ECLI:NL:RBAMS:2026:2328

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
762321
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:60 BWArt. 6:61 lid 1 BWArt. 6:119 BWArt. 6:119a BWArt. 6:265 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding overeenkomst productie machine niet gerechtvaardigd; gedeeltelijke betaling toegewezen

Procan International B.V. en Trivium Packaging Italy S.R.L. sloten een overeenkomst voor de productie en levering van een machine voor metalen verpakkingen. De oorspronkelijke levertijd was elf maanden, maar partijen maakten nadien nieuwe afspraken over het tijdschema vanwege technische eisen en vertragingen.

Trivium stelde dat Procan in verzuim was en ontbond de overeenkomst op 15 juli 2024 wegens niet tijdige oplevering. De rechtbank oordeelde dat Trivium door de gewijzigde afspraken afstand had gedaan van de oorspronkelijke termijn en dat de ontbinding daarom niet gerechtvaardigd was. Procan was wel in verzuim vanaf 8 juli 2024, waarna Trivium vanaf 31 augustus 2024 zelf in verzuim raakte door geen medewerking te verlenen aan de buy-off.

De rechtbank bepaalde dat Procan bevrijd is van haar verbintenissen uit de overeenkomst en veroordeelde Trivium tot betaling van €855.000,- plus wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten. Tevens werd Trivium veroordeeld tot betaling van een contractuele boete over de periode van verzuim van Procan. De overige vorderingen van Trivium werden afgewezen.

Uitkomst: De ontbinding van de overeenkomst door Trivium was niet gerechtvaardigd; Trivium moet gedeeltelijk betalen en Procan is bevrijd van verdere prestaties.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht
Zaaknummer: C/13/762321 / HA ZA 25-47
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROCAN INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat: mr. S.H. van Santen,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
TRIVIUM PACKAGING ITALY S.R.L.,
gevestigd te Montecchio Emilia RE (Italië),
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat: mr. D.J. Beenders.
Partijen worden hierna Procan en Trivium genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 september 2024 met producties 1 tot en met 16,
- de conclusie van natwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie met producties 1 tot en met 12,
- het tussenvonnis van 12 november 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 17 tot en met 22,
- de akte overlegging aanvullende producties van Trivium met producties 13 tot en met 15,
- de akte overlegging producties, tevens akte wijziging van eis in conventie met producties 23 tot en met 26,
- het verkort proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 november 2025 en de daarin genoemde stukken, en de aantekeningen die door de griffier van de mondelinge behandeling zijn gemaakt en die zich in het procesdossier bevinden.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten in conventie en in reconventie

2.1.
Procan is een onderneming die machines produceert voor het vervaardigen van (metalen) verpakkingen. Zij is gevestigd in Nederland. Trivium is een leverancier van metalen verpakkingen. Zij is gevestigd in Italië.
2.2.
Partijen hebben begin maart 2023 een overeenkomst gesloten voor het bouwen en leveren door Procan aan Trivium van een machine die zogenoemde BAC-blikken produceert (hierna: de machine). Dat zijn metalen verfblikken. In de overeenkomst is het volgende is vastgelegd:
“(...)
Prices & Delivery
3.1
The purchase prices and payment terms for the equipment and services shall be set out in schedule 2.
3.2
Delivery of the equipment shall be cfr at the buyer’s facility indicated in the scope of supply port of Europe (incoterms 2020). Risk and title in the equipment shall transfer to buyer upon delivery.
3.3
The maximum lead time of
manufacturing, the equipment by Procan shall be eleven (11) months after order placement. This lead time does
not include shipment and testing. If Procan fails to comply with this lead time, Procan shall forfeit a fixed penalty of 0.5% of the total purchase price of the equipment for each week that the lead time for manufacturing is increased, with a maximum of 5% of the total purchase price of the equipment. If Procan has forfeited a penalty, the penalty amount will be sett of [sic] against the last installment owed by Trivium to Procan as set in schedule 2.
3.4
A detailed project timing schedule, indicating all milestones is included in schedule 2 (“project schedule”). Such project schedule must provide for final equipment commissioning (“commissioning”) to occur no later than the date noted in the scope of supply dated 09.12.2022.
3.5
Buy off acceptance and final acceptance shall comply and follow the steps indicated in schedule 3 and 4.
(...)

5.Final acceptance

5.1
Final acceptance will take place at the Trivium facility, according to the specifications and requirements as agreed in Schedule 1, and within (60) days from delivery receipt of the Equipment in Trivium plant (Incisa).
5.2
The final acceptance is achieved when the specifications and requirements of the Scope of Supply is fulfilled in full, and the “Final Acceptance Test” attached in Schedule 4 has been signed by both Trivium and the supplier.

