ECLI:NL:RBAMS:2026:2303

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 februari 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
C/13/782087 / JE RK 26-59
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en onveilige thuissituatie

De rechtbank Amsterdam heeft op 4 februari 2026 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar. De minderjarige verblijft bij zijn vader, terwijl het ouderlijk gezag door beide ouders wordt uitgeoefend. De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de ondertoezichtstelling vanwege ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige, veroorzaakt door de problematische thuissituatie bij de moeder, waaronder alcoholgebruik, fysiek geweld en getuige zijn van geweld tussen de moeder en haar ex-partners.

Tijdens de zitting werden de moeder, vader, medewerkers van de Raad en Jeugdbescherming gehoord. De minderjarige gaf in een apart gesprek zijn mening. De moeder ontkende de zorgen, maar de vader en de Raad benadrukten de noodzaak van hulpverlening. De vader gaf aan dat het sinds het verblijf van de minderjarige bij hem beter gaat, hoewel het onwennig blijft.

De kinderrechter concludeerde dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd en dat hulpverlening noodzakelijk is, waaronder diagnostiek, therapie en kamertraining. De moeder is onvoldoende gemotiveerd voor verslavingshulp. De ondertoezichtstelling is noodzakelijk om de bedreigingen weg te nemen en de ontwikkeling van de minderjarige te stimuleren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige onder toezicht van Jeugdbescherming voor de duur van een jaar wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Familie- en Jeugdrecht
zaakgegevens : C/13/782087 / JE RK 26-59
datum uitspraak: 4 februari 2026
beschikking ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,
gevestigd te Amsterdam,
betreffende
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2009 te [geboorteplaats] , hierna te noemen
[minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat mr. S. Toughza te Amsterdam;
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats 2] ;
Jeugdbescherming Regio Amsterdam,
hierna te noemen JBRA,
gevestigd te Amsterdam.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de Raad, ingekomen op 21 januari 2026;
- de door de moeder overgelegde producties, ingekomen op 3 februari 2027.
1.2.
Op 4 februari 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Verschenen en gehoord zijn:
- [medewerker Raad voor de Kinderbescherming] , namens de Raad;
- [medewerker jeugdbescherming] , namens JBRA;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader.
1.3.
[minderjarige] heeft in een apart gesprek met de kinderrechter zijn mening kenbaar gemaakt.

2.De feiten

2.1.
Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder en de vader.
2.2.
[minderjarige] verblijft bij de vader.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar.

