Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[gedaagde 1] B.V.,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 22 oktober 2025;
2.De feiten
Artikel 1
A. Schuldeiser met [gedaagde 1] een overeenkomst, hier te noemen “de Overeenkomst”, is aangegaan ter zake van een lening van een bedrag ad in hoofdsom EUR 100.000,- (zegge honderdduizend euro), waarvan de inhoud de Borg volledig bekend is;
Een deel van de gelden kan ik voor het einde van het jaar overmaken naar je, alles gaat me helaas niet lukken en wens ik graag andere afspraken over maken als dat mag.”
Sinds je hebt laten weten je geld terug te willen is mijn wereld ingestort.(…)
Ik ben op zoek gegaan naar diverse mogelijkheden om je wens in te vullen daar ik deze gelden niet direct voor handen heb omdat ik met je verzoek geen rekening gehouden had.(…)
Helaas is het mij niet mogelijk gebleken om je het hele bedrag in eens te voldoen. Derhalve kan ik niet anders dan dit in termijnen aan je voldoen. Ik wens daarover dan ook afspraken met je te maken.”
Bij gebreke daarvan is cliënt genoodzaakt rechtsmaatregelen te treffen en zal u (als borgsteller) ook in privé op terugbetaling worden aangesproken.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
je denkt toch niet dat ik je voor honderdduizend euro laat vermoorden?”. [gedaagde 2] voelde zich daardoor onder druk gezet. [eiser] heeft dit betwist. Andere feiten of omstandigheden waarom op dat moment sprake was van bedreiging heeft [gedaagde 2] niet aangevoerd.