6.Trivium Packaging General Terms and Conditions

The buyer’s general terms and conditions attached hereto as schedule 4 (buyer GTC) shall be incorporated into this agreement by this reference. In case of discrepancy between this agreement and the buyer gtc, this agreement shall prevail.
(...)
Schedule 2
Price and project schedule
Total price of the project: €1.900.000
Milestones agreed:
30% down payment,
45% upon successful factory acceptance test and presentation of scanned copy of the original bl
25% after final acceptance in Trivium incisa plant(...)”
2.3.
Op de overeenkomst die partijen hebben gesloten zijn algemene voorwaarden van toepassing. Daarin is, voor zover van belang, het volgende vastgelegd:
“(...)
11. LIABILITY
(...)
11.4
Trivium Packaging shall not be liable for any damage sustained on the part of the Supplier, unless the damage is due to an intentional act or willful recklessness on the part of the executive staff of Trivium Packaging.
(...)
14. TERMINATION
14.1
Trivium Packaging may, at its option, fully or partly suspend the performance of the Agreement or terminate the Agreement in full or in part by written notice without recourse to the courts, with immediate effect and without Trivium packaging being liable for payment of any compensation, in the event that:
14.1.1.
the Supplier fails to fulfil any of its obligations under the Agreement and/or these Conditions, not withstanding the right of Supplier to recovery as mentioned in clause 7.3 of these Conditions; (...).”
2.4.
De begrippen “buy-off” en de “Factory Acceptance Test” hebben dezelfde betekenis. In dit vonnis wordt aangesloten bij de term buy-off.
2.5.
Trivium heeft de order van de machine bij Procan geplaatst tussen 8 en 13 maart 2023. Op 27 maart 2023 heeft Trivium € 570.000,00 aanbetaald (down payment van 30% van € 1.900.000,-).
2.6.
In de overeenkomst van partijen wordt verwezen naar de scope of supply. In de scope of supply staat, voor zover hier van belang:
“(...)
2.6 Shipping and delivery
2.6.1
Delivery FCA port of Europe
10 – 12 months after receipt of order and payment as well as approved layouts, drawings, punctual receipt of the test material as described below and clarification of all necessary technical details.
2.7
Acceptance
2.7.1
Buy-off will take place at the supplier’s facility, prior to shipment, in the presence of the Trivium project responsible. Trivium reserves the right to ask Procan to conduct the tests and supply test data. Buy-off will be conducted without powder application.
(...)
2.7.2
The Final Acceptance will take be at Trivium site of permanent installation after the unit performs satisfactorily in a continuous operation of at least five days with an efficiency of 90% excluding any changeovers on the line.
The final acceptance must be formalized by a report, signed by both Trivium and supplier representatives. (...)”
2.7.
Op 21 december 2023 heeft Trivium aan Procan het volgende e-mailbericht gestuurd:
“(...) For Trivium the start of installation in week 14 and start of production in week 19 are hard dates. The planning is part of the contract paragraph 3 stating a total lead time for manufacturing of 11 months after order placement and your current planning is reflecting that. (...)”
2.8.
Op 1 februari 2024 heeft er tussen partijen een Teams bespreking plaatsgevonden. Vervolgens heeft Trivium op dezelfde dag het volgende e-mailbericht aan Procan gestuurd:
“(...) Updated planning based on our TEAMS meeting this afternoon concerning the delay of the buy-off
(...)
Highlights
 Buy-off at China shifts from week 6 to week 10, row 40.
 Packaging/Shipment 6 weeks from week 11 until 16, row 41
 Delivery at Incisa end week 16, was week 13, row 41
 Installation etc. week 14 onward, row 42 etc. (...)”
2.9.
In maart 2024 is het planningsschema van productie en levering van de machine weer aangepast, blijkens het overgelegde schema.
2.10.
Op 11 april 2024 heeft dhr. [naam 1] (Procan) aan Trivium het volgende e-mailbericht gestuurd:
“(...) Please see the latest BAC line update in email below. Please also see attachment regarding the safety features.
At present, the can is still not 100%. That means that the upcoming visit needs to be postponed unfortunately. We suggest to not set a new date yet. When we have a satisfactory can coming out of the bodypack, we will set a new date. Provisionally, we are aiming to postpone by two weeks, but we will keep you updated during next week. (...)”
Bij dit e-mailbericht is een intern e-mail bericht van Procan gevoegd waarin – kort gezegd – een “BAC line project update” is beschreven.
2.11.
Op 12 april 2024 heeft dhr. [naam 2] (Trivium) aan Procan het volgende e-mailbericht gestuurd:
“(...) We also agreed and fixed in the contract readiness days for buyoff and delivery time. This was left weeks ago as you also know. You are late unfortunately. Again. This is a fact. Same as for Seesen and other projects.
Hope you do not have financial issues in your company? Not sure why are you pushing this so much? The projects are not done yet as we sent you the summary about the open items.
Please do not set deadlines for payment while we have such items what are not yet delivered.
Also suggested you make a teams call possibility where we might have a constructive discussion and find a solution but you cannot make this today. (...)”
2.12.
Op 22 april 2024 heeft dhr. [naam 3] (Procan) via toezending van een video aan Trivium een update gegeven over de voortgang van de productie van de machine. In dat e-mailbericht staat daarnaast:
“(...) Attached is a video showcasing the current progress of the PROpack 45 machine, which is now undergoing automatic run tests.
As observed in the video, the necking station requires fine-tuning modification to ensure smooth release of the cans.
