ECLI:NL:RBAMS:2026:24

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
C/13/779315 / KG RK 25-1916
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid tot inroepen van beheers- en ontruimingsbeding in hypotheekzaak

Op 6 januari 2026 heeft de Rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in de zaak van ABN AMRO BANK N.V. tegen belanghebbenden die zich bevinden in een pand in Amsterdam. De verzoekster, ABN AMRO BANK N.V., heeft op 26 november 2025 een verzoekschrift ingediend om een machtiging te verkrijgen om een onroerende zaak in beheer te nemen en te ontruimen, op basis van artikel 3:267 van het Burgerlijk Wetboek. Dit verzoek is mondeling behandeld op 5 januari 2026, waarbij de advocaat van de verzoekster, mr. E.E.W. Danen, via een telefonische verbinding aanwezig was. De belanghebbenden zijn, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen op de zitting.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek om het beheers- en ontruimingsbeding in te roepen toewijsbaar is, omdat het beding in de hypotheekakte is opgenomen en verzoekster een zwaarwegend belang heeft bij het in beheer nemen van de woning. De belanghebbende sub 1 heeft sinds begin 2025 zijn betalingsverplichtingen niet nagekomen en er zijn executoriale beslagen gelegd op de woning, waardoor de geldlening direct opeisbaar is geworden. De rechtbank verleent verzoekster verlof om het beheersbeding in te roepen en de woning te ontruimen, met een termijn van drie dagen voor de belanghebbenden om de woning te verlaten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte is afgewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel
zaaknummer / rekestnummer: C/13/779315 / KG RK 25-1916 MdV/RS
Beschikking van 6 januari 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap
ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,
advocaat mr. E.E.W. Danen te Rosmalen,
en

1.[belanghebbende 1] ,

2.
[belanghebbende 2],
3.
EENIEDER, VOOR ZOVER GEEN HUURDER ALS BEDOELD
IN ARTIKEL 3:264 LID 4 EN 8 BW, DIE ZICH BEVINDT IN HET PAND TE
( [postcode] ) AMSTERDAM, AAN DE [adres],
allen wonende te Amsterdam,
belanghebbenden.

1.Verloop van de procedure

Verzoekster heeft op 26 november 2025 een verzoekschrift met producties ex artikel 3:267 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend, dat aan deze beschikking is gehecht.
Het verzoek is mondeling behandeld op 5 januari 2026.
Verschenen is mr. Danen namens verzoekster middels een telefonische verbinding. Uitspraak is bepaald op heden.

2.Gronden van de beslissing

2.1.
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een machtiging om een onroerende zaak in beheer dan wel onder zich te nemen, met ontruiming, als bedoeld in artikel 3:267 BW. Het betreft de [adres] te ( [postcode] ) Amsterdam, kadastraal bekend gemeente Amsterdam, [kadestrale gegevens] , appartementsindex 1 (hierna: de woning).
2.2.
Verzoekster legt - samengevat - aan het verzoek ten grondslag dat zij een hypothecaire geldlening aan belanghebbende sub 1, eigenaar van de woning, heeft verstrekt met het recht van (eerste) hypotheek op de woning. Sinds begin 2025 voldoet hij niet aan zijn betalingsverplichtingen en verkeert hij in verzuim. Na juni 2025 is contact met belanghebbende sub 1 niet meer mogelijk gebleken. Daarnaast zijn er twee executoriale beslagen gelegd op de woning. Dit maakt de geldlening direct opeisbaar. Ook dringt de beslaglegger aan op een executoriale verkoop van de woning.
In dit kader is bij deurwaardersexploot van 12 november 2025 de openbare verkoop (veiling) van de woning op 26 maart 2026 aan belanghebbenden aangezegd. Aangezien belanghebbende sub 1 geen medewerking, aan onder meer een inpandige taxatie van de woning, verleent en verzoekster in aanloop naar de veiling de woning wil kunnen betreden en laten bezichtigen verzoekt zij om de woning in beheer te nemen met ontruiming.
2.3.
De belanghebbenden zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen.

3.De beoordeling

3.1.
Het – onweersproken – verzoek om het beheers- en ontruimingsbeding te mogen inroepen is toewijsbaar omdat het desbetreffende beding in de hypotheekakte is opgenomen en aannemelijk is geworden dat verzoekster een zwaarwegend belang heeft bij het in beheer nemen en onder zich nemen van de woning teneinde een zo hoog mogelijke opbrengst te verkrijgen.
3.2.
De door verzoekster verzochte ontruimingstermijn zal als na te melden worden toegewezen.
3.3.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter
4.1.
verleent verzoekster verlof het beheersbeding in te roepen, zo nodig met behulp van een deurwaarder en de sterke arm,
4.2.
verleent verzoekster verlof om de woning onder zich te nemen c.q. te ontruimen,
4.3.
veroordeelt belanghebbenden om de woning binnen drie dagen na betekening van deze beschikking te ontruimen en met al de hunnen en het hunne te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking te stellen aan verzoekster,
4.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.M. de Vries, voorzieningenrechter, bijgestaan door R.J.J. Stoops, griffier, en in het openbaar uitgesproken op
6 januari 2026. [1]

Voetnoten

1.type: RS