in de hoofdzaak:
I. voor recht verklaart dat de strook grond eigendom is (geworden) van [eiser] ,
II. [gedaagde] gebiedt medewerking te verlenen aan de aanpassing van de kadastrale grens zodat de strook grond tot het perceel van [eiser] behoort,
III. [gedaagde] gebiedt binnen zeven kalenderdagen na dagtekening van het vonnis de door [gedaagde] gefabriceerde afrastering geheel te verwijderen en verwijderd te houden van de strook grond,
IV. [gedaagde] verbiedt op het terrein van [eiser] , waaronder de strook grond, te komen,
V. [gedaagde] gebiedt het door hem verwijderde schapenhek terug te plaatsen op de grenslijn, zoals die bestond vóór 29 juni 2024,
VI. [gedaagde] gebiedt een appelboom te plaatsen op de strook grond, ter grootte van en ter vervanging van de door [gedaagde] verwijderde appelboom van ca. 80 cm omtrek,
VII. [gedaagde] verplicht redelijkerwijs alles te doen wat nodig is om [eiser] goederenrechtelijk eigenaar te laten worden van de strook grond (waaronder mee te werken aan het (laten) passeren van een notariële leveringsakte),
in het incident:
VIII. [gedaagde] gedurende tot aan de uitspraak in de hoofdzaak verplicht de strook grond onmiddellijk te herstellen naar de toestand zoals deze was vóórdat [gedaagde] de strook grond zich toe-eigende door:
a. [gedaagde] te verplichten zijn gefabriceerde hekwerk te verwijderen,
b. [gedaagde] te gebieden het oude hekwerk bestaande uit houten palen en schapengaas (of een daaraan soortgelijk hekwerk) terug te plaatsen op de oude grens,
in de hoofdzaak en in het incident:
IX. [gedaagde] veroordeelt tot nakoming van het te wijzen (tussen)vonnis, op verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag (of deel daarvan) dat [gedaagde] in gebreke blijft, met een maximum van € 10.000,-,
X. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de proces- en nakosten.