We will continue to update you on the progress of this modification and aim to provide a video of the complete machine running in automatic mode soon.
Following this, we will proceed with the installation of the safety cars, doors, machine covers etc. as outlined in our previous emails. (...)”
2.13.
Op 23 april 2024 heeft Trivium daar vervolgens per e-mailbericht als volgt op gereageerd:
“(...) Thank you for the update and the video demonstrating the PROpack 45 machine’s advancements. It’s impressive to see the automatic run tests being conducted, and I value the meticulous efforts made towards the necking station’s fine-tuning modification.
The video is indeed promising, and I am equally excited about the forthcoming video that will showcase the machine operation in full automatic mode. It will be a significant moment to see the fruits of our joint efforts.
Please keep us in the loop regarding the progress of the modifications, especially with the upcoming installation of the safety guards, doors, and machine covers as discussed earlier. (...)”
2.14.
In de periode van 6 mei 2024 tot en met 18 juni 2024 is er over en weer contact geweest over de voortgang van de productie van de machine. Trivium heeft op 27 mei 2024 feedback gegeven op door Procan opgestuurde ‘samples’-blikken en heeft die feedback op 3 juni aangevuld. Verder zijn op 8 mei 2024, 3 juni en 17 juni 2024 video’s en foto’s van het voortgangsproces aan Trivium gestuurd. Op 18 juni 2024 is een overleg tussen partijen gepland voor de dag erna.
2.15.
In juni 2024 heeft Trivium aan Procan verzocht nog specifieke werkzaamheden te verrichten aan de machine, waartoe Procan is overgegaan.
2.16.
Op 21 juni 2024 heeft Trivium aan Procan een ingebrekestelling gestuurd. Daarin staat:
“(...) In accordance with article 3.3 of the Agreement, the manufacturing of the Equipment shall be finalized within 11 months after order placement. As Trivium sent the order on the 13th of March 2023, such manufacturing should have been completed at the latest on the 13th of February 2024. As of today, the manufacturing is still not completed and this constitutes a material breach of the Agreement.
(...)
Such delays are not acceptable for Trivium and we are closely tracking the accumulated damages caused by these breaches.
We trust that Procan is working on resolving this situation and request that Procan takes all necessary steps to ensure a successful buy-off to take place by the 8th of July 2024 at the latest.
(...)”
2.17.
Op 27 juni 2024 heeft dhr. [naam 1] (Procan), voor zover van belang, als volgt gereageerd:
“(...) With astonishment, I have read your letter and email of last Tuesday.
I will summarize (itemized) the current situation:
1. We are and have been working intensively towards an optimal can at production speed. In our opinion, we are very close to achieve a good end result. Our work is and has been closely monitored by Trivium (2-3 meetings a week).
2. One of our staff members is currently 24/7 in China, upon Trivium’s suggestion to do so.
3. Now, in your email, you accuse us of material breaches of contract. This only consists of a delay, something that is not new, and something that is covered in the contract by a penalty clause.
4. In your email you inform us that you are “closely tracking accumulated damages”, caused by the breaches that you accuse us of.
(...)
Upon your acceptance, we can organize the inspection in China with your delegates. (…) Please note that any further delay, caused by your non-acceptance will be Trivium’s responsibility.
(…)”
2.18.
Op 15 juli 2024 heeft Trivium aan Procan een ontbindingsbrief gestuurd. Daarin staat:
“(...) Under this letter, we stipulated that the manufacturing of the Equipment was still not completed by Procan within the agreed timeframe. We therefore requested you to finalize the manufacturing of the Equipment and to organize the factory acceptance test, which was already delayed by more than 4 months, on the 8th of July at the latest. To date, both the manufacturing of the Equipment and the factory acceptance test have not been performed successfully, neither organized. As a result, and amongst other things Trivium has no choice but to invoke the dissolution of the Agreement and to hold Procan liable for all current and future damages suffered.
Therefore, by the present Notice, Trivium formally dissolves (ontbindt) the Agreement under article 14.1.1 of Schedule 5 of the Agreement and Article 6:265 of the Dutch Civil Code. Such dissolution (ontbinding) entails amongst other things that Procan is required to refund the 30% downpayment to Trivium as part of the obligation to undo the Agreement.
Apart from claiming the refund of the 30% downpayment that Trivium paid to Procan, Trivium also claims the payment of the penalty under Article 3.3 of the Agreement due to the delay for the manufacturing of the Equipment. The penalty amount is EUR 95,000 (which equals 5% of the total price of the Equipment).
(...)”
2.19.
Op 23 juli 2024 heeft dhr. [naam 1] (Procan) het volgende e-mailbericht gestuurd aan Trivium:
“(...)
1. The agreement is vigor.
2. We will continue to fulfill our obligations, as stated in the Agreement.
3. Our formal reply will be with you before August 15, 2024.
(...)”
2.20.
Op 29 juli 2024 heeft Procan aan Trivium het volgende e-mailbericht gestuurd:
“(...) Good afternoon,
We have successfully produced a can that meets your specifications.
Please find attached the videos for your review.
(now via WeTransfer)
How would you like to proceed? (...)”
2.21.
Op 9 augustus 2024 heeft de advocaat van Procan per brief gereageerd op de ontbindingsverklaring van Trivium. Uiteengezet werd dat de ontbinding van de overeenkomst door Trivium volgens Procan ongegrond was. Trivium werd gesommeerd medewerking te verlenen aan het verder uitvoeren van de overeenkomst. Ook werd Trivium aansprakelijk gehouden voor de schade die Procan zou leiden.

