ECLI:NL:RBAMS:2026:2379
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vervanging onuitgezette jeugddetentie door voorwaardelijke taakstraf wegens capaciteitsgebrek
Op 4 februari 2020 werd veroordeelde veroordeeld tot twaalf maanden jeugddetentie, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Door capaciteitsgebrek in justitiële jeugdinrichtingen heeft veroordeelde ruim zes jaar niet de onvoorwaardelijke jeugddetentie kunnen uitzitten. Ondanks herhaalde beschikbaarheid is hij nooit opgeroepen.
De officier van justitie vorderde op 10 juli 2025 vervanging van de resterende jeugddetentie door een taakstraf. De reclassering adviseerde eveneens vervanging door een voorwaardelijke taakstraf. Veroordeelde heeft sindsdien een stabiel leven opgebouwd met werk, gezin en woning, en voldoet aan zijn schadevergoedingsverplichtingen.
De rechtbank oordeelt dat het voortzetten van de jeugddetentie niet proportioneel is en dat veroordeelde niet meer voor jeugddetentie in aanmerking komt. Gezien de omstandigheden en het capaciteitsgebrek wijst de rechtbank de vordering toe en vervangt de jeugddetentie door een voorwaardelijke taakstraf, gesteld op nihil. De beslissing weerspiegelt erkenning van het tekortschieten van de overheid en de positieve ontwikkeling van veroordeelde.
Uitkomst: De rechtbank vervangt de onuitgezette jeugddetentie door een voorwaardelijke taakstraf gesteld op nihil vanwege capaciteitsgebrek en positieve persoonlijke omstandigheden.