Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties,
2.De uitgangspunten
Het betreft een fulltime dienstverband van 4 dagen van 8 uur oftewel 138 uur per maand. (…) De werkzaamheden worden verricht (…) te [plaats 1] dan wel (…) te [plaats 2] . (…) Het salaris wordt bepaald op € 2.400,- bruto per maand. Er wordt afgerekend over de werkelijke uren, meer of minder gewerkte uren worden elke maand op uur basis berekend en uitbetaald. Uitbetaling van het loon vindt plaats middels een voorschot (€ 1.500,-) netto op of omstreeks de 25e van de lopende maand en een afrekening op-of omstreeks de 10e van de opvolgende maand.”
De mediation is gestart en een deel van de werkgerelateerde knelpunten is reeds opgelost. Mevrouw [eiser] is nog niet belastbaar voor werkzaamheden. Zij is wel belastbaar voor mediation en het oplossen van de werkgerelateerde knelpunten. Ik adviseer hiermee te continueren en samen tot werkbare oplossingen te komen. Dit is van belang van het herstel en de re-integratie.”
Reden waarom ik u vriendelijk verzoek namens de heer [gedaagde] uiterlijk morgen om 12:00 uur te bevestigen dat mevrouw [eiser] een afspraak met de mediator heeft ingepland bij gebreke waarvan de heer [gedaagde] over gaat tot het opleggen van een loonstop totdat mevrouw [eiser] uitvoering geeft aan de redelijke voorschriften van de bedrijfsarts tot voortzetting van de mediation. Het loon wordt achteraf niet terugbetaald aan mevrouw [eiser] (…). U zal waarschijnlijk wel opmerken namens mevrouw [eiser] dat dit een onredelijk korte termijn is, maar meneer [gedaagde] meent dat uw cliënte reeds vanaf 17 december 2025 en aansluitend vanaf respectievelijk 28 november 2025, 12 december 2025 en 15 december 2025 weet dat het advies van de bedrijfsarts is het inzetten en aansluitend voortzetten van de mediation (…).”
“Na overleg met beiden is het voorstel van mevrouw om, (…) in de eerste week van januari een tweede mediationoverleg te hebben”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op: € 742,-, bestaande uit het griffierecht (€ 93,-), het salaris van de gemachtigde (€ 577,-) en de nakosten (€72,-).