3.De vorderingen in conventie

3.1.
Procan vordert na wijziging van eis – samengevat – dat de rechtbank Trivium bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
  • a) veroordeelt tot betaling van € 1.330.000,00, met bepaling dat Procan van haar verbintenis jegens Trivium is bevrijd, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten,
  • b) veroordeelt tot vergoeding van de schade, nader op te maken bij staat.
Daarnaast verzoekt zij om dit vonnis te waarmerken als Europese Executoriale Titel als bedoeld in de EET-verordening, dan wel tot afgifte van een certificaat in de zin van artikel 53 van Pro Verordening (EG) nr. 1215/2012 van 12 december 2012.
3.2.
Procan stelt dat partijen, ten opzichte van de schriftelijke overeenkomst, nadere afspraken hebben gemaakt over het tijdschema voor de productie van de machine. In de nakoming daarvan is zij niet tekortgeschoten. De ingebrekestelling van 21 juni 2024 van Trivium heeft daarom niet tot het intreden van verzuim geleid, ook al niet omdat de termijn die Trivium daarbij aan Procan heeft gesteld voor nakoming geen redelijke termijn was. Trivium heeft de overeenkomst op 15 juli 2024 dan ook ten onrechte ontbonden, aldus Procan.
Subsidiair beroept Procan zich op de “tenzij”-bepaling in de laatste volzin van artikel 6:265 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW). Gelet op de geringe aard en betekenis van de tekortkoming en de gevolgen van ontbinding van de overeenkomst, is die ontbinding volgens Procan hoe dan ook niet gerechtvaardigd.
3.3.
Trivium concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met een uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Procan in de proceskosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De vorderingen in reconventie

4.1.
Trivium vordert – samengevat – dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
  • a) voor recht verklaart dat Trivium de overeenkomst op 15 juli 2024 rechtsgeldig heeft ontbonden,
  • b) Procan veroordeelt tot betaling van € 570.000,00,
  • c) Procan veroordeelt tot betaling van € 95.000,00,
vermeerderd met rente en proceskosten.
4.2.
Daaraan legt zij het volgende ten grondslag. Trivium stelt dat zij de overeenkomst op goede gronden heeft ontbonden en dat die ontbinding gerechtvaardigd was. Het bedrag onder (b) betreft de aanbetaling van Trivium voor de machine. Dat bedrag heeft zij als gevolg van de ontbinding van de overeenkomst onverschuldigd aan Procan betaald. Het bedrag onder (c) betreft de boete die Procan uit hoofde van artikel 3.4 van de overeenkomst aan Trivium verschuldigd is omdat Procan tekortschoot in het tijdig produceren en afleveren van de machine.
4.3.
Procan concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie, veroordeling van Trivium in de proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente, uitvoerbaar bij voorraad.
4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling in conventie