4.De standpunten

4.1.
De Raad voert aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er sprake is van een ernstige bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . Er zijn zorgen over de thuissituatie van [minderjarige] bij de moeder en wat hij de afgelopen periode heeft meegemaakt. Er zijn zorgen over het alcoholgebruik van de moeder en dat de moeder [minderjarige] fysiek heeft pijn gedaan. Daarnaast is [minderjarige] getuige geweest van geweld tussen de moeder en haar ex-partner(s). Door de thuissituatie bij de moeder heeft [minderjarige] nooit vrienden kunnen maken. Dit heeft invloed op zijn ontwikkeling, zoals het aangaan van sociale contacten en het gevoel van zelfstandigheid. [minderjarige] voelt ook de verantwoordelijkheid voor zijn halfzusje [naam half-zusje] . Nu ook zij bij haar vader verblijft, geeft hem dat rust.
De moeder ontkent de zorgen die worden geuit. Zij geeft aan geen alcoholprobleem te hebben en de zorgen over de ruzies met haar ex-partner(s) wordt door de moeder gebagatelliseerd. De moeder is aangemeld bij Jellinek, maar de reden waarom zij daarnaar toe gaat is niet omdat zij zelf vindt dat zij hulp kan gebruiken, maar om te bewijzen dat zij geen probleem heeft.
De vader maakt zich zorgen over het middelengebruik van de moeder. Het probleem van de moeder bestaat volgens de vader al meer dan tien jaar.
[minderjarige] verblijft sinds september 2025 bij zijn vader, maar hij voelt zich daar niet thuis. Hij heeft zijn vader een groot deel van zijn leven gemist en nu hij bij de vader verblijft voelt dit onwennig voor hem. Daarnaast ervaart hij dat zijn vader strenger is in de opvoeding en verzorging dan de moeder. Sinds [minderjarige] bij de vader woont lijkt het beter met hem te gaan. Hij is meer open over de thuissituatie bij de moeder en heeft meer contact met leeftijdgenootjes. De vader gunt [minderjarige] een eigen plek.
De positieve ontwikkeling die nu voorzichtig is te zien, sinds [minderjarige] bij de vader verblijft, moet worden voortgezet. Spoedhulp heeft de situatie onderzocht en is van mening dat het in het belang van [minderjarige] is dat hij op dit moment bij de vader verblijft.
De moeder is op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren, doordat zij de zorgen niet erkent en bagatelliseert. De vader lijkt voldoende in staat om deze bedreiging weg te nemen. De verwachting is dat de ouders verantwoordelijkheid voor de verzorging en
opvoeding van [minderjarige] binnen een voor [minderjarige] aanvaardbare termijn weer zelf kunnen dragen.
Een ondertoezichtstelling van [minderjarige] is noodzakelijk.
4.2.
De Raad heeft ter zitting nog aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, dat [minderjarige] veel heeft meegemaakt in zijn leven. Het is belangrijk dat er iemand voor hem is, waar hij mee kan praten. Omdat [minderjarige] bij de vader in [plaats] staat ingeschreven, dient Save Jeugdbescherming [locatie] de ondertoezichtstelling te gaan uitvoeren.
4.3.
JBRA voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat er diagnostiek bij [minderjarige] gesteld zal moeten worden. Er zal worden bekeken wie [minderjarige] kan bijstaan.
Gezien de verblijfplaats van [minderjarige] is het beter dat Save Jeugdbescherming [locatie] de ondertoezichtstelling zal uitvoeren. Het eerste gesprek voor kamertraining is inmiddels geweest. Dat zal verder opgepakt gaan worden binnen de ondertoezichtstelling.
4.4.
De moeder voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat zij akkoord gaat met een ondertoezichtstelling van [minderjarige] .
4.5.
De advocaat van de moeder voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat de moeder zich niet herkent in hetgeen wordt beschreven in het rapport van de Raad over moeders problemen. De moeder gaat akkoord met alle hulp voor [minderjarige] als hij dat zelf wil, zij gunt hem het beste.
4.6.
De vader voert ter zitting aan, kort en zakelijk weergegeven, dat hij akkoord gaat met een ondertoezichtstelling van [minderjarige] .

