Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2026:2410

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
11900988 / CV EXPL 25-13261
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 150 RvArt. 6:119 BWArt. 7:940 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvullende uitkering inboedelverzekering na inbraak wegens onvoldoende bewijs eigendom en tussentijdse opzegging verzekering

Eiser heeft een inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij Lemonade die dekking biedt bij inbraak. Na een inbraak in zijn woning op 1 januari 2024 claimde hij een aanzienlijke schadevergoeding voor gestolen kleding en schoenen. Lemonade betaalde reeds een deel van de schade uit, maar weigerde aanvullende uitkering voor de kleding en schoenen omdat eiser niet aannemelijk kon maken dat hij deze in eigendom en bezit had.

De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van eigendom en bezit. Ondanks overgelegde aankoopbonnen, ontbraken bewijsstukken zoals originele foto's en was er onduidelijkheid over de herkomst van het contante geld waarmee de dure kleding zou zijn betaald. Eiser gaf tegenstrijdige verklaringen over zijn inkomsten en kon niet plausibel maken dat hij de hoge kosten kon dragen. Ook de variatie in kledingmaten en onduidelijkheid over eigendom van kleding van zijn dochter wekten twijfel.

Daarnaast mocht Lemonade de verzekering tussentijds opzeggen conform de polisvoorwaarden en artikel 7:940 BW Pro, mede gezien het verloop van de schadeclaim en het gedrag van eiser. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De tussentijdse opzegging is niet onrechtmatig en de verzekering wordt niet voortgezet na de afgesproken einddatum.

Uitkomst: De vorderingen van eiser worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van eigendom en bezit, en de tussentijdse opzegging van de verzekering door Lemonade is rechtmatig.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11900988 \ CV EXPL 25-13261
Vonnis van 6 maart 2026
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. N. Claassen,
tegen
LEMONADE INSURANCE N.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Lemonade,
gemachtigde: mr. R. van Baarlen.

1.De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de vraag of verzekeraar Lemonade aan [eiser] onder de inboedelverzekering een aanvullende uitkering moet doen voor schade als gevolg van een inbraak in de woning van [eiser] . [eiser] stelt dat hij de eigendom en het bezit van diverse goederen (kleding en schoenen) heeft aangetoond en ook dat deze bij de inbraak zijn gestolen. Daarom moet Lemonade de schade van [eiser] vergoeden. Volgens Lemonade heeft [eiser] niet het bezit en de eigendom aangetoond. De kantonrechter komt tot het oordeel dat Lemonade terecht geen dekking heeft verleend.
Daarnaast mocht Lemonade de verzekering tussentijds opzeggen.
Daartoe is het volgende van belang.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 september 2025, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 19 december 2025 waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 februari 2026 en de daarin genoemde stukken en
- de reactie op het proces-verbaal d.d. 16 februari 2026 van Lemonade en de reactie daarop van [eiser] d.d. 24 februari 2026.
2.2.
Daarna is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Op 20 augustus 2023 heeft [eiser] bij verzekeraar Lemonade een inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering afgesloten die onder meer dekking biedt bij inbraak en diefstal vanaf 21 augustus 2023. In de Polisvoorwaarden staat verder onder meer:
“(…)
We verlengen je polis elk[.] jaar automatisch totdat één van ons besluit om de polis op te zeggen.
(…)
We bieden alleen dekking voor spullen die jouw eigendom zijn en die je daadwerkelijk in je bezit hebt. (…)
Onze polissen worden automatisch elk[.] jaar verlengd. Je polis loopt door totdat deze door jou of door ons wordt opgezegd.
Als we je polis opzeggen, laten we je dit weten via (…). We zullen je hier ten minste twee maanden van tevoren over inlichten.
(…)
Wat zijn mijn verplichtingen?
(…) Je werkt mee als we jouw claim onderzoeken, anders kan dat leiden tot vermindering van uitkering of zelfs verval van dekking.
