Eiser heeft als fysiotherapeut in opdracht van gedaagde werkzaamheden verricht en vordert betaling van vijf openstaande facturen over de periode maart tot en met september 2024. Gedaagde betwist betaling en stelt dat eiser tekort is geschoten in zijn administratieve verplichtingen, waardoor opschorting gerechtvaardigd zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een tekortkoming die betaling kan opschorten. De facturen zijn grotendeels betaald, en gedaagde heeft pas na beëindiging van de overeenkomst klachten geuit zonder concrete aanwijzingen. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat gedaagde schade heeft geleden door de vermeende tekortkoming.
Eiser heeft daarnaast recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de facturen, de incassokosten en proceskosten toe en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. De reconventionele vorderingen van gedaagde worden afgewezen.