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
Deze zaak heeft een internationaal karakter. De rechtbank moet daarom ambtshalve beoordelen of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt en welk recht van toepassing is. Partijen zijn in de toepasselijke algemene voorwaarden een forumkeuzebeding overeengekomen waarin de rechtbank Amsterdam is aangewezen voor kennisneming van geschillen uit hoofde van de overeenkomst. De rechtbank is daarom op grond van artikel 25 Brussel Pro 1-bis bevoegd om kennis te nemen van het geschil. In de algemene voorwaarden is ook bepaald dat op de rechtsverhouding tussen Procan en Trivium het Nederlands recht van toepassing is. Dat betekent dat op grond van artikel 3 van Pro de Verordening Rome I het Nederlands recht van toepassing is.
Tekortkoming, verzuim en ontbinding
5.2.
Partijen zijn blijkens de schriftelijke overeenkomst overeengekomen dat de
“leadtime of manufacturing the equipment by Procan shall be eleven months after order placement”.
“Shipment and testing”zijn niet in die periode van elf maanden begrepen. Voor zover Trivium heeft betoogd dat de machine niet
“eleven months after order placement”gereed was voor buy-off in China en dat Procan door het verstrijken van die overeengekomen fatale termijn tekortschoot en in verzuim raakte (waardoor Trivium op 15 juli 2024 mocht overgaan tot ontbinding van de overeenkomst) wordt zij daarin niet gevolgd. Partijen hebben voordat die initieel overeengekomen termijn van elf maanden na orderplaatsing verstreek en ook daarna meerdere keren overleg gevoerd waarbij zij in ieder geval op 1 februari 2024 en ook in maart 2024 nieuwe afspraken hebben gemaakt over het tijdschema van het productieproces van de machine. In het midden kan blijven of die nieuwe afspraken over het tijdschema uitsluitend oorsprong vinden in nadere en specifieke technische eisen die Trivium aan de machine stelde of dat Trivium, ondanks aan Procan te wijten vertraging, uitsluitend uit “coulance” heeft ingestemd met een gewijzigd tijdschema (standpunt Trivium). Ook in dat laatste geval heeft Trivium door het maken van nieuwe afspraken over het tijdschema afstand gedaan van de initieel overeengekomen elf-maanden-termijn na orderplaatsing. Daarom kan zij die elf-maanden-termijn niet alsnog aan Procan tegenwerpen.
5.3.
Procan heeft onweersproken gesteld dat partijen vanaf februari 2024 tenminste twee tot drie keer per week overleg voerden over de voortgang van de productie van de machine. Trivium heeft op 12 april 2024 weliswaar gewezen op – in haar ogen – vertraging, maar bracht dat uitsluitend in relatie tot het (nog) niet verschuldigd worden van een volgende betalingstermijn en niet tot nadelige gevolgen die zij ondervond door vertraging in het productieproces. Op 23 april 2024 toonde Trivium zich vervolgens onder de indruk van de tussentijdse resultaten bij de productie van de machine. Zij keek zelfs uit naar de
“fruits of our joint efforts”. Ruim een maand later, op 27 mei 2024, heeft Trivium technische feedback gegeven op ‘samples’-blikken die Procan haar heeft toegezonden. Zij heeft die feedback op 3 juni 2024 aangevuld. Verder zijn op 8 mei 2024, 3 juni en 17 juni 2024 door Procan video’s en foto’s van de voortgang van de productie van de machine aan Trivium gestuurd. Daarna is op 18 juni 2024 nog een overleg tussen partijen gepland voor de dag erna.
5.4.
Hieruit is af te leiden dat partijen in nauw overleg samenwerkten bij het finaliseren van de productie van de machine en het daarbij te volgen tijdspad zonder dat Trivium daarbij op ondubbelzinnige wijze kenbaar heeft gemaakt dat gebrek aan voortgang van het productieproces op zwaarwegende bezwaren stuitte. Door zich aldus te gedragen en op te stellen heeft Trivium bij Procan het vertrouwen gewekt dat de afzonderlijke stappen in het nader overeengekomen tijdsschema voor de productie van de machine door haar niet beschouwd werden als fatale termijnen waarvan overschrijding automatisch zou leiden tot het intreden van verzuim aan de zijde van Procan.
5.5.
Trivium heeft Procan op 21 juni 2024 gesommeerd er zorg voor te dragen dat de machine uiterlijk op 8 juli 2024 gereed zou zijn voor buy-off. Aan die sommatie en bij het stellen van een termijn van zeventien dagen legde Trivium de vertraging ten grondslag die volgens haar was ontstaan door het niet-nakomen van de elf-maanden-termijn die aanvankelijk tussen partijen is overeengekomen. Dat was gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten onrechte omdat de elf-maanden-termijn was vervangen door andere afspraken over het tijdspad van het productieproces.
5.6.
