Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2258

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
777352
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138a SrArt. 555 RvArt. 557a lid 3 RvArt. 444 RvEU sanctieverordening 833/2014
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Krakers moeten pand Russische Federatie binnen zes weken ontruimen

De Russische Federatie vordert in kort geding de ontruiming van een pand in eigendom van de gemeente en in erfpacht bij haar, dat door krakers is bezet sinds eind 2023. Het pand diende voorheen als huisvesting van diplomaten en de Russische Federatie wil het weer in gebruik nemen voor nieuwe diplomaten die onder diplomatieke status in Nederland verblijven.

De krakers voeren verweer met verwijzing naar EU-sancties die het uitvoeren van noodzakelijke renovatiewerkzaamheden bemoeilijken, waardoor leegstand zou ontstaan bij ontruiming. De voorzieningenrechter oordeelt dat het kraken onrechtmatig is en dat de Russische Federatie een spoedeisend belang heeft bij ontruiming, mede omdat het pand weer bewoond zal worden door diplomaten.

Hoewel er werkzaamheden nodig zijn om het pand geschikt te maken, acht de rechter aannemelijk dat de eerste noodzakelijke werkzaamheden door eigen staf kunnen worden uitgevoerd en dat eventuele ontheffingen voor verdere werkzaamheden zullen worden aangevraagd. De krakers mogen niet met eigen sanctieinterpretaties de situatie blokkeren.

De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van zes weken, zoals door de krakers zelf als redelijk genoemd. De krakers worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van €2.318,80, te vermeerderen met wettelijke rente en een boete bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat een anti-herkraakbepaling van een jaar.

Uitkomst: De krakers worden veroordeeld het pand binnen zes weken te ontruimen met een anti-herkraaktermijn van een jaar en hoofdelijk in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter
Zaaknummer: C/13/777352 / KG ZA 25-857 VVV/BB
Vonnis in kort geding van 26 februari 2026
in de zaak van
DE RUSSISCHE FEDERATIE,
te Moskou (Rusland),
eisende partij bij gelijkluidende dagvaardingen van 12 november 2025,
hierna te noemen: de Russische Federatie,
advocaat: mr. N.J.M. Beelaerts van Blokland,
tegen
1.
HEN DIE VERBLIJVEN IN DE ONROERENDE ZAAK OF EEN GEDEELTE DAARVAN AAN DE [locatie 1] EN [locatie 2],
van wie zijn verschenen:
2.
[gedaagde 2],
advocaat: mr. J. van Lunen,
3.
[gedaagde 3],
advocaat: mr. H.M.A. over de Linden,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: de krakers.

1.De procedure

1.1.
Op de mondelinge behandeling van 25 november 2025 heeft de Russische Federatie de vorderingen zoals omschreven in de dagvaarding toegelicht. Gedaagden sub 2 en 3 (de verschenen krakers) hebben, mede aan de hand van een van te voren ingediende conclusie van antwoord, verweer gevoerd.
Beide partijen hebben producties ingediend en de Russische Federatie tevens een pleitnota.
Na verder debat is de behandeling pro forma aangehouden tot (laatstelijk) 3 februari 2026, teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om, na een inspectie van het gekraakte pand, tot een minnelijke regeling te komen.
1.2.
De Russische Federatie heeft op 2 februari 2026 laten weten onvoldoende aanknopingspunten te hebben gezien voor een minnelijke regeling en heeft om een voortzetting van de behandeling gevraagd. De verschenen krakers hebben met een toelichting op de verbodsbepalingen uit de EU sanctieverordening 833/2014 verzocht om hen in de gelegenheid te stellen voor het nemen van een akte, dan wel een schriftelijke ronde in te gelasten, dan wel de zaak aan te houden totdat de Russische Federatie de volgens hen voor de te verrichten werkzaamheden vereiste ontheffingen in het geding heeft gebracht.
Daarop heeft de voorzieningenrechter besloten om de behandeling van de zaak op zitting voort te zetten.
1.3.
Ter zitting van 12 februari 2026 is de behandeling voortgezet.
Beide partijen hebben nadere producties en pleitnota’s ingediend.
Vervolgens is vonnis bepaald op vandaag.
1.4.
Op beide zittingen waren aanwezig:
- aan de kant van de Russische Federatie: [naam 1] en [naam 2] (bijgestaan door een tolk) met mr. Beelaerts van Blokland;
- [gedaagde 2] met mr. Van Lunen;
- [gedaagde 3] met mr. Over de Linden.