(…)
Het contract wordt afgesloten voor de duur van één jaar[.] wordt elke keer automatisch met één jaar [.] verlengd (…)
Het contract kan door ons en door jou vroegtijdig worden geannuleerd/beëindigd in overeenstemming met de wettelijke bepalingen, in het bijzonder
- in het geval van verlies,
- in het geval van een schending van een verplichting
(…)”
3.2.
In de nacht van 31 december 2023 op 1 januari 2024 is in de woning van [eiser] ingebroken terwijl hij niet thuis was. [eiser] heeft de inbraak op 2 januari 2024 gemeld bij Lemonade. Hij heeft toen ook een schadeclaim ingediend
3.3.
Lemonade heeft schade-expert Woodgate & Clark Netherlands B.V. (Woodgate) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de door [eiser] geclaimde schade. Woodgate is op 11 januari 2024 bij [eiser] thuis langs gegaan en op 22 januari 2024 heeft Woodgate een voorlopige rapportage opgeleverd. In de vertrouwelijke bijlage bij de rapportage uit Woodgate tegenover Lemonade haar twijfels over de oprechtheid van de claim dan wel de herkomst van het voor verzekerde ( [eiser] ) beschikbare geld. Woodgate schrijft hierover onder meer ‘
Verzekerde claimt een aanzienlijke hoeveelheid kleding van zeer exclusieve merken. Van het overgrote deel van de geclaimde zaken heeft verzekerde ons originele bonnen overlegd, echter zijn alle aangekochte items contant afgerekend en kan verzekerde buiten deze aankoopbonnen geen andere bewijsstukken overleggen, zoals bijvoorbeeld foto’s van de kleding.(...) Uit de door verzekerde tot nu toe ingeleverde aankoopbonnen is de geclaimde kleding en schoenen nagenoeg geheel in 2023 aangekocht. Op basis van deze bonnen mag al worden geconcludeerd dat verzekerde in 2023 voor minstens EUR 15.000,00 aan kleding contant heeft aangeschaft. (…)
Daar naar gevraagd gaf verzekerde ons te kennen een inkomen te genereren vanuit een uitkering van het UWV en daarnaast bij te klussen als onder andere monteur van airco-units.(…)
Hoewel verzekerde ons een groot aantal originele aankoopbonnen heeft overhandigd en ook in de woning van verzekerde allerlei (woon)accessoires van luxe merken werden aangetroffen, kunnen wij de door verzekerde gedane contante aankopen niet in lijn brengen met zijn te verwachten inkomsten. (…)’
3.4.
Op 23 februari 2024 heeft [eiser] aan Woodgate geschreven dat alle geclaimde artikelen van hem of van zijn dochter zijn.
3.5.
Na een gesprek tussen Lemonade en Woodgate, heeft Lemonade op 15 maart 2024 aan [eiser] laten weten dat aanvullend onderzoek nodig is. Tussen 19 en 22 maart 2024 heeft de afdeling Veiligheidszaken van Lemonade onderzoek gedaan naar de door [eiser] aangeleverde bonnen.
3.6.
Op 21 maart 2024 heeft Woodgate haar eindrapportage gedeeld. De totale schade is vastgesteld op een bedrag van € 35.902,60.
3.7.
Lemonade heeft, omdat zij nog openstaande vragen over de claim van [eiser] had, om over te kunnen gaan tot uitkering, aanvullend onderzoek laten doen door Sedgwick Nederland B.V. (Sedgwick).
3.8.
Op 12 april 2024 heeft de afdeling Veiligheidszaken van Lemonade onder meer het volgende per e-mail aan [eiser] geschreven:
“(…) Zojuist ben ik op de hoogte gesteld door mijn collega dat je fysiek op locatie bent langsgekomen (…) onaangekondigd bezoek op locatie behoort absoluut
niettot de mogelijkheden om een gesprek aan te gaan over jouw schadeclaim. (…)
Tegen mijn collega had je aangegeven om de volgende werkdag weer op de stoep te staan voor een gesprek. Dat gaat niet gebeuren (…)”
3.9.
