ECLI:NL:RBAMS:2026:2353

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
16 januari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
11729436 \ CV EXPL 25-7864
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m lid 1 BWArt. 6:230v BWRichtlijn 93/13/EEGHvJEU 3 september 2015, C-110/14
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Consumentenbescherming bij energieleveringsovereenkomst ondanks zakelijke bewoordingen

In deze zaak staat centraal of de overeenkomst voor levering van elektriciteit en gas tussen Audax Renewable Nederland B.V. en gedaagde als consument of als zakelijke afnemer is gesloten. Gedaagde betoogt dat hij de overeenkomst als natuurlijk persoon voor privégebruik is aangegaan, terwijl Audax stelt dat het een zakelijke overeenkomst betreft.

De kantonrechter weegt alle omstandigheden, waaronder het feit dat gedaagde de woning met woonbestemming bewoont, geen bedrijf op het adres uitoefent, en betalingen van zijn privérekening verricht. Ondanks de zakelijke bewoordingen in de overeenkomst wordt gedaagde als consument aangemerkt. Dit brengt mee dat Audax moet aantonen dat zij heeft voldaan aan de informatieverplichtingen uit het Burgerlijk Wetboek en dat de algemene voorwaarden, inclusief het prijsbeding, transparant zijn.

Omdat hierover nog geen debat heeft plaatsgevonden, wordt de zaak aangehouden en krijgt Audax de gelegenheid om haar stellingen te onderbouwen. De kantonrechter bepaalt dat de zaak op een later moment zal worden voortgezet na het indienen van nadere stukken door Audax.

Uitkomst: Gedaagde wordt als consument aangemerkt en de zaak wordt aangehouden voor nadere stukken over informatieverplichtingen en algemene voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11729436 \ CV EXPL 25-7864
Vonnis van 16 januari 2026
in de zaak van
AUDAX RENEWABLES NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Audax,
gemachtigde: mr. P.P. Otte,
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. C.C. van Dam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 20 mei 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord van 31 juli 2025, met producties;
- het tussenvonnis van 14 augustus 2025, waarin mondelinge behandeling is bepaald;
- de mondelinge behandeling van 13 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de berichten van partijen (van 10 respectievelijk 12 december 2025), waarmee zij de kantonrechter hebben laten weten dat zij niet tot een minnelijke regeling zijn gekomen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] heeft een pand gekocht aan de [locatie] , waarvoor partijen in 2018 een overeenkomst voor de levering van energie hebben gesloten.
2.2.
Nadat het pand is gesplitst, zijn partijen in 2022 een nieuwe overeenkomst voor de levering van elektriciteit en gas met elkaar aangegaan voor de afzonderlijke adressen [adres 1] en [adres 2] (hierna: de overeenkomst). In de overeenkomst is – voor zover hier relevant – het volgende opgenomen:
“ (…) Dhr. [gedaagde] , kantoorhoudende te [kantoorplaats] aan de [adres 3] , hierna te noemen: “Opdrachtgever” (…)
Overwegende dat:

MAIN Energie de inkoop en levering van elektriciteit en/of gas verzorgt voor de zakelijke markt;
(…)

Opdrachtgever een zakelijke afnemer is (…)
10.1
Op deze leveringsovereenkomst en onze dienstverlening zijn de Algemene voorwaarden voor zakelijke verbruikers van elektriciteit en – gas van toepassing (…)”
2.3.
Op 25 maart 2023 is [gedaagde] overgestapt naar een nieuwe energieleverancier.
2.4.
Tussen partijen is een geschil ontstaan over de betalingsverplichtingen onder de (afwikkeling van de) overeenkomst.

