ECLI:NL:RBAMS:2026:2204

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
3 maart 2026
Zaaknummer
8143026 CV EXPL 19-22995
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 1 c Verordening 261/2004Art. 5 lid 3 Verordening 261/2004Art. 7 lid 1 Verordening 261/2004Art. 7 lid 2 Verordening 261/2004Art. 6:83 sub b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatievordering passagier wegens vluchtvertraging door capaciteitsreductie niet toegewezen

De passagier had een vlucht geboekt van vertrekplaats naar bestemming via een tussenstop op 27 maart 2018. Vlucht [vluchtnummer 2] werd geannuleerd en de passagier omgeboekt. De aankomst op de eindbestemming was met meer dan twee uur vertraagd, wat volgens Verordening (EG) nr. 261/2004 recht geeft op compensatie.

De vervoerder verweerde zich met het argument dat sprake was van een buitengewone omstandigheid door capaciteitsreductie opgelegd door luchtverkeersleiding en Eurocontrol vanwege weersomstandigheden. De rechtbank oordeelde dat de vervoerder deze omstandigheid onvoldoende had onderbouwd, met name omdat de capaciteitsreductie alleen het inkomend verkeer betrof en niet de gehele operatie, en de weersomstandigheden niet ernstig genoeg waren.

De rechtbank veroordeelde de vervoerder tot betaling van 50% van de gevorderde compensatie (€300) met wettelijke rente, maar wees de vordering tot buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende specificatie. Daarnaast werd de vervoerder veroordeeld in proceskosten en kosten van betekening. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van 50% van de compensatie wegens vluchtvertraging, met rente en proceskosten, terwijl de vordering tot buitengerechtelijke kosten is afgewezen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 8143026 CV EXPL 19-22995
vonnis van: 26 februari 2026
fno.: 569

vonnis van de kantonrechter

I n z a k e

[eiser]

wonende te [woonplaats]
eiser
nader te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. D.E. Lof
t e g e n

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

  • dagvaarding van 11 april 2019 met producties;
  • vonnis in het incident van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 25 september 2019 met doorverwijzing naar rechtbank Amsterdam;
  • antwoord met producties;
  • repliek met producties;
  • dupliek;
  • dagbepaling vonnis.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
1.1.
De passagier heeft bij de vervoerder een vliegreis geboekt van [vertrekplaats] naar [bestemming] via [plaats tussenstop] uit te voeren op 27 maart 2018.
1.2.
Het vluchtschema van de vlucht was als volgt:
datum
vluchtnr
Van
naar
vertrek (LT)
Aankomst
(LT)
27/03/2018
[vluchtnummer 1]
[vertrekplaats]
[plaats tussenstop]
03:45
08:35
27/03/2018
[vluchtnummer 2]
[plaats tussenstop]
[bestemming]
10:15
10:45
1.3.
Vlucht [vluchtnummer 2] is geannuleerd. De passagier is omgeboekt door de vervoerder. In het Personal Name Record (PNR) is opgenomen:
‘ [vluchtnummer 3] 27 Mar (..) [vliegroute] 1135 1155’
1.4.
Ter zake van vlucht [vluchtnummer 3] is opgenomen op de website [internetsite]
‘ [vluchtnummer 3] Historical Flight StatusDelayed by 52m (…)Arrival [bestemming]Scheduled 11:55 Actual 12:47’
1.5.
In het OCC rapport is ter zake van de vlucht opgenomen:
‘Cancelled conseq. Weather’
1.6.
Uit Metar (Meterological Aerodrome Report) data volgt dat op 27 maart 2018 op
08:55 UTC (09:55 LT) ter zake van [vliegveld tussenstop] is opgenomen:
‘14010KT CAVOK’Dit betekent dat er sprake is van een zuidoostenwind met windkracht 3. Cavok betekent dat wolken en zicht in orde zijn ("Clouds and visibility OK").
1.7.
Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft in een verklaring van 17 augustus 2018 opgenomen:
Due to low visibility at (…) [vliegveld tussenstop] the air traffic had to be regulated by Air Traffic Control between 07:00 and 12:40 Local Time (LT)(…) on 27 March 2018’
During weather conditions/due to reasons as mentioned above the applicable rules and procedures prescribe a capacity regulation, to make sure that safety stays on the same high level as during ‘normal weather’ conditions/operations.
As a result Air Traffic Control The Netherlands was forced to report a capacity reduction for air traffic to [vliegveld tussenstop] to EUROCONTROL, Network Manager. (…)
Based on all the information available, the Network Manager provides so-called CTOT’s to airlines. A CTOT (…) is a timeframe for the departure or arrival time of an aircraft.
During this timeframe the number of flights intending to depart and arrive exceeded the capacity available (…)
1.8.
In een ongedateerde e-mail van Eurocontrol is opgenomen ter zake van 27 maart 2018:
‘ [vliegveld tussenstop]Pre-tactical measure applied due to low visibility with arrivals (…) to 20% below expected capacities until 0720UTC. The arrival rate was then reduced to 70% below expected capacities until 0840UTC’
1.9.
De passagier heeft de vordering gecedeerd aan Airhelp. Airhelp heeft bij de vervoerder aanspraak gemaakt op compensatie ten gevolge van de vertraging van de vlucht.
1.10.
De vervoerder heeft geweigerd de compensatie te betalen.