Op 16 april 2024 heeft de afdeling Veiligheidszaken van Lemonade aan [eiser] geschreven dat hij wederom naar het kantoor van Lemonade is gekomen en is hem opnieuw verzocht dat niet meer te doen.
3.10.
In de eindrapportage van 30 mei 2024 van Sedgwick staat onder meer:
“(…)
Verklaring
● de heer [eiser] heeft geen werk en ontvangt een uitkering. Hij installeert daarnaast airco’s en heeft daar naar eigen zeggen een goed inkomen van.
● de heer [eiser] staat niet ingeschreven bij de KvK, hij adverteert op websites zoals Marktplaats om opdrachten te krijgen. (…)
Resumé
● Verzekerde is niet geïdentificeerd op social media.
● Verzekerde heeft geen werk en ontvangt een uitkering, maar werkt daarnaast als airco-installateur. Het verschilt hoe hij daarvoor wordt betaald.
● Het is verzekerde niet bekend of er ook kleding van zijn dochter is gestolen.
● Verzekerde heeft op alle door ons gestelde vragen waar twijfels over waren, een plausibel antwoord.
(…)”
3.11.
In het verslag van het interview dat Sedgwick op 8 mei 2024 heeft afgenomen bij [eiser] (bijlage 1 bij de eindrapportage) staat dat [eiser] het geld dat hij verdient met het monteren van airco’s niet doorgeeft aan de Belastingdienst, omdat het niet ‘in die orde van grootte is’.
3.12.
Op 5 juni 2024 heeft Lemonade aan [eiser] een waarschuwingsbrief gestuurd waarin zij hem vraagt zijn ongepaste gedrag te staken. In de brief staat onder meer:
“(…)
Op 12 april bezocht u ons kantoor en sprak u onze medewerkers op een onbeleefde en intimiderende manier aan. U werd verzocht het kantoor te verlaten en de verdere afhandeling van uw claim af te wachten. Desondanks keerde u op 16 april terug naar ons kantoor, waar u de medewerkers opnieuw onbeleefd en intimiderend aansprak. (…)
U heeft daarna nog ruim 30 keer met onze medewerkers gebeld (met op sommige dagen een frequentie van 4-13 keer op één dag). In deze gesprekken hebt u zich luid, onbeleefd en op een bedreigende en agressieve manier uitgelaten (…)”
Op 9 juni 2024 heeft [eiser] gevraagd de waarschuwing in te trekken.
3.13.
Lemonade heeft in een brief van 11 juni 2024 aan [eiser] de verzekering opgezegd tegen een opzegtermijn van twee maanden. In de brief schrijft Lemonade dat zij zoals staat op pagina 15 van de juridische documentatie de polis kan opzeggen na een schadeclaim en dat zij daartoe heeft besloten, ook gezien het verloop van de schadeclaim en het gedrag van [eiser] richting de collega’s.
3.14.
Lemonade is op 9 augustus 2024 akkoord gegaan met het verzoek van [eiser] om een contra-expertise te laten uitvoeren. Claimshulp B.V. (Claimshulp) is (uiteindelijk) als contra-expert aangesteld namens [eiser] . Als expert namens Lemonade is Woodgate aangesteld. In de akte benoeming van experts van 4 december 2024 staat onder meer het volgende:
“(…)
2. als uitsluitend bewijs van de grootte van de schade (…) zal gelden een taxatie gemaakt door twee experts, waarvan verzekerde en verzekeraar(s) er ieder één benoemen (…).
5. Ondertekening van deze akte door de expert van verzekeraar(s) houdt niet in dat door verzekeraar(s) wordt erkend dat voor de schade dekking op de polis bestaat.
(…)
3.15.
