beslissing aan.