Vordering en verweer

2. De passagier vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 600,00 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum
van de vlucht tot de algehele voldoening;
b. € 181,50 aan buitengerechtelijke kosten
c. de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente.
3. De passagier baseert de vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de vertraagde aankomst op de eindbestemming gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 lid 1 van Pro de Verordening.
4. De passagier heeft gesteld dat Airhelp de vordering door middel van cessie weer aan hem heeft overgedragen en dat hij dus weer eigenaar is geworden van de vordering.
5. De passagier stelt voorts– kort gezegd – dat geen sprake was van een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. De weersomstandigheden ten tijde van de vlucht waren voldoende om te vliegen. De weersomstandigheden hebben de uitvoering van de vlucht niet verhinderd. De Eurocontrol regulaties waar de vervoerder naar verwijst betreffen enkel de beperking van de inbound capaciteit maar dat betekent niet dat de luchtverkeersleiding de capaciteit daadwerkelijk heeft beperkt. De vervoerder licht dat verder niet toe. De vervoerder bepaalt naar aanleiding van de algemene capaciteitsreductie welke vluchten hij annuleert. Kennelijk had hij er baat bij om onderstaande vlucht te annuleren. Dit is een operationele beslissing die niet kan worden aangewend ter afwending van het betalen van compensatie.
6. De vervoerder voert verweer en voert – kort gezegd – aan dat Airhelp de vordering niet rechtsgeldig aan de passagier heeft overgedragen.
7. Voorts voert hij aan dat sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening, waardoor geen compensatie verschuldigd is. De capaciteit ten tijde van de vlucht was beperkt door LVNL en Eurocontrol wegens slechte weersomstandigheden. Eurocontrol heeft regulaties afgekondigd ten gevolge van het slechte weer. Deze volgen ook uit de overgelegde e-mail (1.8). Voorts is in 5.4 van de Interpretatieve richtsnoeren betreffende Verordening (EG) nr. 261/2004 van de Commissie – hierna de Richtsnoeren – opgenomen dat overeenkomstig overweging 14 van de Verordening er sprake is van buitengewone omstandigheden als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt.
8. De vervoerder heeft de passagier omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht. Deze vlucht kwam, zoals volgt uit het PNR, aan te [bestemming] om 11:55 LT. De vertraging van 1 uur en 10 minuten geeft geen recht op compensatie. Indien er toch een recht op compensatie bestaat dan is op grond van artikel 7 lid 2 Verordening Pro 50% van het forfaitaire compensatiebedrag toewijsbaar.
9. Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