In een akte van taxatie van 25 maart 2025 is de overeenstemming tussen Woodgate en Claimshulp als volgt opgenomen: € 20.702,60 aan inboedel, € 14.455 aan sieraden, € 4.000 aan contant geld en € 400 aan huurdersbelang. In een aanvullend rapport van Woodgate van 1 april 2025 staat dat een bedrag van € 17.472,32 (van de inboedel) bestaat uit kleding en schoenen.
3.16.
Lemonade heeft in totaal € 17.865,83 aan [eiser] uitgekeerd. Op 2 mei 2025 heeft Lemonade [eiser] laten weten dat zij de schadeclaim afsluit.

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert, samengevat:
I. voor recht te verklaren dat Lemonade gehouden is dekking te verlenen onder de inboedelverzekering voor de schade die [eiser] heeft geleden en Lemonade te veroordelen tot betaling van € 22.031,77, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 31 december 2023 dan wel vanaf 12 september 2025;
II. Lemonade te veroordelen om binnen 24 uur na het wijzen van het vonnis de opzegging van de inboedelverzekering ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag(deel) dat Lemonade niet aan de veroordeling voldoet en
III. Lemonade te veroordelen om € 990,03 aan buitengerechtelijke incassokosten te betalen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 mei 2025 dan wel 12 september 2025.
[eiser] vordert ook dat Lemonade in de proceskosten en rente daarover wordt veroordeeld. [eiser] wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiser] de vordering gelet op de al gedane uitkeringen en de dekkingsbeperkingen die in de polis staan verminderd tot € 16.541,77.
4.3.
Lemonade voert verweer. Lemonade vindt dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen en wil dat [eiser] in de proceskosten en rente daarover wordt veroordeeld. Lemonade wil de mogelijkheid krijgen om deze proceskostenveroordeling meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.

5.De beoordeling

de akte van taxatie
5.1.
Lemonade heeft onderzoek laten uitvoeren door Woodgate en Sedgwick. [eiser] heeft daarna gebruik gemaakt van een contra-expertise. Woodgate is aangesteld als expert namens Lemonade en Claimshulp als expert namens [eiser] . Op 25 maart 2025 hebben Woodgate en Claimshulp in een akte van taxatie hun overeenstemming vastgelegd over de schade. De vordering van [eiser] gaat uit van deze taxatie. Lemonade heeft hierover naar voren gebracht dat dit de grootte van de gestelde schade betreft, maar dat dit nog niets zegt over de dekking van die schade onder de verzekering. De experts hebben immers geen oordeel gegeven over de vraag of de goederen in het bezit van [eiser] waren. De taxatie moet worden gezien als een meer administratieve handeling waarbij doublures worden gefilterd en aan de hand van wat de verzekerde aanlevert een waarde wordt gekoppeld aan items. Het is vervolgens aan de verzekeraar om te oordelen over de dekking. Dat blijkt ook uit de akte van benoeming waarin staat dat de verzekeraar niet erkent dat voor de schade dekking bestaat onder de polis, aldus Lemonade. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ook [eiser] aangevoerd dat met de akte van taxatie nog niet is vastgesteld of hij de eigendom en het bezit had van de gewaardeerde goederen en daarmee of dekking moet worden verleend door Lemonade. De akte van taxatie ziet op enkel het bepalen van de waarde van door [eiser] opgegeven items, aldus [eiser] .
Gelet hierop staat tussen partijen vast, en zo volgt overigens ook uit de akte van taxatie, dat de vaststelling door de twee experts enkel ziet op het inventariseren van de schade en het koppelen van een waarde aan verschillende goederen. De taxatie is niet bindend voor wat betreft de eigendom en het bezit van de goederen en voor de vraag of Lemonade dekking moet verlenen. Dit betekent dat nu moet worden beoordeeld of Lemonade al dan niet terecht dekking voor een deel van de geclaimde schade heeft geweigerd.
geen aanvullende uitkering
5.2.