5.De beoordeling

5.1.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [minderjarige] in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd. [minderjarige] is jarenlang getuige geweest van een onveilige opvoedsituatie bij de moeder. [minderjarige] is niet alleen blootgesteld aan het alcoholgebruik van de moeder en getuige geweest van geweld tussen zijn moeder en haar ex-partner(s), maar ook aan de vele spanningen die hij tussen de moeder en de vader heeft ervaren en de wisselende periodes van het wel of niet bij zijn vader zijn. Daarnaast heeft [minderjarige] vele jaren voor zijn moeder en halfzusje moeten zorgen.
Het is voor [minderjarige] belangrijk dat hij gaat leren wie hij is en wie hij wil zijn. Tot op heden is hierbij voor [minderjarige] geen hulpverlening ingezet en het is de hoogste tijd dat hij die hulp krijgt. In dat verband is het belangrijk dat er aan diagnostiek wordt gedaan en dat hij vervolgens wordt aangemeld voor hulpverlening en/of therapie. Ook is het van belang dat dat er op korte termijn al een professional wordt ingezet die met [minderjarige] kan praten over dingen die hem dwarszitten en hem kan ondersteunen, wellicht ook om te zijner tijd het contact met de moeder weer vorm te geven; een en ander op geleide van wat [minderjarige] hierin aankan en prettig vindt. Daarnaast moet de mogelijkheid voor [minderjarige] om begeleid te gaan wonen via kamertraining verder worden vormgegeven.
Op dit moment is het onvoldoende duidelijk of de hulpverlening voor de moeder gaat aansluiten bij haar problematiek nu moeder niet daadwerkelijk gemotiveerd is voor verslavingshulp, omdat zij die problemen ontkent. De kinderrechter hoopt dat moeder het belang van deze hulp wel in zal zien en over zal gaan tot behandeling.
De vader wil het beste voor [minderjarige] en zal met zijn partner er alles aan doen wat in het belang is van [minderjarige] , maar het ontbreekt de vader in vertrouwen in de hulpverlening omdat de vader zich jaren onvoldoende gehoord heeft gevoeld. Jeugdbescherming zal dat vertrouwen dienen te herstellen.
De regie van Jeugdbescherming zorgt er in ieder geval voor dat [minderjarige] niet meer tussen zijn ouders hoeft in te staan. Ook dient Jeugdbescherming erop toe te zien dat [minderjarige] op structurele basis omgang heeft met zijn halfzusje [naam half-zusje] .
5.2.
Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
5.3.
Op dit moment zijn de bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige] waaraan in ieder geval gewerkt moet worden:
-
[minderjarige] groeit op in een situatie waarbij hij niet het gevoel heeft dat hij moet kiezen tussen zijn ouders of tussen hen in staat;
- [minderjarige] is geen slachtoffer/getuige van verbaal en fysiek geweld tussen de moeder en haar
ex-partner(s);
- er wordt onderzocht welke mogelijkheden er zijn met betrekking tot het begeleid wonen;
- [minderjarige] kan zijn verhaal kwijt bij een professional die hem een luisterend oor kan bieden en hem kan ondersteunen bij de dingen die lastig zijn voor [minderjarige] ;
- [minderjarige] wordt aangemeld voor hulpverlening/therapie en zo nodig wordt er daarnaast diagnostiek ingezet;
- [minderjarige] gaat Kamertraining volgen;
- [minderjarige] wordt gestimuleerd in zijn ontwikkeling en het aangaan van sociale contacten;
- [minderjarige] heeft een moeder die bezig is met haar eigen proces, zonder middelengebruik en door therapie te volgen;
- [minderjarige] heeft ouders die op een neutrale manier met elkaar kunnen communiceren en op een constructieve manier kunnen samenwerken met de hulpverlening;
- er komt zicht op de betrokken hulpverlening van de moeder en er is afstemming hierover tussen de Jeugdbescherming en haar hulpverlening;
- [minderjarige] heeft contact met [naam half-zusje] .
5.4.
De kinderrechter zal [minderjarige] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar.
Die termijn is nodig gezien de problematiek en om te werken aan de hiervoor gestelde te doelen.
5.5.
Er zal worden beslist als na te melden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
-
stelt [minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Save [locatie] , gevestigd te [plaats] , met ingang van 4 februari 2026 tot 4 februari 2027;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. van Luijck, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2026, in tegenwoordigheid van P.A.W. van Schaick, griffier.
De kinderrechter heeft op 5 februari 2026, na de zitting, [minderjarige] de navolgende e-mail gestuurd.
Beste [minderjarige] ,
Gisteren spraken wij elkaar op de rechtbank, dat vond ik een fijn gesprek en ik had beloofd om jou vandaag een mailtje te sturen met de beslissing.
Ik heb de ondertoezichtstelling toegewezen. Dat betekent dat je vanaf nu voor een jaar onder toezicht staat van Jeugdbescherming. Dat zal de Jeugdbescherming in [plaats] zijn, omdat je daar nu woont (Jeugdbescherming SAVE). Er komt een nieuwe jeugdbeschermer van SAVE en die zal de ondertoezichtstelling uitvoeren. We spraken op de zitting over wat er zou moeten gebeuren en dat is: de kamertraining en hulpverlening voor jou, zoals een psycholoog. Daarover zal met jou verder gepraat gaan worden; het is belangrijk dat jij zelf kan zeggen waar jij behoefte aan hebt!
Ik kan je vertellen dat de zitting vrij snel ging. We waren wat te laat begonnen, maar de bespreking ging vlot. Je vader en moeder staan allebei achter de ondertoezichtstelling; ze vinden het fijn dat jij de hulp krijgt die jij nodig hebt. Je hebt veel meegemaakt in het verleden. Ze willen allebei dat het goed met jou gaat!
Ik heb je moeder ook gevraagd naar het geld. Daar kon ze niets mee. Helaas is dat punt voor jou dus niet opgelost met de zitting. Ik hoop dat dat in de toekomst opgelost gaat worden, op een manier die voor jou goed voelt.
[minderjarige] , ik wens jou alle goeds toe en hopelijk zie ik jou als advocaat ooit in de rechtszaal!
Deze beschikking is schriftelijk uitgewerkt op 16 februari 2026.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Amsterdam.