ECLI:NL:RBAMS:2026:2387

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
17 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/13/782590 / FA RK 26/756
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, geboren in 2008. Betrokkene was niet vertegenwoordigd door een advocaat tijdens de zitting en stemde in met voortzetting zonder advocaat.

Uit de overgelegde medische stukken en de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene lijdt aan een psychotische stoornis met wisselende wanen, in combinatie met een autistische stoornis en hoogbegaafdheid. Daarnaast is sprake van automutilatie en suïcidale gedachten door depressiviteit. Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige psychische schade.

De rechtbank stelde vast dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen. De verplichte zorg omvat onder meer toediening van vocht, voeding en medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, insluiting, toezicht, beperkingen in vrijheid en bezoekrecht, en opname in een accommodatie. De zorg is evenredig, effectief en er zijn geen minder bezwarende alternatieven.

Betrokkene gaf aan de zorgmachtiging te waarderen, vooral voor situaties waarin zij zelf niet doorheeft dat zij in een psychose of crisissituatie verkeert. De rechtbank verleende de zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden, tot uiterlijk 17 februari 2027. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene voor de duur van twaalf maanden.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/782590 / FA RK 26/756
kenmerk: ZM/IND/190450
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 17 februari 2026van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres 1] ,
verblijvende te [verblijfsplaats] , [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. F.J. Mascini te Haarlem,
zorgaanbieder: UMC, [locatie] .

1.Procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 29 januari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 februari 2026 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- dhr. [persoon] , arts;
- de moeder van betrokkene.
Ter zitting bleek dat de advocaat niet aanwezig was en niet bereikbaar. Aan betrokkene is voorgesteld om de advocaat de gelegenheid te geven om zijn standpunt kenbaar te maken bij de rechter binnen de behandeltermijn van 3 weken, dus uiterlijk 19 februari 2026. Betrokkene heeft aangegeven liever de beslissing ter zitting te krijgen dan op een later moment nadat de advocaat het standpunt kenbaar heeft gemaakt aan de rechter. Betrokkene heeft aangegeven dat zij voor de zorgmachtiging is en geen advocaat nodig heeft tijdens de zitting om tegen te pleiten. De zitting is daarna voortgezet zonder het bijzijn van een advocaat met instemming van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een psychotische stoornis met wisselende wanen bij bekende met een autistische stoornis en hoogbegaafdheid. Tevens is er sprake van automutilatie en gedachten aan de dood op basis van depressiviteit.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en ernstige verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander.
2.3.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van twaalf maanden:
  • toedienen van vocht, voeding en medicatie;
  • het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • beperken van de bewegingsvrijheid (
  • insluiten (
  • uitoefenen van toezicht op betrokkene (
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
  • beperken van het recht op het ontvangen van bezoek (
  • opnemen in een accommodatie (
2.5.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.6.
Betrokkene heeft aangegeven dat als zij in een psychose of crisissituatie zit, ze dat zelf niet doorheeft. De zorgmachtiging is fijn voor die situaties zodat betrokkene dan hulp kan krijgen.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 2008 te [geboorteplaats] , inhoudende dat
gedurende de looptijd van de machtigingbij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 17 februari 2027.
Deze beschikking is op 17 februari 2026 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door
mr. E. Diepraam, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 27 februari 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.