Uitspraak
C/13/756745 / JE RK 24-598 (omgang)
Jeugdbescherming Regio Amsterdam, hierna te noemen JBRA, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. P.A.J. van Putten te Almere;
hierna te noemen de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres;
advocaat mr. L.M.A. Schwartz te Amsterdam;
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. P.A.J. van Putten te Almere
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen JBRA,
gevestigd te Amsterdam,
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .
1.1. Het procesverloop
- het verzoekschrift, met bijlagen, van JBRA, ter zake het verzoek tot het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp, ingekomen op 24 november 2025;
- het verweer van de vader tegen het verzoek van JBRA, ingekomen op 24 november 2025;
- beschikking over de bevoegdheid van de rechtbank Gelderland van 4 december 2025;
- de door JBRA overgelegde instemmingsverklaring, ingekomen op 8 december 2025.
- [medewerker jeugdbescherming 1] en [medewerker jeugdbescherming 2] , namens JBRA;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de minderjarige [minderjarige] , die eerst ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat.
2.De feiten2.1. Bij beschikking van 20 maart 2014 is het gezag van de moeder over [minderjarige] beëindigd en is JBRA benoemd tot voogd over [minderjarige] .
14 juli 2025 en is een machtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [minderjarige] verleend, met ingang van 14 juli 2025 tot 10 januari 2026.
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
5.1.2. De kinderrechter is op grond van de inhoud van de stukken, waaronder de instemmingsverklaring van een gedragswetenschapper, en de toelichting ter zitting van JBRA, van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke criteria voor toewijzing van het verzoek.
Er zal aandacht dienen te zijn voor het toekomstperspectief van [minderjarige] . JBRA heeft ter zitting aangegeven dat deze week de WLZ-aanvraag zal worden gedaan, waarbij ook wordt geprobeerd om [minderjarige] alvast op een wachtlijst te plaatsen. Over drie maanden kan worden bekeken welke stappen er zijn gezet en of een gesloten plaatsing nog langer nodig is voor [minderjarige] .
De kinderrechter is weliswaar van oordeel dat omgang nog steeds dient plaats te vinden onder regie van JBRA omdat JBRA het beste zicht kan houden op het verloop van de omgangsmomenten en kan beoordelen welke frequentie, vorm en duur, tussen [minderjarige] en de moeder het meest in het belang van [minderjarige] is.
6.6. De beslissing
6 januari 2026 tot 6 april 2026;
verklaart deze beslissing, tot zover, uitvoerbaar bij voorraad;
[afspraak] [1] , waarvoor JBRA, de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, de moeder, de advocaat van de moeder, de vader, [minderjarige] en de advocaat van [minderjarige] , afzonderlijk zullen worden opgeroepen;