Trivium was desondanks wel gerechtigd om een termijn stellen ten einde de door Procan te leveren prestatie (buy-off van de machine) opeisbaar te maken. Procan voert in deze procedure weliswaar aan dat de termijn tot 8 juli 2024 die Trivium in haar sommatie van 21 juni 2024 stelde niet als redelijke termijn is aan te merken (overigens zonder daarbij aan te voeren welke termijn volgens haar wel redelijk zou zijn geweest), maar zij heeft na ontvangst van de sommatie niet aan Trivium medegedeeld dat zeventien dagen volgens haar onredelijk kort was en binnen welke, volgens haar wél redelijke termijn, de machine voor buy-off gereed zou zijn. Afgezien van de e-mail van 27 juni 2024, waarin Procan vooral voorwaarden stelde waaraan Trivium moest voldoen voordat Procan überhaupt bereid zou zijn machine uit China te laten verschepen, heeft Procan op de keper beschouwd niet gereageerd op de sommatie. Onder die omstandigheden moet worden geconcludeerd dat Procan sinds 8 juli 2024 in verzuim verkeerde omdat toen geen buy-off had plaatsgevonden, waarna Trivium, gegeven dat verzuim van Procan, de overeenkomst op 15 juli 2024 heeft ontbonden.
5.7.
Het standpunt van Procan dat Trivium zelf in verzuim verkeerde omdat Trivium geen medewerking verleende aan het laten plaatsvinden van de buy-off en dat dit verzuim van Trivium in de weg staat aan de ontbinding van de overeenkomst op 15 juli 2024 door Trivium (artikel 6:266 lid 1 BW Pro) kan Procan niet baten. Niet gesteld of gebleken is dat Procan, vóórdat zij op 8 juli 2024 zelf in verzuim raakte, Trivium op die verplichting heeft gewezen en dat zij Trivium voordien tevergeefs heeft gesommeerd tot nakoming van die verplichting.
De tekortkoming van Procan rechtvaardigt niet de ontbinding van de overeenkomst door Trivium
5.8.
Procan voert aan dat de tekortkoming – het feit dat niet tijdig een buy-off van de machine plaatsvond – de ontbinding van de overeenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Dat verweer slaagt. Daartoe is het volgende redengevend.
5.9.
Met de fabricage van de machine was een aanzienlijke periode gemoeid. Nadat de initieel overeengekomen periode van elf maanden niet haalbaar was gebleken, heeft Trivium ingestemd met een langere fabricageperiode. Trivium heeft niet, althans niet voldoende gemotiveerd weerlegd en weersproken dat de machine, toen zij de overeenkomst ontbond, vrijwel gereed was voor buy-off en dat de aanwezigheid van een aantal te verwachten opleverpunten op zichzelf niet aan de buy-off in de weg stond. Trivium heeft de overeenkomst dus “in het zicht van de haven” ontbonden. De machine is gebouwd conform de door Trivium verlangde op haar toegesneden technische specificaties. De ontbinding van de overeenkomst door Trivium heeft voor Procan dan ook tot gevolg dat de omvangrijke financiële investering die zij heeft gedaan om de machine te produceren verloren zal gaan omdat de machine alleen met een extra investering geschikt gemaakt kan worden voor een andere afnemer, voor zover die al kan worden gevonden. Door de tekortkoming van Procan (vertraging in de nakoming van haar verplichting om de machine op tijd gereed te hebben voor de buy-off) lijdt Trivium nadeel. Zij kon een andere, verouderde machine niet vervangen en kon een bestaande productielocatie in Frankrijk niet afstoten op het moment dat zij dat van plan was. In dat nadeel van Trivium had voorzien kunnen worden door het vergoeden van de geleden schade. Het door Trivium ingeroepen rechtsgevolg (ontbinding van de overeenkomst) leidt echter tot veel verder strekkende gevolgen. Dat Trivium, zoals zij bij de mondelinge behandeling heeft verklaard, er voor heeft gekozen haar “business case” te wijzigen en daarom niet meer in de machine geïnteresseerd was/is, is een omstandigheid die voor haar eigen rekening behoort te komen en legt geen gewicht in de schaal.
5.10.
Op grond van deze feiten en omstandigheden komt de rechtbank tot het oordeel dat dat de tekortkoming van Procan (het feit dat niet tijdig een buy-off van de machine plaatsvond) de ontbinding van de overeenkomst met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Dat ook in de algemene voorwaarden de mogelijkheid van beëindiging van de overeenkomst door Trivium is vastgelegd, leidt niet tot een ander oordeel.
5.11.
Uit het voorgaande volgt dat de vordering van Trivium (in reconventie) om voor recht te verklaren dat de overeenkomst op 15 juli 2024 rechtsgeldig is ontbonden, niet toewijsbaar is. Dat geldt ook voor de daarmee samenhangende vordering van Trivium (in reconventie) tot terugbetaling door Procan van hetgeen Trivium op grond van de overeenkomst reeds aan Procan heeft betaald.
De vordering van Procan tot bevrijding van haar verplichting tot nakoming
5.12.