Op grond van de polisvoorwaarden van de inboedelverzekering geeft Lemonade na een inbraak alleen dekking voor goederen die de verzekerde (in dit geval [eiser] ) in eigendom en bezit had en die zijn gestolen bij de inbraak. Lemonade heeft een bedrag van € 17.865,83 aan [eiser] uitgekeerd. De vordering die [eiser] nu nog stelt te hebben, heeft betrekking op kleding en schoenen. Lemonade heeft geen uitkering gedaan voor kleding en schoenen, op de vergoeding van € 340 voor een trainingspak en een shirt van Lacoste na. [eiser] stelt dat hij de geclaimde goederen in zijn eigendom en bezit had. Lemonade betwist dit gemotiveerd. [eiser] moet op grond van de hoofdregel van artikel 150 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering stellen en zo nodig bewijzen dat de goederen zijn eigendom waren en dat hij deze in zijn bezit had op het moment van de inbraak. Zoals uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt over de eisen die moeten worden gesteld aan het bewijs van een diefstal, mag ook aan het bewijs van eigendom en bezit geen al te zware eisen worden gesteld. Voldoende is dat feiten en omstandigheden worden bewezen die de eigendom en het bezit aannemelijk maken. Daarbij spelen de hoogte van de gestelde schade en het onderzoek van de verzekeraar een rol. Naarmate de claim hoger is, mag de verzekeraar in de regel hogere eisen stellen aan het bewijs dat moet worden geleverd.
5.3.
[eiser] heeft een hoge schadeclaim ingediend. Voor zover nu nog van belang, vordert [eiser] dat Lemonade € 16.541,77 aan kleding en schoenen vergoedt, dit naast het al uitgekeerde bedrag. Het gaat om een tegemoetkoming voor merkkleding en merkschoenen die naar eigen zeggen van [eiser] alle zijn gekocht in 2023 en contant zijn betaald.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de kleding en schoenen heeft kunnen aanschaffen. [eiser] ontvangt een Wajong-uitkering van ongeveer € 1.400 per maand. Het is onwaarschijnlijk dat [eiser] met die inkomsten in één jaar tijd voor een dergelijk hoog bedrag aan kleding en schoenen kon kopen. Lemonade kon en mocht dan ook van [eiser] verwachten dat hij zou laten zien dat hij over voldoende (andere) middelen beschikte om de goederen te kopen en in dit specifieke geval dat hij de herkomst van het contante geld waarmee [eiser] stelt alles te hebben betaald, zou kunnen verklaren. Dat heeft [eiser] niet gedaan. Ten eerste heeft [eiser] wisselende en tegenstrijdige verklaringen afgelegd over zijn (zwarte) inkomsten als installateur van airconditionings. Tegenover Woodgate heeft [eiser] in januari 2024 verklaard dat hij inkomsten heeft als monteur van airconditionings. In het rapport van 30 mei 2024 van Sedgwick staat dat [eiser] heeft verklaard dat hij daarvan een goed inkomen heeft. [eiser] heeft tegenover Sedgwick echter ook verklaard dat het inkomen niet ‘in die orde van grootte is’ dat hij het opgeeft bij de Belastingdienst. [eiser] heeft al met al geen duidelijkheid gegeven over deze inkomsten, de hoogte daarvan en daarmee ook niet over de vraag of hij met deze inkomsten de goederen kon kopen.
5.4.
