ECLI:NL:RBAMS:2026:2203

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
11656651 CV EXPL 25-6152
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 8 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 9 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering passagiers tegen Easyjet wegens niet-nakoming informatieplicht en kosten vervangend vervoer na vluchtannulering

De passagiers boekten een vlucht die op 10 maart 2023 werd geannuleerd. Easyjet stuurde een ongedateerde e-mail met een link naar alternatieve vluchten, maar bood geen directe alternatieven aan. De passagiers regelden zelf een alternatieve vlucht met een vertraging van bijna 23 uur en maakten extra kosten voor vervoer.

Easyjet betaalde deels bedragen aan de passagiers, maar deze betwistten de volledigheid en juistheid van de betalingen. De passagiers vorderden een bedrag van €636,20 plus rente en incassokosten op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens tekortschieten in de nakoming van informatie- en vervoersverplichtingen.

De rechtbank oordeelde dat Easyjet als uitvoerende luchtvaartmaatschappij moet worden beschouwd en dat zij niet voldeed aan haar informatieplicht en redelijke maatregelen om vertraging te beperken. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.

Easyjet werd veroordeeld tot betaling van de hoofdsom met wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: Easyjet wordt veroordeeld tot betaling van €636,20 plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet-nakoming van informatieplicht en kosten vervangend vervoer.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11656651 CV EXPL 25-6152
vonnis van: 19 februari 2026
fno.: 569

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

1. [eiser 1]

2. [eiser 2]

beiden woonplaats kiezende te [woonplaats]
eisers
nader te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp, EU Claim
t e g e n
de buitenlandse vennootschap, Private limited company Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Cardiff, Verenigd Koninkrijk
gedaagde
nader te noemen: Easyjet
gemachtigde: mr. B. Koolhaas.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • dagvaarding van 3 februari 2025, met producties
  • conclusie van antwoord met producties
  • instructievonnis
  • conclusie van repliek met producties
  • conclusie van dupliek
  • dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1.
De passagiers hebben via de website [internetsite] een vliegreis geboekt van [vertrekplaats] naar [bestemming] , uit te voeren op 10 maart 2023.
1.2.
In de boekingsbevestiging van [internetsite] is opgenomen EJU: Easyjet Europe. Op de boardingpassen van de passagiers is
‘Easyjet’opgenomen.
1.3.
De vlucht is geannuleerd.
1.4.
De klantenservice van Easyjet heeft een ongedateerde e-mail gezonden waarin is opgenomen de voornaam van [eiser 1] en waarin is meegedeeld – kort gezegd – dat zij alternatieve vluchten kan vinden via de link ‘boekingen beheren’ en indien er directe geen vluchten van Easyjet zijn zij indirecte vluchten kan boeken dan wel vluchten naar een andere luchthaven. Tevens is als optie aangeboden een voucher dan wel een terugbetaling.
1.5.
De passagiers hebben zelf alternatief vervoer geregeld en zijn op 11 maart 2023 in [bestemming] gearriveerd met een vertraging van 22 uur en 57 minuten. De kosten van het ticket bedroegen € 980,00. De kosten van het openbaar vervoer van en naar de luchthaven bedroegen € 17,00.
1.6.
Easyjet heeft aan de passagiers op 24 april 2023 een bedrag van € 390,90 betaald.
1.7.
[eiser 1] heeft op 29 april 2023 een bedrag van € 8,50, dat betrekking had op kosten van het openbaar vervoer, teruggestort aan Easyjet met kenmerk ‘waiting for proper treatment’.
1.8.
Easyjet heeft aan de passagiers op 8 juli 2024 een bedrag van € 360,80 betaald.