2.De feiten

2.1.
De Russische Federatie is als erfpachter gerechtigd tot de voortdurende erfpacht van het perceel grond, eigendom van de [gemeente] , gelegen aan de [locatie 1] en [locatie 2] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectie+nummer] (hierna: het pand).
2.2.
Het pand heeft dienstgedaan als onderdeel van de diplomatieke missie van de Russische Federatie in [gemeente] , laatstelijk ten behoeve van de huisvesting van verschillende diplomaten.
2.3.
Op enig moment hebben de diplomaten het pand verlaten. Volgens de Russische Federatie was dat in maart 2023, kort nadat de Russische handelsmissie werd gesloten vanwege de oorlog met Oekraïne. Volgens de krakers stond het pand bij hun intrek in het pand eind oktober/begin november 2023 al twee jaar leeg.
2.4.
Bij brief van 17 juni 2024 heeft de Russische Federatie bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken geklaagd over het feit dat het pand is gekraakt.
2.5.
Op 2 april 2025 heeft de Russische Federatie aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken laten weten een ontruimingsprocedure te zullen starten om het pand na herstelwerkzaamheden weer in gebruik te kunnen nemen.
2.6.
Op 3 juni 2025 heeft de Russische Federatie aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken laten weten dat zij twee medewerkers heeft aangesteld om het beheer van de Handelsmissie aan het [locatie 3] op zich te nemen. De Russische Federatie wil deze medewerkers huisvesten in het pand.
2.7.
Bij e-mail van haar advocaat van 14 oktober 2025 en per deurwaardersexploiten van 17 oktober 2025 heeft de Russische Federatie de krakers gesommeerd om het pand binnen 10 dagen te verlaten. Aan die sommaties is niet voldaan.

