Uitspraak
RECHTBANK [plaats 1]
vonnis van de kantonrechter
de vennootschap naar het recht harer vestiging AirHelp Germany GmbH
de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- dagvaarding van 30 augustus 2024 met producties
- conclusie van antwoord;
- conclusie van repliek;
- conclusie van dupliek;
- dagbepaling vonnis.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagier 5 en 6
februari 2024 zou vervoeren van [vertrekplaats] naar [plaats 1] en aansluitend van
naar [bestemming] met aankomsttijd op 6 februari 2024 om 11:30 uur.
aangeboden. Alle vluchten zouden vertrekken op 6 februari 2024. De vlucht met de
minste vertraging ten opzichte van de oorspronkelijke vlucht zou arriveren op 6 februari
2024 om 22:20 te [bestemming] .
februari 2024. De vervoerder heeft meegedeeld
- [plaats 2] - [bestemming] met, gepland, vertrek om 23:15 uit [vertrekplaats] die was opgenomen in de
boekings(app) van de vervoerder. De vervoerder heeft vervolgens meegedeeld dat
voor die vlucht € 488,64 bijbetaald diende te worden omdat het een
Premium vlucht is. De passagier heeft dat bedrag, bestaande uit € 200,00
omboekingskosten en € 288,64 aan kosten voor het ticket betaald. De vlucht is volgens
de historische vluchtgegevens 14 uur later vertrokken dan de geplande vertrektijd en 3
minuten eerder aangekomen dan de geplande aankomsttijd van de oorspronkelijke
vlucht.
op 13 juni 2024 en heeft daarin een uiterste betaaltermijn van 14 dagen gegeven.
Vordering en verweer
veroordeeld zal worden tot betaling van:
a. € 600,00 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum
van de vlucht tot aan de dag van betaling;
b. de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na
betekening van het vonnis;
van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van
gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij
instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van
de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking
hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU).
AirHelp stelt dat de vervoerder haar dient te compenseren conform artikel 7 van Pro de
Verordening. De aangeboden alternatieve vlucht zou met een vertraging van meer dan 4
uur ten opzichte van de oorspronkelijke vlucht aankomen te [bestemming] . Dat is een
afwijking als bedoeld in artikel 5 lid 1 bus Pro c (iii). Voorts heeft de vervoerder de passagier
niet conform artikel 8 lid 1 van Pro de Verordening geïnformeerd. Niet is gebleken dat
de alternatieve vlucht bij de eerste gelegenheid heeft plaatsgevonden. De stelplicht en
bewijslast rust op de vervoerder (zie het Rusu/Blue Air arrest van het HvjEU 29 juli 2019,
EU:C:2019:637).
genomen geen recht geeft op compensatie gelet op de vertrektijd en aankomsttijd, een en
ander conform artikel 5 lid 1 sub c van Pro de Verordening. Het arrest Rusu/Blue Air ziet
voorts op instapweigering en niet op annuleringen. Daarnaast rust op de vervoerder de
verplichting om om te boeken onder vergelijkbare vervoersvoorwaarden. De alternatieve
vlucht die door de passagier zelf is geboekt, via KLM, betrof een hogere prijsklasse,
namelijk businessclass. Tot slot bestaat, zelfs indien er sprake is van een schending
van artikel 8 lid 1 van Pro de Verordening, geen recht op compensatie op grond van de
Verordening.
Beoordeling
. Artikel 5
1. In geval van annulering van een vlucht:a) wordt de betrokken passagiers door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoertbijstand geboden als bedoeld in artikel 8;(…)c) hebben de betrokken passagiers recht op de in artikel 7 bedoelde Pro compensatie door de
de Verordening dient er tevens beoordeeld te worden of de vervoerder redelijke
maatregelen heeft getroffen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. Dat is
in deze zaak het geval gelet op het volgende.
Informatieplicht
Richtsnoeren voor de interpretatie van Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad
Toepassing op het onderhavige geval
Transportes Aéros Portugueses) dat de luchtvaartmaatschappij er zo nodig voor dient te zorgen dat de passagier wordt omgeboekt naar een vlucht van een andere luchtvaartmaatschappij indien die vlucht minder laat aankomt dan de eerstvolgende eigen vlucht van de luchtvaartmaatschappij. De alternatieve vlucht is daarnaast opgenomen in de eigen boekingsapp en uitgevoerd door Air France, onderdeel van hetzelfde concern. De passagier is toegang tot die vlucht onthouden tenzij er bijbetaald zou worden. De vervoerder had dat niet van de passagier mogen verlangen.