Daarnaast heeft [eiser] niet laten zien dat hij over voldoende contant geld beschikte. Uit de bankafschriften van de rekening van [eiser] volgt dat in 2023 van zijn betaalrekening bij de ING € 2.900 is opgenomen en van een privé rekening bij de ABN AMRO € 2.300. Die opnamen liggen veel lager dan het door [eiser] gestelde uitgegeven bedrag aan kleding en schoenen. [eiser] wijst erop dat hij in 2021 tweemaal € 5.000 heeft opgenomen. Daarmee is niet gegeven dat hij ook in 2023 genoeg contant geld had. Aan de schriftelijke verklaring van [naam] dat hij € 7.500 aan verhuiskostenvergoeding heeft uitgekeerd aan [eiser] , kan geen waarde worden toegekend. Deze verklaring is namelijk uit 2017 en ook daarmee wordt geen opheldering gegeven over de herkomst van het gestelde contante geld in 2023. Dat is ook zo voor wat betreft de verklaring van de moeder van [eiser] . Zij heeft schriftelijk verklaard dat [eiser] in de periode van 2019 tot en met mei 2023 bij haar heeft gewoond, dat [eiser] geen financiële verplichtingen of kosten had, dat hij vanaf zijn kindertijd merkkleding droeg en van zijn moeder regelmatig cadeaus en geld kreeg. In de verklaring staat niet hoeveel geld [eiser] van zijn moeder heeft gekregen of over hoeveel geld [eiser] beschikte. Voor zover [eiser] met de geldopnamen en de verklaringen van [naam] en van zijn moeder heeft willen laten zien dat het voor hem gebruikelijk is om cash geld op zak te hebben en om aankopen contant te betalen, gaat [eiser] eraan voorbij dat hij voldoende aannemelijk moet maken dat hij in 2023 beschikte over voldoende contant geld én dat hij in 2023 dat geld heeft gebruikt voor het aanschaffen van de kleding en schoenen die bij de inbraak zouden zijn gestolen.
5.5.
[eiser] heeft weliswaar diverse aankoopbonnen aan Lemonade laten zien, maar deze zijn niet te herleiden tot [eiser] . Zo staat daarop geen naam, rekeningnummer of klantcode die aan [eiser] is te relateren. [eiser] heeft niet laten zien dat hij op de op de bonnen genoemde data in de betreffende winkels is geweest.
Verder ontbreken foto’s waaruit blijkt dat [eiser] de gekochte goederen in zijn bezit heeft of draagt. [eiser] heeft screenshots overgelegd van een WhatsApp gesprek waaruit volgens [eiser] blijkt van de aankoop van een Dior jas bij de Bijenkorf voor € 2.200. Lemonade heeft die foto’s ook gekregen en zij heeft gevraagd om de originele foto’s. De originelen heeft [eiser] niet gegeven. De verklaring van [eiser] tijdens de mondelinge behandeling dat zijn telefoon is gecrasht en dat hij daarom niet meer de originele foto’s kon tonen, kan hem niet baten. Dat [eiser] screenshots van foto’s heeft gegeven aan Lemonade en niet direct originele foto’s, aan de hand waarvan Lemonade had kunnen bekijken of de datum van die foto’s overeenkomt met de datum die staat op de aankoopbon, heeft bij Lemonade terecht meer vragen opgeroepen dan antwoorden gegeven. De screenshots zijn daarom ontoereikend om te kunnen aannemen dat [eiser] de jas zelf heeft gekocht.
5.6.
Tot slot spelen de volgende omstandigheden een rol. [eiser] heeft in mei 2023 bij Sedgwick verklaard dat hij niet weet of ook kleding van zijn dochter is gestolen. Dit terwijl hij eerder tijdens het onderzoek van Woodgate heeft verteld dat alle geclaimde artikelen van [eiser] zelf of van zijn dochter zijn. Daarnaast hebben de geclaimde kledingstukken verschillende maten, variërend van maat M tot maat XXL. [eiser] heeft hierover verklaard dat kledingmaten kunnen verschillen en dat hij dan weer een kledingstuk kleiner draagt en de andere keer groter. Gelet op het grote verschil in maten overtuigt deze verklaring niet. Verder is het ongeloofwaardig dat [eiser] ook van kleding van hetzelfde merk en type sterk van elkaar afwijkende maten heeft gedragen.
5.7.