Omdat ontbinding van de overeenkomst door Trivium niet gerechtvaardigd was, is die overeenkomst nog geldend. Partijen zijn in beginsel gehouden om hun wederzijdse verplichtingen uit de overeenkomst alsnog na te komen. De vorderingen van Procan zijn echter niet gericht op nakoming door Trivium. Procan vordert daarentegen te bepalen dat zij op grond van artikel 6:60 BW Pro zal worden bevrijd van haar eigen verbintenis(sen) omdat Trivium ten onrechte geen medewerking heeft verleend aan de buy-off en dus heeft geweigerd de haar toekomende prestatie in ontvangst te nemen.
5.13.
Trivium voert aan dat Procan haar niet heeft medegedeeld dat de machine gereed was voor de buy-off en dat haar medewerking aan de buy-off werd verlangd. Volgens Trivium is dus onjuist dat zij heeft geweigerd medewerking aan de buy-off te verlenen en dat zij daardoor in (schuldeisers)verzuim is komen te verkeren, aldus Trivium.
5.14.
Dat standpunt wordt niet gevolgd. De raadsman van Procan heeft in de brief van 9 augustus 2024 aan Trivium medegedeeld, samengevat:
  • dat de ontbinding van de overeenkomst door Trivium niet het door haar beoogde rechtsgevolg heeft;
  • dat Procan uit de houding van Trivium afleidt dat Trivium haar verplichtingen uit de overeenkomst desondanks niet zal nakomen en dat als gevolg daarvan dus sprake is van (schuldeisers)verzuim van Trivium.
en
- dat Trivium desondanks, voor zover vereist, wordt gesommeerd te bevestigen dat de ontbinding van de overeenkomst wordt teruggetrokken en dat Trivium beschikbaar zal zijn voor de buy-off, uiterlijk 31 augustus 2024.
Trivium heeft aan die sommatie geen gehoor gegeven. Het standpunt van Trivium dat Procan niet van haar verlangd heeft om medewerking te verlenen aan de buy-off gaat ten onrechte voorbij aan de inhoud van de brief van 9 augustus 2024 en mist feitelijke grondslag.
5.15.
Trivium heeft dus, hoewel daartoe gesommeerd, geen medewerking verleend aan de buy-off omdat zij meende dat de overeenkomst door haar was ontbonden. Omdat Trivium ten onrechte meende dat de overeenkomst was ontbonden en daarom, hoewel daartoe gesommeerd, geen medewerking verleende aan de buy-off raakte Trivium in ieder geval vanaf 31 augustus 2024 in (schuldeisers)verzuim. Het verzuim van Procan werd daardoor beëindigd (artikel 6:61 lid 1 BW Pro).
5.16.
Vanwege het (schuldeisers)verzuim van Trivium zal op grond van artikel 6:60 BW Pro, overeenkomstig de daartoe strekkende vordering van Procan, worden bepaald dat Procan zal zijn bevrijd van haar verbintenis(sen) uit de overeenkomst.
De vordering van Procan tot betaling van € 1.330.000,- door Trivium
5.17.
De vordering van Procan betreft de betaling door Trivium van het tweede en derde deel van de overeengekomen prijs van de machine, respectievelijk 45% en 25% van
€ 1.900.000,-.
5.18.
Procan is op grond van hetgeen hiervoor is overwogen niet meer gehouden om verdere uitvoering te geven aan de overeenkomst. Dat betekent dat zij prestaties die zij zou hebben moeten verrichten, niet meer hoeft te verrichten: reeds gesignaleerde opleverpunten van de machine hoeven niet meer door Procan te worden verholpen, het verschepen van de machine van China naar Europa blijft achterwege, net als montage, installatie en het testen van de machine op een locatie van Trivium in Europa. De vordering van Procan dat zij op grond van artikel 6:60 BW Pro enerzijds zal zijn bevrijd van haar verbintenis(sen) uit de overeenkomst verhoudt zich niet met haar vordering waarmee zij anderzijds volledige nakoming door Trivium verlangt in de vorm van integrale betaling door Trivium van hetgeen Trivium verschuldigd zou zijn geweest bij volledige uitvoering van de overeenkomst. Het zou ertoe leiden dat Procan betaling ontvangt voor prestaties en werkzaamheden die zij niet meer zal verrichten omdat zij is bevrijd van haar verbintens(sen) uit de overeenkomst. Om die reden wordt de vordering van Procan tot betaling van de tweede termijn van de overeengekomen prijs (45% van € 1.900.000,-,
“upon succesfull factory acceptance test”) wel toewijsbaar geoordeeld, maar haar vordering tot betaling van de laatste, derde termijn (25% van € 1.900.000,-,
“after final acceptance in Trivium incisa plant”) niet.
Wettelijke handelsrente
5.19.
Procan vordert vergoeding van de wettelijke handelsrente als bedoeld in 6:119a BW over het toe te wijzen bedrag, vanaf de dag van dagvaarding. Tegen de wettelijke rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd, anders dan dat Trivium meent dat zij niet in verzuim is geraakt omdat zij de overeenkomst heeft ontbonden.
Dat standpunt van Trivium is ongegrond gebleken. De wettelijke handelsrente wordt dan ook toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.
De vordering van Procan tot verwijzing naar schadestaat
5.20.
Procan stelt dat zij schade heeft geleden doordat Trivium ten onrechte volhardde in haar standpunt dat de overeenkomst was ontbonden en geen medewerking meer verleende aan verdere uitvoering van de overeenkomst. Die schade bestaat volgens haar onder meer uit de kosten van opslag van de machine in China en extra verzekeringskosten.
