Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 25 februari 2026 in de zaak tussen
[stichting] , te [plaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
social watchdogis en dat het bestreden besluit in strijd met artikel 10 van Pro het EVRM is genomen. De rechtbank stelt vast dat eiseres haar beroep op artikel 10 van Pro het EVRM en het feit dat zij, naar eigen zeggen een
social watchdogis, in deze procedure niet nader heeft toegelicht. De rechtbank gaat daarom aan de bespreking van deze beroepsgrond voorbij.
niet zijndenamen van ketenpartners (afnemers en leveranciers) opnieuw bekijken en de verzwaarde motiveringsplicht van artikel 5.3 van de Woo in acht nemen. De minister zal deze op de f-grond geweigerde passages alsnog openbaar moeten maken of nader moeten motiveren waarom het belang van bescherming van de concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens na een tijdsverloop van meer dan vijf jaar zwaarder weegt dan het belang van openbaarmaking.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- draagt de minister op om binnen twee weken de rechtbank mee te delen of zij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen;
- stelt de minister in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.