3.Het geschil

3.1.
De Russische Federatie vordert - samengevat - de krakers te veroordelen het onroerend goed aan de [locatie 1] en [locatie 2] te ontruimen, met machtiging aan haar om de ontruiming zo nodig zelf ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm en met bepaling van een ‘anti-herkraaktermijn’ van een jaar. Ten slotte vordert de Russische Federatie om de krakers hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
De Russische Federatie legt aan de vordering kort gezegd ten grondslag dat het kraken van het pand in strijd is met haar eigendomsrecht, althans haar recht van erfpacht, dat zij een spoedeisend belang heeft bij de ontruiming en dat na de ontruiming geen ongerechtvaardigde leegstand zal ontstaan. Dat het pand in 2023 leeg is komen te staan is uitsluitend het gevolg van een zogenoemde tegenmaatregel, waarbij het Handelskantoor van de Russische Federatie aan het [locatie 3] (tijdelijk) is gesloten. Het pand aan het [locatie 3] geniet immuniteit en onschendbaarheid en dat geldt ook voor het gekraakte pand, waarin de op het Handelskantoor werkzame diplomaten woonden. De Russische Federatie wil het gekraakte pand weer in gebruik nemen en daar twee nieuwe diplomaten (de heer [naam 3] en de heer [naam 4] met zijn echtgenote) in huisvesten voor het beheren en onderhouden van het pand aan het [locatie 3] . Voor dat doel mogen zij in Nederland onder diplomatieke status verblijven, zolang het Handelskantoor gesloten blijft. Volgens de Russische Federatie vormen het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer en de sancties tegen de Russische Federatie geen beletsel. Het meest recente sanctiepakket is erop gericht om economisch en politiek pijnlijk te zijn zonder daarmee het Verdrag van Wenen te schenden. Het verkeer van diplomaten wordt strikter gemonitord maar diplomatiek verkeer blijft mogelijk en de twee diplomaten staan klaar om hun intrek in het pand te nemen. Dat wordt uitsluitend geblokkeerd door de aanwezigheid van de krakers. Het pand zal eerst leeg- en schoongemaakt worden, hetgeen geen gesanctioneerde activiteiten betreffen. Voor noodzakelijke eerste werkzaamheden beschikt de Russische Federatie over een eigen technische dienst. Voor eventuele overige werkzaamheden zijn er voldoende partijen om de werkzaamheden voor de Russische Federatie uit te voeren. Als daarvoor eerst een ontheffing nodig is, zal dat uiteraard eerst worden aangevraagd, aldus de Russische Federatie.
3.3.
De verschenen krakers voeren verweer. Zij hebben zich op het standpunt gesteld, kort gezegd, dat er bij een ontruiming leegstand dreigt. In dit verband hebben zij aangevoerd dat de geldende EU sancties, naast een beperking voor de reisbewegingen van diplomaten, met zich brengen dat het zonder ontheffing niet mogelijk is om de door de Russische Federatie gewenste werkzaamheden op korte termijn uit te voeren. Met verwijzing naar het overgelegde inspectierapport hebben de verschenen krakers naar voren gebracht dat het om een grondige renovatie/verbouwing gaat waarvoor een architect of bouwkundige moet worden ingeschakeld en bouwvergunningen nodig zijn. Architecten en bouwkundigen vallen, net als alle werklieden die de werkzaamheden gaan uitvoeren, onder de verbodsbepaling van artikel 5 n (1) Engelse versie (artikel 5 quindecies Pro lid 1 Nederlandse versie) van de EU santieverordening 833/2014. Voor het uitvoeren van werkzaamheden door de eigen technische staf van de Russische Federatie is dat niet anders, omdat de sancties gelden voor eenieder die zich in de EU bevindt. Op het schenden van de sancties staan forse straffen en het is dus niet onwaarschijnlijk dat ingeschakelde aannemers uiteindelijk toch afhaken, of eerst zelf om een ontheffing voor de werkzaamheden of betaling van de facturen gaan vragen. De overgelegde offertes zijn bovendien erg vaag en afhankelijk gesteld van nadere inspecties. Er zijn nog geen met aannemers gesloten overeenkomsten en vergunningen moeten nog worden aangevraagd. Van een uitgewerkt plan is nog geen sprake. De verwachting is dat de verbouwing een tijdrovend proces wordt en op korte termijn niet uitvoerbaar is, terwijl het belang van de krakers om een dak boven hun hoofd te hebben, groot is. Indien het tot een ontruiming komt, willen de krakers een redelijke ontruimingstermijn van bijvoorbeeld zes weken, met een compensatie van de proceskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Voorop gesteld wordt dat het kraken van het pand in strijd is met het erfpachtrecht van de Russische Federatie. Daarnaast is het kraken van een onroerende zaak in artikel 138a Sr als een misdrijf strafbaar gesteld. Uit de wetsgeschiedenis van die bepaling blijkt dat het belang van die bepaling vooral gelegen is in de bescherming van het eigendomsrecht van een ander. In zoverre handelen de krakers dus onrechtmatig.
Het feit dat kraken strafbaar is, is in beginsel onvoldoende om het huisrecht van de krakers zonder meer opzij te zetten ten faveure van het erfpachtrecht van de Russische Federatie. Een vordering tot ontruiming van krakers is in kort geding slechts toewijsbaar, indien de eisende partij een spoedeisend belang bij ontruiming heeft en van de eisende partij niet kan worden gevergd dat hij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht, waarbij als uitgangspunt heeft te gelden dat ontruiming niet tot ongerechtvaardigde leegstand mag leiden.
4.2.