3.Het geschil

3.1.
Audax vordert – samengevat – dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis wordt veroordeeld tot betaling aan Audax van een bedrag van € 13.728,28, te vermeerderen met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2.
Audax legt hieraan ten grondslag dat zij [gedaagde] gas en elektriciteit heeft verkocht en geleverd, dat zij hem op grond van de overeenkomst en de toepasselijke algemene voorwaarden ter zake facturen heeft gestuurd en dat hij deze facturen onbetaald laat.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Audax, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Audax, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Audax in de volledige kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Heeft [gedaagde] de overeenkomst als consument gesloten?
4.1.
[gedaagde] heeft in deze procedure opgeworpen dat hij de overeenkomst als consument heeft gesloten en hem daarom een beroep toekomt op de regels die consumenten beschermen.
4.2.
[gedaagde] stelt dat hij de overeenkomst heeft gesloten ten behoeve van zijn privéwoning aan de [locatie] , die hij in 2016 heeft gekocht, waarna de woning is gesplitst en verbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] toegelicht dat hij vervolgens met zijn gezin aan de [locatie] is gaan wonen. [gedaagde] woont op [adres 1] en zijn partner op [adres 2] . [gedaagde] betoogt dat hij de overeenkomst als natuurlijk persoon voor privégebruik is aangegaan. Hij voert daartoe onder meer aan dat hij op het moment van het sluiten van de overeenkomst nog in zijn oude woning aan de [adres 3] woonde en dat het aansluitadres aan de [locatie] zijn toekomstige woning betrof. Van zakelijke werkzaamheden op dat adres is nooit sprake geweest. Daarnaast brengt [gedaagde] naar voren dat hij geen eenmanszaak drijft en ook niet als zodanig staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). [gedaagde] is weliswaar werkzaam bij, dan wel mede-eigenaar van “ [bedrijf] ”, maar dat is een afzonderlijke rechtspersoon die kantoor houdt aan de [adres 4] . Ook heeft [gedaagde] verklaard dat hij de facturen van Audax steeds van zijn privérekening heeft betaald.
4.3.
Audax bestrijdt dat [gedaagde] als consument moet worden aangemerkt. Uit de bewoordingen van de overeenkomst blijkt volgens Audax immers dat het om een zakelijke overeenkomst gaat. Zo staat onder meer in de overeenkomst dat [gedaagde] kantoor houdt in [kantoorplaats] en dat hij een zakelijk afnemer is. Audax stelt zich op het standpunt dat, voor zover [gedaagde] de overeenkomst als consument had willen afsluiten, hij dat bij het aangaan van de overeenkomst kenbaar had moeten maken. Dat heeft [gedaagde] niet gedaan, sterker nog: hij heeft verklaard dat zij zakelijk afnemer is. Audax heeft daar nog aan toegevoegd dat zij zich niet richt op consumenten en zij enkel de wettelijke plicht heeft consumenten die zich bij haar melden een standaard contract – opgesteld door de Autoriteit Consument en Markt – aan te bieden.
4.4.
In deze zaak is in geschil of [gedaagde] als consument is aan te merken en of hem in die hoedanigheid bepaalde bescherming toekomt. De kantonrechter is ook ambtshalve gehouden dit te onderzoeken. Voor zover [gedaagde] als consument de (op afstand gesloten) overeenkomst is aangegaan, brengt dit aan de kant van Audax informatieverplichtingen als bedoeld in artikel 6:230m lid 1 en artikel 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) met zich mee. Ook zou de overeenkomst tussen partijen in dat geval moeten worden getoetst op zogeheten oneerlijke bedingen. [1] De enkele bewoordingen van de gesloten overeenkomst zijn niet doorslaggevend voor de vraag of de afnemer ( [gedaagde] ) van de producten of diensten (in dit geval gas en elektriciteit) als consument is aan te merken. De rechter moet rekening houden met alle omstandigheden van de zaak. Van belang is onder meer met welk doel de overeenkomst is aangegaan, wat met name moet worden afgeleid uit de aard van de dienst waarop de betrokken overeenkomst betrekking heeft. [2]
4.5.
In deze zaak zijn partijen een overeenkomst aangegaan voor de levering van elektriciteit en gas, wat zowel aan consumenten als aan zakelijke klanten kan worden geleverd. Naar het oordeel van de kantonrechter maken de omstandigheden in deze zaak echter dat [gedaagde] de overeenkomst is aangegaan als consument. Het staat vast dat de overeenkomst op het contractadres is gesloten van zijn voormalige woonadres en door hem als natuurlijk persoon is aangegaan. Het leveringsadres betreft daarnaast een gebouw met een woonbestemming, waar [gedaagde] vervolgens met zijn gezin is gaan wonen en zich ook heeft ingeschreven. Nergens blijkt uit dat [gedaagde] op dit adres zijn beroep of bedrijf heeft uitgeoefend. Verder heeft [gedaagde] alle betalingen onder de overeenkomst verricht vanaf zijn privérekening. Onder die omstandigheden leggen de bewoordingen van de overeenkomst (die inhouden dat hij een zakelijk afnemer is en kantoor houdt in [kantoorplaats] ) onvoldoende gewicht in de schaal om [gedaagde] niet als consument aan te merken. Daarbij acht de kantonrechter het mede van belang dat Audax tijdens de mondelinge behandeling heeft erkend dat zij bij het sluiten van de overeenkomst ook geen verdere navraag heeft gedaan naar bijvoorbeeld een KvK- of btw-nummer en dat zij ook niet op een andere manier heeft geverifieerd dat [gedaagde] het energiecontract voor de uitoefening van zijn beroep of bedrijf wilde afsluiten. Dat klemt te meer nu het gaat om een modelovereenkomst en Audax zich weliswaar niet specifiek richt op consumenten, maar blijkbaar ook geen consumenten als klant mag weigeren.
4.6.
Omdat [gedaagde] is aan te merken als consument, is het aan Audax om gemotiveerd te stellen dat, en zo ja, op welke wijze zij heeft voldaan aan de informatieverplichtingen uit artikel 6:230m lid 1 en 6:230v BW. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst op oneerlijke bedingen (zie 4.4). Nu het debat hierover tussen partijen nog niet heeft plaatsgevonden, krijgt Audax eerst de gelegenheid zich hierover uit te laten. De kantonrechter constateert alvast dat Audax haar facturen vanaf januari 2023 steeds heeft gebaseerd op een variabel tarief. Audax heeft tijdens de zitting aangevoerd dat zij dat tarief op grond van haar algemene voorwaarden in rekening mocht brengen. Die algemene voorwaarden dient Audax in het geding te brengen, waarbij zij dient toe te lichten dat er op dit punt sprake is van een transparant prijsbeding. De kantonrechter zal de zaak voor dit alles naar de rol verwijzen.
4.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
vrijdag 13 februari 2026voor het nemen van een akte door Audax over wat is vermeld onder 4.6, waarna [gedaagde] op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.F. de Groot, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.

Voetnoten

1.Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten
2.HvJEU 3 september 2015, C-110/14, ECLI:EU:C:2015:538 (Costea).