Vordering en verweer

2. De passagier vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 636,20 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zaterdag 3
augustus 2024;
b. € 115,47 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen
met de wettelijke rente;
c. wettelijke rente over € 250,00 vanaf de datum vlucht tot de algehele voldoening;
d. de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na vonnis;
3. De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).
4. De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege het niet aanbieden van alternatief vervoer tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen die volgen uit artikel 8 en Pro 9 van de Verordening. De vervoerder heeft geen redelijke maatregelen getroffen ter beperking van de vertraging op de eindbestemming. De passagiers hebben zelf een alternatieve vlucht moeten boeken. De e-mail waar de vervoerder naar verwijst is niet aan hen gezonden maar aan [internetsite] en daarin zijn, ook indien op de daarin opgenomen link wordt geklikt, geen alternatieve vlucht opgenomen. De bedragen van
€ 222,39 en € 564,74, waarvan Easyjet stelt dat deze zijn uitgekeerd aan de passagiers, zijn de passagiers niet bekend. Zij betwisten de gestelde betalingen. De door Easyjet in het geding gebrachte screenshots zijn geen betalingsbewijs. De betaling onder 1.6 ziet op andere schade die de passagiers hebben geleden zoals een gemiste hotelovernachting en is geen onderdeel van deze vordering. De betaling onder 1.8 ziet op restitutie ticketgelden. Gelet op het voorgaande vorderen de passagiers € 980,00 + € 17,00 – 360,80 = € 636,20.
5. Easyjet betwist de vordering en voert verweer. Easyjet voert eerstens aan dat de verkeerde rechtspersoon is gedagvaard. Dit had Easyjet Europe Airline GMBH dienen te zijn. De passagiers zijn niet-ontvankelijk in hun vordering. Easyjet voert voorts aan dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van redelijke maatregelen, als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening, niet voorkomen had kunnen worden. Easyjet heeft wel degelijk redelijke maatregelen getroffen. Dat de e-mail van de klantenservice aan [internetsite] is gezonden wordt betwist. Voorts heeft Easyjet reeds al hetgeen door de passagiers is gevorderd aan hen betaald. Zo volgt uit screenshots, bijgevoegd in de conclusie van antwoord, dat er voor een totaalbedrag van € 222,39 en € 564,74 is geclaimd door de passagiers, hetgeen door Easyjet is uitbetaald.

Beoordeling

Uitvoerende luchtvaartmaatschappij
7. Het meest verstrekkende verweer is dat Easyjet niet de uitvoerende luchtvaartmaatschappij is.
8. In de boekingsbevestiging is opgenomen Easyjet Europe. Dat is niet gelijk aan Easyjet Europe Airline GMBH. Op de boardingpassen dan wel in de vluchtrapporten is enkel opgenomen ‘
Easyjet’. Vast staat dat de betalingen door Easyjet zijn verricht aan de passagiers. Gelet op het voorgaande zijn de passagiers er op goede gronden vanuit gegaan met Easyjet te doen te hebben als uitvoerende luchtvaartmaatschappij en komt enige onduidelijkheid dienaangaande voor rekening en risico van Easyjet. De kantonrechter gaat er derhalve vanuit dat Easyjet de uitvoerende luchtvaartmaatschappij was.

Redelijke maatregelen

9. Indien zich een buitengewone omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening dient er tevens beoordeeld te worden of de vervoerder redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. Als de vervoerder daar niet aan heeft voldaan kan in het midden blijven of zich een buitengewone omstandigheid heeft voorgedaan. Dat is in deze zaak het geval gelet op het volgende.

Informatieplicht

Hof van Justitie van de EU
10. De vervoerder heeft, los van een beroep op een buitengewone omstandigheid, altijd de plicht om de passagiers op hun rechten te wijzen op grond van de Verordening, zoals opgenomen in artikel 8 en Pro 9, zodat zij hun rechten doeltreffend kunnen uitoefenen (zie in die zin arresten van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punten 53 en 54, en 21 december 2021, Azurair e.a., C-146/20, C-188/20, C-196/20 en C-270/20, EU:C:2021:1038, punten 99 en 100). Dit recht van de passagiers om de noodzakelijke gegevens te verkrijgen om een juiste en weloverwogen keuze te kunnen maken, brengt voor hen geen enkele verplichting met zich om zelf actief de informatie in te winnen die deel zou moeten uitmaken van het voorstel van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren (arrest van 29 juli 2019, Rusu, C-354/18, EU:C:2019:637, punt 55). Tevens dient de luchtvaartmaatschappij de passagiers naar behoren te informeren wanneer een alternatief reisplan niet mogelijk is.
10. De vervoerder dient in beginsel de passagiers rechtstreeks te informeren indien er bij een tussenpersoon is geboekt. (Hvj EU, Airhelp vs Laudamotion, 21 december 2021 en AB vs Ryanair, 27 september 2022, ECLI:EU:C:2021:1039).
10. De passagiers kunnen op basis van hetgeen in de artikelen 8 en 9 van de Verordening is bepaald, aanspraak maken op compensatie wanneer de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren de krachtens deze artikelen op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen (HvJ EU 13 oktober 2011, Sousa Rodríguez e.a., C-83/10, EU:C:2011:652).
10. Die compensatie is evenwel beperkt tot hetgeen, gelet op de specifieke omstandigheden van elk geval, noodzakelijk, passend en redelijk is om het verzuim van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht zou uitvoeren goed te maken (zie naar analogie HvJ EU, 22 april 2021, Austrian Airlines, C-826/19, EU:C:2021:318, punt 73 en HvJ EU, 08 juni 2023, nr. C-49/22).