Al deze omstandigheden bij elkaar - de dure items tegenover het relatief lage inkomen, de wisselende en tegenstrijdige verklaringen over de zwarte inkomsten, het ontbreken van duidelijkheid over de herkomst van het contante geld, de aankoopbonnen die niet te herleiden zijn tot [eiser] , het ontbreken van originele foto’s, de wisselende verklaringen over of de kleding (ook) van de dochter van [eiser] is en de grote variatie in de op de aankoopbonnen te vinden maten - maken dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat ten tijde van de inbraak de geclaimde kleding en schoenen de eigendom van [eiser] waren en dat hij deze in zijn bezit had. [eiser] kan deze daarom niet met succes claimen en Lemonade mocht dekking weigeren. Dat betekent ook dat de vordering van [eiser] om voor recht te verklaren dat Lemonade daarvoor dekking moet verlenen en om Lemonade te veroordelen tot het doen van een aanvullende uitkering, wordt afgewezen.
Lemonade mocht de verzekering tussentijds opzeggen
5.8.
Een verzekeraar is gerechtigd om een verzekering op te zeggen tegen de afgesproken einddatum. Dat volgt uit artikel 7:940 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) en uit de contractsvrijheid. De verzekeraar kan slechts tussentijds opzeggen op de gronden die in de overeenkomst staan en die van dien aard zijn dat van de verzekeraar niet meer kan worden gevergd aan de overeenkomst gebonden te zijn. Dat staat in artikel 7:940 lid 3 BW Pro.
5.9.
In de juridische documentatie bij de polis staat dat het contract vroegtijdig kan worden geannuleerd of beëindigd in het geval van (onder meer) een verlies en in het geval van het schenden van een verplichting. Ook staat vermeld dat de verzekeraar de polis kan beëindigen tegen de einddatum, overeenkomstig de voormelde wettelijke regeling in artikel 7:940 BW Pro. Nu de verzekeringsovereenkomst is gesloten tussen een verzekeraar en een consument, moet dit artikel over de opzegging worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht. Het artikel is getoetst en niet oneerlijk bevonden.
5.10.
De verzekering is afgesloten op 20 augustus 2023 en bood dekking vanaf 21 augustus 2023. De verzekering had een looptijd van een jaar en kon elk jaar worden verlengd. Lemonade heeft de verzekering per brief van 11 juni 2024, dus een kleine 2,5 maand vóór de afgesproken einddatum op 20 augustus 2024, opgezegd met een opzegtermijn van twee maanden. Hierin schrijft zij dat zij op basis van haar juridische documentatie de polis kan opzeggen na een schadeclaim, dat zij gezien het verloop van de schadeclaim en het gedrag van [eiser] richting de collega’s heeft besloten de verzekeringspolis met inachtneming van een opzegtermijn van twee maanden te beëindigen en dat [eiser] ook zelf het contract met Lemonade kan opzeggen. In de opzeggingsbrief verwijst Lemonade naar pagina 15 van de juridische documentatie.
5.11.
Nu sprake is geweest van een verlies, mocht Lemonade de verzekeringsovereenkomst op grond van haar voorwaarden tussentijds opzeggen. Dit is niet onrechtmatig, zoals [eiser] aanvoert, omdat [eiser] bij het sluiten van de overeenkomst met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, en dus ook met de daarin opgenomen gronden om tussentijds de verzekering te beëindigen, heeft ingestemd. De vordering tot ongedaanmaking van de opzegging zal dan ook om die reden worden afgewezen. Bovendien geldt dat Lemonade niet verplicht kan worden de verzekering voort te zetten na de afgesproken einddatum op 20 augustus 2024. Zij heeft immers in de opzeggingsbrief kenbaar gemaakt de verzekering niet voort te willen zetten. [eiser] wist dus tijdig dat de verzekering sowieso niet per 21 augustus 2024 met een jaar verlengd zou worden.
slotsom en kosten
5.12.
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen.
5.13.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Lemonade worden begroot op:
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
Totaal
1.298,00
5.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald en
6.4.
verklaart de kostenveroordelingen onder 6.2 en 6.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.M. Groot, rechter, bijgestaan door mr. C.E.P. Honing, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.