Beoordeling

(Retro)cessie
8. Tussen partijen staat vast dat de passagier aanvankelijk de vordering aan Airhelp heeft gecedeerd. In eerdere procedures tussen partijen is geoordeeld dat de retrocessie van Airhelp aan de passagier(s) rechtsgeldig heeft plaatsgevonden. De kantonrechter verwijst hiervoor naar het vonnis van 17 januari 2022 met zaaknummer 8147471 CV EXPL 19-23205 (ECLI:NL:RBAMS:2022:1353). Nu de onderhavige dagvaarding en de onderliggende stukken voor de cessie van de passagier aan Airhelp overeenkomen met die in voornoemde zaak, wordt in de onderhavige zaak in gelijke zin beslist. Voor de overwegingen verwijst de kantonrechter naar het genoemde vonnis.
Vertraging
9. Partijen twisten of de passagier is aangekomen op de eindbestemming met een vertraging van meer dan twee uur. Het verweer van de vervoerder wordt gepasseerd. In het PNR worden enkel de geplande vluchttijden opgenomen en niet de daadwerkelijke vluchttijden. De vervoerder heeft ter zake van de door de passagier overgelegde historische vluchtgegevens meegedeeld dat dit een door de passagier zelf gefabriceerd overzicht is. Dat is niet correct. Het betreffen historische vluchtgegevens van de website [internetsite] . De kantonrechter gaat daar, bij gebreke van andere verifieerbare gegevens, vanuit. Dat betekent dat de passagier is aangekomen te [bestemming] met een vertraging van meer dan twee uur.
Uitgangspunt
10. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan twee is aangekomen op de eindbestemming, zodat de vervoerder op grond van artikel 5 lid Pro 1 c onder III jo artikel 7 lid 1 van Pro de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening. Gelet op de doelstelling van de Verordening, die volgens overweging 1 van de Verordening erin is gelegen een hoog niveau van bescherming van passagiers te waarborgen, en het feit dat artikel 5, lid 3, van de Verordening een afwijking is van het beginsel dat passagiers recht op compensatie hebben in geval van annulering van hun vlucht, moet het begrip “buitengewone omstandigheid” in de zin van deze bepaling echter strikt worden uitgelegd (zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 23 maart 2021, Airhelp/SAS, ECLI:EU:C:2021:226).
Onderbouwing buitengewone omstandigheid
11. Van de vervoerder mag verwacht worden dat hij de gestelde buitengewone omstandigheid, in casu de capaciteitsreductie, onderbouwt en tevens met name onderbouwt wat de gevolgen daarvan zijn voor de geplande vlucht. Daarin is hij niet geslaagd. De vervoerder moet onderbouwen dat hij geen andere mogelijkheid had dan de vlucht te annuleren. Dat heeft hij nagelaten. Reeds gelet daarop is het arrest van het hof Amsterdam van 23 augustus 2022 (ECLI:GHAMS:2022:2422) op dit punt niet relevant voor onderhavige zaak die was aangehouden in afwachting van de uitkomst in die zaak. In die situatie was sprake van een verzoek van de luchthavenexploitant aan alle luchtvaartmaatschappijen om een algemene capaciteitsreductie door te voeren van 30% voor inkomend en uitgaand vliegverkeer, hetgeen de facto een beperking van 30% van de geplande vluchten betekent. Gesteld noch gebleken is dat dit hier het geval was. Het betreft in deze zaak een verzoek van LVNL tot een capaciteitsreductie, hetgeen een procentuele vermindering betreft van het aantal vastgestelde maximale vliegbewegingen, vastgesteld door LVNL. Van de vervoerder had derhalve verwacht mogen worden te onderbouwen wat de gevolgen waren van de capaciteitsreductie. Dat is niet gebeurd.
11. Voor het overige heeft de vervoerder de buitengewone omstandigheid eveneens onvoldoende onderbouwd. De vervoerder onderbouwt de buitengewone omstandigheid met regulaties van het vliegverkeer, opgelegd door Eurocontrol en verwoord in een e-mail van Eurocontrol (1.8). De vervoerder heeft gesteld dat deze regulaties invloed hadden op de gehele operatie van [vliegveld tussenstop] . De kantonrechter gaat daar niet van uit. Uit de verklaring van LVNL volgt dat de regulaties enkel het aankomende verkeer betroffen (‘
air traffic to [vliegveld tussenstop] ’ ). Dit volgt ook uit de e-mail van Eurocontrol. In deze zaak is bovendien aan de orde dat de voorgaande vlucht klaarblijkelijk zonder problemen heeft kunnen landen te [vliegveld tussenstop] ten tijde van de Eurocontrol regulaties en dat de aansluitende vlucht van de passagier, die geen hinder ondervond van de regulaties omdat deze enkel het aankomende verkeer betroffen, is geannuleerd.
11. Gelet daarop is de kantonrechter thans van oordeel dat de gestelde buitengewone omstandigheid onvoldoende is onderbouwd. Ook de uitspraken van andere (Europese) rechtbanken geven geen aanleiding om het oordeel in deze zaak anders te doen laten uitvallen. De vraag of, dan wel wanneer, een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid is, is nooit door het Europees Hof of, inmiddels, het Gerecht beoordeeld omdat de luchtvaartmaatschappijen de zaken die daarvoor in aanmerking kwamen, dan wel aanhangig zijn gemaakt, regelden waardoor geen uitspraak over dit punt is gedaan.
11. Dat in, thans 5.2.3 onder sub h, van de Richtsnoeren is opgenomen dat sprake is van een buitengewone omstandigheid ‘als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt’, maakt het voorgaande niet anders alleen al omdat hier geen sprake is van slechte weersomstandigheden in de zin van de Verordening. De onder 1.6 genoemde weersomstandigheden kwalificeren niet daartoe. In dit geval leidt het niet tot het oordeel dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid.
11. Hetgeen overigens is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
Hoofdsom en wettelijke rente
16. Dat betekent dat de vervoerder gehouden is om compensatie te betalen. Gelet op de duur van de vertraging, namelijk minder dan vier uur, is op grond van artikel 7 lid 2 van Pro de Verordening 50% van de gevorderde compensatie toewijsbaar. Dat betekent dat de hoofdsom toewijsbaar is als hierna te melden. De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen als gevorderd. Het betreft immers een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Pro Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. En dat moment is de datum van de geannuleerde vlucht.
Buitengerechtelijke kosten
17. De passagier heeft niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast heeft de passagier naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. De passagier heeft derhalve onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW Pro. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
Proceskosten
18. Bij deze uitkomst wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. Gelet op de hoogte van het toe te wijzen bedrag is het griffierecht toewijsbaar als hierna te melden.

BESLISSING

De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 300,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 maart 2018 tot aan de voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van de passagier tot op heden begroot op:
-griffierecht: € 81,00
-exploot: € 104,39
-salaris: € 174,00
--------------
totaal: € 359,39
inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover tot de algehele voldoening indien deze proceskosten niet betaald zijn binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 72,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw en te vermeerderen met de wettelijke rente hierover tot de algehele voldoening indien deze proceskosten niet betaald zijn binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, op 26 februari 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.