Voldoende aannemelijk is geworden dat de Russische Federatie het pand, dat tot de sluiting van haar Handelskantoor in 2023 heeft gediend voor de huisvesting van diplomaten, voor datzelfde doel weer in gebruik wil nemen. Er staan twee diplomaten klaar om hun intrek in het pand te nemen. Volgens de Russische Federatie is [naam 3] al met een visum in Nederland en komen [naam 4] en zijn echtgenote er ook aan. Zij zijn aangesteld om het beheer en het onderhoud van het handelskantoor op het [locatie 3] op zich te nemen, gedurende de sluiting daarvan en het is aannemelijk dat zij daarvoor onder diplomatieke status in Nederland mogen verblijven. De EU sancties brengen weliswaar een beperking in reisbewegingen met zich mee maar die lijken niet meer in te houden dan dat een reis/verblijf gemeld moet worden bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat de diplomaten mogelijk ook in het Handelskantoor zelf kunnen verblijven, hetgeen overigens door de Russische Federatie is betwist omdat het Handelskantoor volgens haar voor een permanent verblijf niet geschikt is, doet aan het voorgaande niets af. Het is aan de Russische Federatie om voor de huisvesting van haar diplomaten het pand te gebruiken dat daarvoor bestemd is.
4.3.
Duidelijk is dat er eerst nog werkzaamheden moeten plaatsvinden voordat de diplomaten hun intrek in het pand kunnen nemen. Partijen verschillen van mening over de vraag wat er precies moet gebeuren voordat het pand voor de bewoning van de diplomaten geschikt is. De verschenen krakers hebben zich met verwijzing naar het overgelegde inspectierapport op het standpunt gesteld dat er ingrijpende werkzaamheden moeten worden verricht, waarvoor geruime tijd nodig is, met name omdat er eerst vergunningen moeten worden aangevraagd en in het kader van de geldende sanctiewetgeving eerst om een ontheffing moet worden gevraagd. Volgens de Russische Federatie hoeft er uitsluitend het hoogst noodzakelijke worden gedaan om het pand voor de diplomaten geschikt te maken. Het zou daarbij alleen nodig zijn om, nadat het pand is leeggemaakt en schoongemaakt, een centrale verwarming te installeren, de elektra te herstellen en regulier onderhoud te verrichten. De overige in het inspectierapport benoemde werkzaamheden, zoals een nieuw dak en het vervangen van kozijnen, waarvoor mogelijk een vergunning is vereist, kunnen op de langere termijn worden aangepakt. Dit standpunt van de Russische Federatie komt de voorzieningenrechter aannemelijk voor.
4.4.
In het kader van de te verrichten werkzaamheden is verder van belang dat de Russische Federatie te kennen heeft gegeven dat zij voor de eerste werkzaamheden haar eigen stafdienst zal inschakelen en dat, als blijkt dat zij voor bepaalde werkzaamheden professionele bedrijven/aannemers nodig heeft, zij dat op de gebruikelijke wijze, in overleg met het Ministerie van Buitenlandse zaken zal regelen. Dat geldt volgens de Russische Federatie zowel voor de werkzaamheden zelf als voor de betalingen. Als daarvoor ontheffingen moeten worden aangevraagd zal de Russische Federatie dat doen, maar gelet op eerdere vergelijkbare werkzaamheden verwacht de Russische Federatie daarin geen beperkingen van het Ministerie van Buitenlandse zaken.
Volgens de krakers zal er zonder voorafgaande ontheffing niets in het pand gebeuren en dus bij hun ontruiming leegstand ontstaan.
4.5.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het aan de Russische Federatie om te bepalen op welke wijze zij het pand geschikt wil maken voor bewoning door de diplomaten. Daarbij is het de verantwoordelijkheid van de Russische Federatie en elk bedrijf of aannemer die voor haar werkzaamheden zal gaan verrichten om te beoordelen of daarvoor eerst een ontheffing moet worden aangevraagd. Dat er in het pand geen werkzaamheden kunnen plaatsvinden zonder dat vooraf een ontheffing is verkregen is, gelet op hetgeen de Russische Federatie heeft verklaard over de eerste werkzaamheden die zij ter hand gaat nemen, niet aannemelijk. Op dit moment wordt dat proces van de Russische Federatie en daarmee dus ook de uitvoering van haar diplomatieke vertegenwoordiging uitsluitend belemmerd door het verblijf van de krakers in het pand. Daarbij is aannemelijk dat de Russische Federatie zonder een ontruiming van de krakers niet kan starten met het woonklaar maken van het pand voor de diplomaten. Het is niet aan de krakers om met een eigen beoordeling van de sanctiewetgeving deze situatie in stand te houden.
4.6.
De conclusie is dat de gevorderde ontruiming jegens de verschenen krakers wordt toegewezen. Daarbij wordt de ontruimingstermijn bepaald op zes weken, zoals door hen zelf als redelijke termijn is genoemd.
4.7.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen de niet verschenen gedaagden sub 1 verstek zal worden verleend. De vordering tegen de niet verschenen krakers komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal daarom worden toegewezen op de wijze zoals die ook jegens de verschenen krakers is toegewezen.
4.8.
De krakers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Russische Federatie worden begroot op:
- dagvaardingen € 238,80
- griffierecht
714,00
- salaris advocaat
1.177,00
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.318,80

5.De beslissing

De voorzieningenrechter
5.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagden,
5.2.
veroordeelt de krakers om het onroerend goed aan de [locatie 1] en [locatie 2] , kadastraal bekend [gemeente] , [sectie+nummer] , binnen zes weken na dit vonnis geheel leeg en ontruimd ter beschikking van de Russische Federatie te stellen en met alle daarin aanwezige personen en hun zaken te verlaten en te ontruimen, welke ontruiming zo nodig vanaf een week na betekening van dit vonnis door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde,
5.3.
bepaalt dat de veroordeling onder 5.2 binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
5.4.
veroordeelt de krakers hoofdelijk in de proceskosten van € 2.318,80 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 als niet tijdig is betaald en het vonnis daarna wordt betekend, dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.H. van Voorst Vader, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026.
Bij afwezigheid van mr. T.H. van Voorst Vader, is dit vonnis ondertekend en uitgesproken door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter.
Coll: EvK