5.21.
Trivium heeft aangevoerd dat zij op grond van artikel 11.4 van de algemene voorwaarden niet aansprakelijk is voor schade omdat daarin is bepaald dat alleen aansprakelijkheid voor schade kan bestaan als deze het gevolg is van opzettelijk handelen of bewuste roekeloosheid van het leidinggevend personeel van Trivium. Daarvan is niet gebleken, aldus Trivium.
5.22.
Procan heeft dat standpunt van Trivium vervolgens niet weerlegd of weersproken. De vordering van Procan om Trivium te veroordelen tot het vergoeden van schade, op te maken in een schadestaatprocedure is om die reden niet toewijsbaar.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.23.
Procan vordert vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding.
5.24.
Trivium voert aan – kort gezegd – dat het sturen van alleen de sommatiebrief van 9 augustus 2024 geen vergoeding van buitengerechtelijke werkzaamheden rechtvaardigt.
5.25.
Dat verweer is tevergeefs. Het betreft hier een vordering uit hoofde van een handelsovereenkomst op een niet-consument. Vaststaat dat Procan buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht. Voor de verschuldigdheid van de vergoeding voor buitengerechtelijke incassokoten is in zo’n geval niet relevant welke incassohandelingen de schuldeiser heeft verricht, zodat in beginsel een enkele brief voldoende is (ECLI:HR:2014:1405, r.o. 3.6). Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het hier van toepassing zijnde tarief en zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten vanaf dagvaarding is niet betwist en wordt toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.
Certificaat
5.26.
Procan heeft verzocht om een certificaat af te geven conform artikel 53 van Pro de Verordening EU Nr. 1215/2012. Dit verzoek is toewijsbaar. De rechtbank zal daarom het door EG-verordening nr. 1215/2012 voorgeschreven formulier afgeven.
De vordering van Trivium (in reconventie) tot betaling van de contractuele boete
5.27.
Trivium vordert (in reconventie) vergoeding van de boete als bedoeld in artikel 3.3. van de overeenkomst wegens de vertraging bij de productie van de machine.
5.28.
Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat Procan in verzuim is geweest als gevolg van de vertraging bij de productie van de machine en het niet tijdig laten plaatsvinden van de buy-off. Haar verzuim trad op grond van de sommatie van 21 juni 2024 van Trivium in op 8 juli 2024. Het verzuim van Procan eindigde op grond van artikel 6:61 lid 1 BW Pro echter op 31 augustus 2024 toen Trivium in (schuldeisers)verzuim raakte. De vordering van Trivium tot betaling van de contractuele boete over die periode is toewijsbaar als hierna te melden.
Proceskosten
5.29.
Trivium is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Procan worden begroot op:
in conventie:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
10.188,00
- salaris advocaat
8.714,00
(2 punten × € 4.357,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
19.192,37
in reconventie:
- salaris advocaat
2.178,50
(1 punt × factor 0,5 × € 4.357,00)
Totaal
2.178,50
5.30.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten is niet betwist en wordt toegewezen zoals hierna in de beslissing is vermeld.

6.De beslissing

De rechtbank
in conventie
6.1.
bepaalt dat Procan is bevrijd van haar verbintenis(sen) uit de overeenkomst,
6.2.
veroordeelt Trivium om aan Procan te betalen een bedrag van € 855.000,-, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 20 september 2024 tot de dag van volledige betaling,
6.3.
veroordeelt Trivium om aan Procan te betalen een bedrag van € 6.775,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf 20 september 2024 tot de dag van volledige betaling,
6.4.
veroordeelt Trivium in de proceskosten van € 19.192,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Trivium niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.5.
veroordeelt Trivium tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.7.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
6.8.
veroordeelt Procan tot betaling € 9.500,- (0,5% van € 1.900.000,-) per week over de periode van 8 juli 2024 tot 31 augustus 2024, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro vanaf 31 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling,
6.9.
veroordeelt Trivium in de proceskosten van € 2.178,50 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Trivium niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.10.
veroordeelt Trivium tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.11.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
6.12.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. van Harmelen, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.