Richtsnoeren voor de interpretatie van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad

Onder punt 4.2. Recht op terugbetaling, herroutering of herboeking bij instapweigering ofannulering, is opgenomen
14. ‘
‘De luchtvaartmaatschappij moet tegelijk de keuze tussen terugbetaling en een andere vlucht aanbieden. In het geval van aansluitende vluchten moet de luchtvaartmaatschappij tegelijk de keuze aanbieden tussen enerzijds terugbetaling en een terugvlucht naar de luchthaven van vertrek en anderzijds een andere vlucht. De luchtvaartmaatschappij moet de kosten dragen voor de andere vlucht of de terugvlucht en moet de door de passagier gemaakt kosten voor de vlucht terugbetalen als de luchtvaartmaatschappij haar verplichting om bij de eerste gelegenheid en onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden een andere vlucht of een terugvlucht aan te bieden, niet nakomt. Wanneer de luchtvaartmaatschappij de keuze tussen terugbetaling en een andere vlucht en, in het geval van aansluitende vluchten, enerzijds terugbetaling en een terugvlucht naar de luchthaven van vertrek en anderzijds een andere vlucht, niet aanbiedt, maar eenzijdig beslist de passagier terug te betalen, heeft deze laatste recht op een verdere terugbetaling van het prijsverschil met het nieuwe ticket onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden.’

Toepassing op het onderhavige geval

15. Easyjet dient de passagiers rechtstreeks te informeren. Uit de ongedateerde e-mail, zonder mailadressen, valt niet af te leiden of dat is gebeurd. Dat is aan de vervoerder, die immers beschikt over die e-mail en die de e-mail in het geding heeft gebracht, toe te rekenen. Voorts is in de e-mail geen alternatieve vlucht aangeboden maar is enkel een link opgenomen. Via die link, die leidt naar het boekingssysteem van Easyjet, konden enkel vluchten van Easyjet worden geboekt. . Het Hof van Justitie heeft bepaald (zie HvJ EU 11 juni 2020, nr. C-74/19, ECLI:EU:C:2020:460 (LE vs TAP) dat de luchtvaartmaatschappij er zo nodig voor dient te zorgen dat de passagier wordt omgeboekt naar een vlucht van een andere luchtvaartmaatschappij indien die vlucht minder laat aankomt dan de eerstvolgende eigen vlucht van de luchtvaartmaatschappij.
15. Easyjet heeft de passagiers de in artikel 8 lid 1 onder Pro b van de Verordening bedoelde keuze derhalve niet op het moment van annuleren van de vlucht geboden.
15. Voorts dient Easyjet de passagiers op grond van artikel 5 lid 1 onder Pro b jo artikel 9 lid 1 onder Pro c van de Verordening vervoer aan te bieden van de luchthaven naar het hotel dan wel de accommodatie indien de andere vlucht ten vroegste daags na de geplande vertrektijd van de geannuleerde vlucht zal vertrekken, zoals in deze zaak. Daar vallen naar het oordeel van de kantonrechter ook onder de kosten van het openbaar vervoer terug naar de accommodatie waar de passagiers die nacht zouden verblijven indien de heenvlucht is geannuleerd. Vast staat dat dit nog niet is gebeurd, mede overigens doordat [eiser 1] het gestorte bedrag van € 8,50 als compensatie voor de kosten van het openbaar vervoer heeft gerestitueerd. De vervoerder valt derhalve daarvan geen verwijt te maken ter zake van [eiser 1] .
15. Tot slot volgt de kantonrechter Easyjet niet in het verweer dat reeds € 222,39 en
€ 564,74 is betaald aan de passagiers ter zake van deze vordering, gelet op de gemotiveerde betwisting daarvan door de passagiers. De screenshots zijn geen betalingsbewijs. Daarin is niet opgenomen op welk bankrekeningnummer de bedragen zouden zijn betaald. Tot slot volgt daar niet uit dat die vermeende betalingen de onderhavige vordering betreffen.
15. Dat betekent dat de passagiers op goede gronden zelf een vervangende vlucht hebben geboekt. De meerkosten van het ticket alsmede de gevorderde kosten van openbaar vervoer zijn toewijsbaar zijn op grond van het voorgaande. De over de hoofdsom gevorderde rente is eveneens toewijsbaar. Tegen de ingangsdatum daarvan is geen verweer gevoerd.
Buitengerechtelijke kosten
20. De passagiers hebben niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan Easyjet is verzonden. Daarnaast hebben de passagiers naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. De passagiers hebben derhalve onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW Pro. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
Proceskosten
21. Bij deze uitkomst wordt Easyjet veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:
veroordeelt Easyjet tot betaling aan de passagiers van € 636,20 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 augustus 2024 tot aan de voldoening;
veroordeelt Easyjet in de proceskosten, aan de zijde van de passagiers tot op heden begroot op:
-griffierecht: € 226,00
-exploot: € 144,47
-salaris: € 288,00
--------------
totaal: € 658,47
inclusief eventueel verschuldigde btw;
veroordeelt Easyjet tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op
€ 72,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw;
veroordeelt Easyjet tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien Easyjet niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.